#667: De Nederlandse paradox in de strijd tegen corruptie

Nederland heeft met de invoering van de Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek per 1 januari 2025 een belangrijke stap gezet. Bedrijven die interne misstanden detecteren kunnen voortaan rekenen op een korting van maximaal 50% op de boete: 25% voor zelfmelding en nog eens 25% voor volledige medewerking. Het Openbaar Ministerie presenteert dit als een prikkel voor transparantie en accountability. Maar is dat ook werkelijk zo?

LEES VERDER

#666: Het ‘niet hoogst onwaarschijnlijk’-criterium: een dubbeltje op zijn kant

Strafrecht is behalve maatwerk ook mensenwerk. En zelfs op het hoogste juridische niveau komt het voor dat over een feitencomplex verschillend wordt gedacht. Zo ook in een recente beschikking van de Hoge Raad over een klaagschrift tegen een inbeslaggenomen motorfiets. De vraag lag voor of het ‘niet hoogst onwaarschijnlijk’ was dat de later oordelende strafrechter de motorfiets verbeurd zou verklaren. Hoewel de AG had geconcludeerd dat de motivering van de beslagrechter bij de (ontkennende) beantwoording van deze vraag ontoereikend was, oordeelde de Hoge Raad anders.LEES VERDER

#653: blijven vasthouden aan wat ons verbindt

Nu het jaar ten einde loopt, willen wij jullie namens het Vaklunch-team hartelijk danken voor de betrokkenheid die jullie getoond hebben het afgelopen jaar.

Laten we vasthouden aan de waarden die ons verbinden en open staan voor andere perspectieven.

Wij wensen jullie fijne feestdagen en een gezond en inspirerend nieuw jaar!

De eerstvolgende Vaklunch verschijnt op woensdag 7 januari 2026, tot dan!

                                   

#650: Deepfakes van personen: nieuwe strafbaarstellingen op komst

Gedurende de laatste maand van 2025 is er een wetsvoorstel in consultatie waarmee het recht wordt vastgelegd voor natuurlijke personen en hun nabestaanden om het vervaardigen, gebruiken en verspreiden van deepfakes te verbieden. De wetgever vermeldt in de concept-memorie van toelichting als aanleiding voor dit wetsvoorstel dat het huidige Nederlandse en Europees recht onvoldoende bescherming biedt tegen ‘ongeoorloofd gebruik van deepfakes’. De wetgever vindt het huidige wettelijk kader onvoldoende duidelijk, onvoldoende samenhangend en onvoldoende kenbaar voor burgers.

Het nieuwe wetsvoorstel ziet op een uitbreiding van de Wet op de naburige rechten. Deze wet kent op dit moment naast civiele bepalingen ook strafbepalingen. Zo staat er bijvoorbeeld een strafmaximum van een half jaar gevangenis op het opzettelijk wederrechtelijk wijzigen van de uitvoering van een act van een artiest. De wetgever is van plan om de strafbaarstellingen in deze wet uit te breiden naar het ‘inbreukmakend gebruik van deepfakes’. Uit de concept-memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel volgt dat de wetgever van plan is om het opzettelijk vervaardigen en verspreiden van deepfakes zonder toestemming van de betrokkene expliciet strafbaar te stellen. Waar de huidige wet nog met name artiesten en kunstenaars beoogt te beschermen, zien de nieuwe strafbaarstellingen op deepfakes van ‘personen’ in algemene zin.

Er zijn in het bijzonder bij de strafbaarstelling van het ‘verspreiden’ van deepfakes onzes inziens kritische kanttekeningen te plaatsen. Gelet op de voorgestelde wettekst wordt onder ‘verspreiden’ niet alleen verstaan het verkopen, verhuren, uitlenen of afleveren, maar ook het ‘anderszins in het verkeer brengen’. Hiermee is niet uitgesloten dat reeds het enkele doorsturen van een deepfake via bijvoorbeeld een smartphone al strafbaar wordt gesteld. Hoewel de wetgever duidelijk maakt dat opzet vereist is bij de strafbaarstellingen, blijkt niet uit de concept-memorie van toelichting of de concept-wettekst waar dit opzet op ziet. Gaat het om opzet op het verspreiden of moet er ook opzet zijn op het gegeven dat het gaat om een deepfake? Indien het opzet alleen ziet op het verspreiden, zou ook het doorsturen van een filmpje door iemand die op dat moment niet weet dat het om een deepfake gaat onder de strafbaarstelling vallen. In het kader van rechtszekerheid is het van belang dat hier duidelijkheid over komt, zeker aangezien deepfakes steeds moeilijker van echt te onderscheiden zijn.

In de concept-memorie van toelichting staat verder dat het gebruik van deepfakes voor ‘satire’ onder bepaalde voorwaarden wél toegestaan blijft. Een van deze voorwaarden is dat moet worden voldaan aan de transparantieverplichting zoals neergelegd in de AI-verordening (dit houdt in dat telkens bij een deepfake vermeld moet worden dat het gaat om een deepfake). De wetgever meent dat het vervaardigen of verspreiden van een deepfake niet onder het verbod dient te vallen indien het gaat om een ‘karikatuur, parodie of pastiche, mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is’.

Ook bij deze uitzondering voor gevallen waarbij sprake is van satire zijn wat ons betreft kritische kanttekeningen te plaatsen. Wij zien risico’s in de rechtszekerheid voor burgers met betrekking tot het criterium dat satire ‘naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd’ moet zijn. Onzes inziens dreigt dit criterium gebreken in duidelijkheid en kenbaarheid voor burgers met zich mee te brengen, terwijl met dit wetsvoorstel juist wordt beoogd om dergelijke hiaten in de huidige wetgeving op te lossen. Want hoe gaat voor burgers op voorhand het onderscheid duidelijk zijn tussen het maken of delen van een verboden deepfake en een deepfake die valt onder de uitzondering voor satire? En moeten strafrechters dan zometeen gaan bepalen of een deepfake al dan niet kwalificeert als satire? Op basis van de gepubliceerde rechtspraak zijn vooralsnog geen gevallen bekend waarin het Openbaar Ministerie iemand heeft vervolgd voor overtreding van de Wet op de naburige rechten. We weten dus niet hoe strafrechters tot op heden (zouden) omgaan met de uitzondering op het verbod voor satire. Hieraan valt dus geen houvast te ontlenen met het oog op de uitbreiding van de strafbaarstellingen voor deepfakes.

Gelet op de wens van de wetgever om meer duidelijkheid en kenbaarheid voor burgers te scheppen is er wat ons betreft nog werk aan de winkel. Wij zien de ontwikkelingen op dit vlak met belangstelling tegemoet.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

#648 Marktmanipulatie en DeFi

Vorige week schreven we in Vaklunch #647 dat niet elke hack zonder meer kwalificeert als een strafbaar feit. Zo benoemden wij bijvoorbeeld de exploit op basis van prijslogica, waarin bijvoorbeeld een DEX‑pool kortstondig met een flash loan uit balans wordt gebracht. Een oplettende lezer vroeg ons vervolgens of dit wél kon kwalificeren als marktmanipulatie. Een terechte opmerking en reden om hier verder in te duiken. In deel 2 van deze Vaklunch gaan wij in op de Verordening marktmanipulatie en MiCAR. Wij richten ons hierbij op exploits waarbij gebruik wordt gemaakt van een bepaalde prijsfunctie in het smart contract.

In veel DeFi-zaken gaat het bij zogenaamde “hacks” niet om het doorbreken van beveiliging, maar om het benutten van de manier waarop protocollen zijn geprogrammeerd. Een bekend voorbeeld is prijssturing met een flash loan: iemand leent voor een paar seconden een enorme hoeveelheid tokens, gebruikt die om tijdelijk de waarde van een munt binnen het systeem te verschuiven, en voert direct daarna een transactie uit die door die verschoven waarde voordelig uitpakt. Aan het einde van dezelfde handeling wordt de lening automatisch terugbetaald, en houdt de gebruiker de winst over. Kwalificeert een dergelijke transactie als marktmanipulatie, en wanneer? Want hier zijn natuurlijk eindeloze varianten op.

In Nederland is marktmanipulatie strafbaar gesteld via de Wet op het financieel toezicht  (Wft) en de Wet op de economische delicten (WED). Artikel 15 van de Europese Market Abuse Regulation (MAR) bevat het verbod en artikel; 12 MAR omschrijft welke gedragingen als marktmanipulatie gelden, zoals kunstmatige koerssturing of misleidende signalen. Deze bepalingen zijn echter uitsluitend van toepassing op financiële instrumenten. Dat begrip is strikt gedefinieerd in de Europese wetgeving (art. 3 MAR jo. MiFID II). Het gaat om producten die bedoeld zijn om te beleggen, verhandelen of risico’s af te dekken op gereguleerde markten. Denk aan aandelen, obligaties, opties, futures, swaps, ETF’s, crypto-ETP’s en vergelijkbare derivaten.

Een flash-loantransactie binnen een DeFi-protocol kwalificeert daar onzes inziens niet onder, omdat zowel het smart contract als de onderliggende handeling géén financieel instrument vormen. Het smart contract creëert of belichaamt zelf geen verhandelbaar recht: je kunt een smart contract niet kopen of verkopen zoals een aandeel, obligatie of token. Het biedt ook geen aanspraak op een onderliggende waarde, geen kapitaal, geen schuld, geen winst, geen rendement. Het contract voert slechts transacties uit, maar vertegenwoordigt zelf geen economische claim. Bovendien is een smart contract geen beleggingsproduct; het wordt niet aangeboden als investering, maar als technisch uitvoermechanisme dat vooraf gedefinieerde handelingen uitvoert. Daarom kan een smart contract onzes inziens niet kwalificeren als “financieel instrument” in de zin van het Europees marktmisbruikrecht. Hierdoor kan een flash-loan-gedreven prijsverschuiving in de regel niet worden aangemerkt als marktmanipulatie in de zin van artikel 12 MAR.

MiCAR introduceert in Titel VI, met name artikel 86 en volgende, een Europees kader voor marktmisbruik op crypto-assetmarkten. Deze bepalingen gelden vanaf 30 december 2024 voor crypto-assets die onder de definitie van artikel 3 MiCAR vallen en die worden verhandeld op een MiCAR-gereguleerd crypto-asset trading platform. De verordening verbiedt handelingen die de prijs kunstmatig beïnvloeden, misleidende signalen afgeven, handel simuleren of misleidende of onjuiste informatie verspreiden. MiCAR ziet uitsluitend op crypto-assets die geen financiële instrumenten onder MiFID II zijn. Smart contracts vallen niet onder deze definitie; zij vormen als gezegd enkel de technische infrastructuur waarbinnen transacties worden uitgevoerd.

Voor de handhaving vereist MiCAR dat lidstaten bestuursrechtelijke maatregelen treffen, zoals sancties en toezicht door de nationale autoriteit (in Nederland de AFM), zoals geregeld in artikel 90 en verder. MiCAR verplicht lidstaten niet om strafrechtelijke bepalingen te creëren, waardoor deze regels in Nederland geen automatische doorwerking hebben in de Wet op de economische delicten. Sinds 4 februari 2025 is marktmanipulatie via de WED strafbaar gesteld.

Onzes inziens kwalificeert de flash-loantransactie binnen een DeFi-protocol echter doorgaans niet als marktmanipulatie onder artikel 91 MiCAR. Bij een flash loan leent iemand voor korte tijd een grote hoeveelheid tokens, verschuift tijdelijk een prijs binnen een protocol en voert vervolgens een voor hem voordelige transactie uit, waarna de lening in dezelfde handeling wordt terugbetaald. Hoewel dit technisch een vorm van prijssturing is, blijft deze prijsbeweging meestal beperkt tot de interne logica van een smart contract. De prijs die verschuift, is niet noodzakelijkerwijs de marktprijs op een MiCAR-platform en ziet vaak op crypto-assets die niet binnen de MiCAR-definitie vallen. Omdat smart contracts geen crypto-assets zijn en omdat marktmanipulatie onder MiCAR alleen kan bestaan wanneer een handeling daadwerkelijk betrekking  of effect heeft op de handel in een MiCAR-crypto-asset op een gereguleerd platform, ontbreekt in vrijwel alle flash-loansituaties de vereiste koppeling met de in MiCAR gereguleerde markt. Alleen wanneer een flash-loanactie rechtstreeks de prijs beïnvloedt van een crypto-asset die onder MiCAR valt en op een MiCAR-platform wordt verhandeld, kan een analyse richting marktmanipulatie worden gemaakt, al blijft dat in de praktijk uitzonderlijk.

Het is uiteraard een jong rechtsgebied dus we zijn benieuwd naar jullie visie hierop.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

#647: Code is law: niet elke hack is een misdrijf

De recente Amerikaanse zaak tegen twee aan het MIT opgeleide broers, beschuldigd van een ‘cryptocurrency-heist’ van circa 25 miljoen dollar, is geëindigd in een mistrial. Los van de uitkomst onder Amerikaans recht illustreert de zaak een bredere realiteit: bij decentrale financiële protocollen (DeFi) is de grens tussen technisch toelaatbaar en juridisch strafbaar niet vanzelfsprekend. In het Nederlandse strafrecht vergt de kwalificatie van ‘hacks’ een toetsing aan tenlastegelegde delictsomschrijvingen. Niet elke exploit [1] of onbedoelde uitkomst van een smart contract [2] levert een misdrijf op.

LEES VERDER

#642: De maat is vol, het beslag gaat eraf!

De beklagprocedure van artikel 552a Sv biedt rechtsbescherming bij de ongelimiteerde wens van het Openbaar Ministerie om beslag te leggen. Het lijkt er soms op dat deze rechtsgang wordt gefrustreerd door stukken niet aan te leveren en zittingen ongemotiveerd uit te stellen. De rechtbank Gelderland steekt hier een stokje voor. De beschikking van de rechtbank Gelderland van 27 augustus 2025 laat zien hoe fundamenteel de beklagprocedure is en hoe alles valt of staat met het beslagdossier.

LEES VERDER

#638: Omzeilt het OM in de jacht op overtreders van de Ruslandsancties zélf rechtstatelijke waarborgen?

Nog altijd zijn sancties hot & happening (zie onze eerdere bijdragen over de sanctiewetgeving: #580, #605, en #621). Dat sancties actueel zijn blijkt opmerkelijk genoeg uit een civiele beschikking van de rechtbank Gelderland van 5 september jl. De verzoekende partij in dit geding was het Openbaar Ministerie, de verweerder betrof het Arnhemse Jet Air Equipment B.V. (hierna: Jet Air). Volgens het Openbaar Ministerie had Jet Air structureel sanctiewetgeving overtreden door vliegtuigonderdelen te leveren aan Rusland. Het verzoek van het Openbaar Ministerie Jet Air verboden te verklaren en de vennootschap te ontbinden (op grond van artikel 2:20 BW), werd door de rechtbank volledig toegewezen.

LEES VERDER

#634: Zomer in de lucht

De zomer is in volle gang en de vakantieperiode en komkommertijd zijn inmiddels ook begonnen. Ook voor ons een mooi moment voor een korte zomerpauze, om even op te laden, terug te blikken op de ontwikkelingen van de afgelopen tijd en vooruit te kijken naar wat nog komen gaat.

We wensen iedereen een fijne zomer toe en zijn vanaf woensdag 27 augustus weer terug. Tot dan!

Loading new posts...
No more posts