#379: Exporteren

De Sanctiewet 1977 is een kaderwet en is de grondslag voor de uitwerking van (inter)nationale regels ter uitvoering van de internationale sanctiemaatregelen. Doel van de wet is bestrijding van onder meer ongewenste handel, witwassen en terrorisme. Diverse onderdelen van de sanctieregelgeving vereisen dat eerst een vergunning moet worden verkregen alvorens goederen mogen worden verkocht en geëxporteerd. In deze sanctiezaken is vaak een discussiepunt wanneer sprake is van export. Een recent arrest van Gerechtshof Amsterdam geeft antwoord op deze vraag.Lees verder

#378: Te veel hooi op de vork

Zeker in fraudezaken is een bekend probleem dat onderzoeken lang duren. Vaak te lang. Dat kan met verschillende factoren te maken hebben, maar het effect is vaak hetzelfde: als de zaak uiteindelijk voor de rechter komt is gemakkelijk een decennium of langer verstreken sinds de feiten die centraal staan in het onderzoek. Dat heeft allerlei nadelige effecten op de mogelijkheid om aan waarheidsvinding te doen, zie daartoe bijvoorbeeld ook Vaklunch #292 en Vaklunch #375. Ook heeft het een enorme impact op de verdachte en zijn of haar omgeving. Naast het feit dat onderzoeken vaak lang duren, zijn ook rechtbanken en hoven vaak te druk. Zij moeten al geruime tijd zoveel zaken behandelen dat nieuwe zaken simpelweg achter in de rij moeten aansluiten. Inmiddels wordt daar nog een complicerende factor aan toegevoegd: de corona-effecten. De rechtbanken lijken het aanbod van zaken met de beperkte zittingscapaciteit niet het hoofd te kunnen bieden. Kan dat niet anders?Lees verder

#377: Het OM reflecteert

Op 16 juni heeft het Openbaar Ministerie een jaarbericht gepubliceerd over het jaar 2019. In dit jaarbericht legt het Openbaar Ministerie verantwoording af over de inzet, prestaties en resultaten in 2019 en de wijze waarop invulling is gegeven aan de maatschappelijke taak van het Openbaar Ministerie. Wat kunnen wij leren uit dit jaarbericht op het gebied van fraudezaken?Lees verder

#376: Vergissen ≠ fraude

Vergissen is menselijk. Het kan iedereen gebeuren. Als je je vergist doe je niet opzettelijk iets verkeerd. Nee, je maakt een fout en je bedoelingen zijn goed. Van “willens en wetens” handelen is geen sprake. Een vergissing moet dus ook niet gejuridiseerd worden tot het strafrechtelijk verwijtbare opzet. Een vergissing is geen fraude. En dat vindt het Gerechtshof Amsterdam gelukkig ook.

In het arrest van 3 juni 2020 oordeelt Hof Amsterdam in een zaak waarin de verdachte primair werd verdacht van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting. De onjuistheid zou bestaan uit het opgeven van een te laag bedrag aan omzet. Het hof spreekt de verdachte vrij ten aanzien van het primair tenlastegelegde, omdat geen sprake was van een ‘bij de belastingwet voorziene aangifte’. De aangifte was namelijk niet ingediend binnen de daarvoor vermelde termijn, zie in dat verband ook het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2016 en Vaklunch #178. Subsidiair luidde de verdenking het gebruik maken van een vals document, namelijk een valse aangifte. Nu de aangifte geen fiscaal delict oplevert staat artikel 69, lid 4, AWR hieraan niet in de weg.

Het Hof oordeelt dat het gaat om een aangifte van omzet die meestal elke maand op een vast rond bedrag uitkwam. De omzet die in deze specifieke aangifte niet is opgegeven heeft betrekking op specifieke facturen die geen verband hielden met de terugkerende activiteiten van het bedrijf. Deze hebben betrekking op de uitkoop van iemand uit een bedrijf. Het ging dus om incidentele facturen. Het Hof oordeelt dat het “voor mogelijk moet houden” dat deze facturen over het hoofd zijn gezien. Er is simpelweg niet voldoende bewijs om te concluderen dat de medewerker deze omzet bewust niet in de aangifte heeft opgenomen. Het Hof verwijst naar aanwijzingen in het dossier waaruit blijkt dat iemand in samenspraak met de verdachte geld nodig had voor specifieke doeleinden, maar volgens het Hof ontbreekt “solide bewijs”.

Hoewel de rechtbank nog had overwogen dat het doen van de aangifte zo was georganiseerd “dat nergens in de keten van de bedrijfsvoering enige vorm van effectieve controle op de af te dragen omzetbelasting bestond en zo willens en wetens de aanmerkelijke kans werd aanvaard” dat een onjuiste aangifte zou worden gedaan, ziet het Hof dat anders. Het Hof oordeelt dat de specifieke medewerker de taak had de aangiften omzetbelasting te doen. Het ging om een vast bedrag per maand en was daardoor niet complex. De situatie voor dit specifieke tijdvak betrof een incidentele situatie. Er is volgens het Hof geen beleid of werkproces waarmee de aanmerkelijke kans op een onjuiste aangifte werd veroorzaakt en die kans ook nog eens willens en wetens werd aanvaard. Volgens het Hof moet voor mogelijk worden gehouden dat de fout bij vergissing is gemaakt.

Ons inziens is dit een zuiver oordeel. Enkele aanwijzingen dat sprake zou kunnen zijn van een motief voor frauduleus handelen betekent niet dat ook sprake is van fraude. Daarvoor is hard bewijs nodig. Als dat er niet is, dan dient de rechter de verdachte het voordeel van de twijfel te geven en het “voor mogelijk te houden” dat de betrokkene niet strafrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand.

#375: Een gemankeerd onderzoek

Wanneer is het opportuun om een verdachte te vervolgen? Het is een vraag die wij in Vaklunch regelmatig stellen. In dit kader komt in Vaklunch #245 het verbod van willekeur aan de orde en in Vaklunch #235 het vertrouwensbeginsel. In een recent vonnis van de Rechtbank Amsterdam komt de opportuniteit ook om de hoek kijken, maar dan in verband met een overschrijding van de redelijke termijn in combinatie met een gemankeerd onderzoek.Lees verder

#374: The saga continues

De toeslagenaffaire houdt Nederland flink in de greep. Hoewel vele gedupeerde ouders nog steeds wachten op een goede afwikkeling van dit debacle, is het onderzoek naar hoe dit heeft kunnen gebeuren in volle gang. In Vaklunch #366 schreven wij al over het eindadvies van de Commissie Donner naar aanleiding van de Toeslagenaffaire. De Commissie concludeerde dat er structurele fouten zijn gemaakt in de aanpak van de controle op de naleving van de wetgeving rondom de toeslagen. Onder die structurele fouten zijn er die – volgens de commissie – per definitie tot “morele corruptie” leiden. Het Ministerie van Financiën heeft zich laten voorlichten over de vraag of aangifte moet worden gedaan tegen de Belastingdienst. Het antwoord daarop was bevestigend en het Ministerie heeft inmiddels de daad bij het woord gevoegd door aangifte tegen de Belastingdienst te doen. En inmiddels blijkt dat een mini-enquête zal plaatsvinden over de Toeslagenaffaire.Lees verder

#373: Daar gaat ons bewijsstelsel

In Vaklunch #361 hebben wij ons kritisch uitgelaten over de werkwijze van het Openbaar Ministerie waarin enkel een selectie van vermeende onjuiste belastingaangiften ten laste wordt gelegd, maar vervolgens wel het grootschalige karakter van de fraude en de omvang van het belastingnadeel simpelweg wordt meegenomen in de strafmaat. Advocaat-generaal Knigge schreef een zeer terechte conclusie over deze gang van zaken. Maar de Hoge Raad heeft het laatste woord.Lees verder

#372: Geheimen zijn er om bewaard te worden

Iedere vorm van macht gaat gepaard met verleidingen. Dat geldt voor de verleiding van potentieel eigen gewin. Of de verleiding van het verhogen van de eigen status. Maar nieuwsgierigheid speelt de mens ook parten, zo blijkt maar weer uit een recent arrest van de Hoge Raad. Ook ambtenaren beschikken over een vorm van macht over burgers, in die zin dat zij toegang kunnen krijgen tot vertrouwelijke informatie over hen terwijl zij die niet zomaar mogen inzien. Op hen rust een wettelijke geheimhoudingsplicht. Schending van die plicht is onder omstandigheden strafbaar. Maar waar ligt de grens?Lees verder

#371: De hand boven het hoofd van het OM

Te pas en – helaas blijkt regelmatig ook – te onpas wordt beslag gelegd door het Openbaar Ministerie. Beslag kan op basis van het Wetboek van Strafvordering worden gelegd in het kader van de waarheidsvinding en ten behoeve van een verbeurdverklaring (94 Sv) of tot zekerheid van verhaal voor een op te leggen geldboete of een ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel (94a Sv). Tegen dat beslag kan de beslagene een klaagschrift indienen bij de rechtbank. Hoewel er in de praktijk succesvolle voorbeelden zijn – Vaklunch #362 – zien we ook nog steeds dat het Openbaar Ministerie in dergelijke procedures de hand boven het hoofd wordt gehouden door feitenrechters.Lees verder

#370: Een valse factuur is geen basis voor witwassen

Is een geldstroom uit misdrijf afkomstig indien de begeleidende factuur een vals document is? Deze vraag komt in menig witwasonderzoek naar voren. De verdediging is het er vaak over eens: dat is niet mogelijk. Een valse factuur kan wellicht een illegale geldstroom verhullen. De geldstroom is dan echter niet afkomstig uit de factuur, maar uit iets anders. De geldstroom kan haar basis vinden in een legitieme koop van een product bijvoorbeeld. Onder omstandigheden kan ook een strafbaar feit aan de basis liggen, zoals bijvoorbeeld oplichting. Dat feit maakt de herkomst van het geld dan van misdrijf afkomstig. De valse factuur die een titel oplevert voor de transactie is in dat geval ‘hooguit’ een verhullingshandeling maar geen gronddelict. Het Openbaar Ministerie waagt zich toch regelmatig aan een dergelijke verdenking. Geeft de Hoge Raad eindelijk duidelijkheid?Lees verder