#650: Deepfakes van personen: nieuwe strafbaarstellingen op komst

Gedurende de laatste maand van 2025 is er een wetsvoorstel in consultatie waarmee het recht wordt vastgelegd voor natuurlijke personen en hun nabestaanden om het vervaardigen, gebruiken en verspreiden van deepfakes te verbieden. De wetgever vermeldt in de concept-memorie van toelichting als aanleiding voor dit wetsvoorstel dat het huidige Nederlandse en Europees recht onvoldoende bescherming biedt tegen ‘ongeoorloofd gebruik van deepfakes’. De wetgever vindt het huidige wettelijk kader onvoldoende duidelijk, onvoldoende samenhangend en onvoldoende kenbaar voor burgers.

Het nieuwe wetsvoorstel ziet op een uitbreiding van de Wet op de naburige rechten. Deze wet kent op dit moment naast civiele bepalingen ook strafbepalingen. Zo staat er bijvoorbeeld een strafmaximum van een half jaar gevangenis op het opzettelijk wederrechtelijk wijzigen van de uitvoering van een act van een artiest. De wetgever is van plan om de strafbaarstellingen in deze wet uit te breiden naar het ‘inbreukmakend gebruik van deepfakes’. Uit de concept-memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel volgt dat de wetgever van plan is om het opzettelijk vervaardigen en verspreiden van deepfakes zonder toestemming van de betrokkene expliciet strafbaar te stellen. Waar de huidige wet nog met name artiesten en kunstenaars beoogt te beschermen, zien de nieuwe strafbaarstellingen op deepfakes van ‘personen’ in algemene zin.

Er zijn in het bijzonder bij de strafbaarstelling van het ‘verspreiden’ van deepfakes onzes inziens kritische kanttekeningen te plaatsen. Gelet op de voorgestelde wettekst wordt onder ‘verspreiden’ niet alleen verstaan het verkopen, verhuren, uitlenen of afleveren, maar ook het ‘anderszins in het verkeer brengen’. Hiermee is niet uitgesloten dat reeds het enkele doorsturen van een deepfake via bijvoorbeeld een smartphone al strafbaar wordt gesteld. Hoewel de wetgever duidelijk maakt dat opzet vereist is bij de strafbaarstellingen, blijkt niet uit de concept-memorie van toelichting of de concept-wettekst waar dit opzet op ziet. Gaat het om opzet op het verspreiden of moet er ook opzet zijn op het gegeven dat het gaat om een deepfake? Indien het opzet alleen ziet op het verspreiden, zou ook het doorsturen van een filmpje door iemand die op dat moment niet weet dat het om een deepfake gaat onder de strafbaarstelling vallen. In het kader van rechtszekerheid is het van belang dat hier duidelijkheid over komt, zeker aangezien deepfakes steeds moeilijker van echt te onderscheiden zijn.

In de concept-memorie van toelichting staat verder dat het gebruik van deepfakes voor ‘satire’ onder bepaalde voorwaarden wél toegestaan blijft. Een van deze voorwaarden is dat moet worden voldaan aan de transparantieverplichting zoals neergelegd in de AI-verordening (dit houdt in dat telkens bij een deepfake vermeld moet worden dat het gaat om een deepfake). De wetgever meent dat het vervaardigen of verspreiden van een deepfake niet onder het verbod dient te vallen indien het gaat om een ‘karikatuur, parodie of pastiche, mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is’.

Ook bij deze uitzondering voor gevallen waarbij sprake is van satire zijn wat ons betreft kritische kanttekeningen te plaatsen. Wij zien risico’s in de rechtszekerheid voor burgers met betrekking tot het criterium dat satire ‘naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd’ moet zijn. Onzes inziens dreigt dit criterium gebreken in duidelijkheid en kenbaarheid voor burgers met zich mee te brengen, terwijl met dit wetsvoorstel juist wordt beoogd om dergelijke hiaten in de huidige wetgeving op te lossen. Want hoe gaat voor burgers op voorhand het onderscheid duidelijk zijn tussen het maken of delen van een verboden deepfake en een deepfake die valt onder de uitzondering voor satire? En moeten strafrechters dan zometeen gaan bepalen of een deepfake al dan niet kwalificeert als satire? Op basis van de gepubliceerde rechtspraak zijn vooralsnog geen gevallen bekend waarin het Openbaar Ministerie iemand heeft vervolgd voor overtreding van de Wet op de naburige rechten. We weten dus niet hoe strafrechters tot op heden (zouden) omgaan met de uitzondering op het verbod voor satire. Hieraan valt dus geen houvast te ontlenen met het oog op de uitbreiding van de strafbaarstellingen voor deepfakes.

Gelet op de wens van de wetgever om meer duidelijkheid en kenbaarheid voor burgers te scheppen is er wat ons betreft nog werk aan de winkel. Wij zien de ontwikkelingen op dit vlak met belangstelling tegemoet.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

Loading new posts...
No more posts