#439: Er leiden meerdere wegen naar het EOM

Zoals wij in Vaklunch #426 al schreven, is per 1 juni 2021 het Europees Openbaar Ministerie (EOM) van start gegaan. Dit werd ‘gevierd’ met een aantal perspublicaties, waaronder een bericht waarin hoofdofficier van justitie Laura Kövesi aankondigde binnenkort bekend te zullen maken welke zaken als eerste worden geopend. Voor zover wij weten, is hierover nog niet gecommuniceerd. Wel heeft het EOM via een persbericht van 16 juli 2021 laten weten dat het sinds 1 juni 2021 al meer dan 1000 meldingen van EU-fraude heeft verwerkt. Deze meldingen zijn afkomstig van lidstaten of andere EU-instellingen, die verplicht zijn zaken te melden die onder de reikwijdte van de werkzaamheden van het EOM vallen. In een tijd waarin meldplichten als paddenstoelen uit de grond schieten, was onze aandacht direct getrokken. Hoe komt het EOM eigenlijk aan zaken?

In Vaklunch #428 besteedden wij aandacht aan de structuur en organisatie van EOM en diens materiële bevoegdheden. Die zijn vastgelegd in artikel 22 van Verordening 2017/1939 (de Verordening) en artikel 3 en 4 van Richtlijn (EU) 2017/1371 (de Richtlijn). Daaruit volgt dat het EOM bevoegd is strafbare feiten te onderzoeken en te vervolgen die de financiële belangen van de EU schaden. Kortgezegd gaat het om i) aanbestedingsfraude met EU-gelden; ii) BTW-fraude waarbij minimaal twee lidstaten zijn betrokken en waarmee een totale schade van minimaal € 10 miljoen is gemoeid; iii) witwassen van opbrengsten uit hiervoor genoemde strafbare feiten en iv) passieve en actieve omkoping van (EU-)ambtenaren. Op grond van artikel 26 van de Verordening kan het EOM een onderzoek instellen naar deze feiten indien op grond van het nationale recht een redelijk vermoeden bestaat dat een strafbaar feit wordt of is gepleegd dat onder de bevoegdheid van het EOM valt. In de praktijk zal het EOM deze bevoegdheden delegeren aan een aanklager die zetelt in een lidstaat.

In artikel 24 van de Verordening is een meldplicht opgenomen: de autoriteiten van de lidstaten moeten ‘zonder onnodige vertraging’ elke strafbare gedraging melden bij het EOM waarover bevoegdheid zou kunnen worden uitgeoefend. Deze plicht geldt ook voor andere instanties van de Europese Unie, zoals de Europese Commissie en het Europese Parlement. Daarnaast moedigt het EOM ook particulieren aan om zaken bij het EOM te melden, zo valt althans te lezen op de website van het EOM.

Aan het niet voldoen aan de meldplicht lijkt geen sanctie verbonden. Uit het persbericht van 16 juli 2021 blijkt desalniettemin dat lidstaten vooralsnog gehoorzaam gevolg geven aan de plicht tot het melden van EU-fraude. De Verordening schrijft voor dat meldingen goed gedocumenteerd zijn en ten minste een beschrijving van de feiten bevatten, inclusief een beoordeling van de omvang van de (mogelijke) schade, de mogelijke juridische kwalificatie, en eventuele beschikbare informatie over potentiële slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen. Op basis van deze informatie beslist het EOM vervolgens of zelfstandig een onderzoek wordt ingesteld. Uit artikel 40 van het Reglement van Orde van het EOM blijkt dat het EOM daarbij gebonden is aan een aantal beoordelingscriteria. Pas daarna opent het EOM een eigen onderzoek.

Uiteraard kan het voorkomen dat het Nederlandse OM naar aanleiding van een verdenking reeds ‘op eigen bodem’ een eigen onderzoek is begonnen naar feiten die óók onder de bevoegdheid van het EOM vallen. Ook in zo’n geval moet een lidstaat een melding doen bij het EOM, zodat het EOM kan beoordelen of het een beroep wil doen op het evocatierecht. In dat geval draagt de lidstaat de zaak over aan het EOM en zet het EOM het onderzoek voort. Bij de beoordeling of het evocatierecht wordt ingeroepen, is het EOM wederom gebonden aan de beoordelingscriteria in het Reglement van Orde. Bovendien dient de beoordeling binnen een termijn van vijf dagen plaats te vinden, die eventueel met vijf dagen kan worden verlengd. Wordt deze termijn overschreden? Dan wordt dit opgevat als een overweging om de zaak niet ‘te evoceren’.

Nu het EOM inmiddels de eerste 1000 meldingen heeft verwerkt, lijken instanties en mogelijk ook particulieren de weg naar het EOM gevonden te hebben. Maar of het EOM ook daadwerkelijk uit de voeten kan met de gemelde informatie en eigen onderzoeken zal openen of onderzoeken zal overnemen, moet nog blijken.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie