#389: Vermengen

Het leerstuk van witwassen kent vele complexe vraagstukken. Wanneer is geld uit misdrijf afkomstig? En als geld uit misdrijf afkomstig is, is het dan ook direct wederrechtelijk verkregen voordeel? Of wanneer is er sprake van een verhullingshandeling? Deze vraagstukken komen veelvuldig aan de orde in diverse Vaklunches. Eén aspect van de witwasproblematiek is echter nog niet vaak aan bod gekomen. Het betreft de vermengingsproblematiek. Een recent arrest van de Hoge Raad geeft daar nu aanleiding toe.Lees verder

#388: Een zaak is een zaak

In Vaklunch #386 schreven we over een kostenvergoedingsprocedure in de zin van artikel 530 Wetboek van Strafvordering (Sv) waarin het Openbaar Ministerie het standpunt innam dat in dat geval geen sprake was van “een zaak”. De reden was dat de verdenking nog niet was ingeschreven in de registers. Daarmee heeft Rechtbank Amsterdam korte metten gemaakt. Ons inziens is dat terecht. Uit recente jurisprudentie blijkt dat het Openbaar Ministerie vaker het verweer voert dat van “een zaak” geen sprake is geweest terwijl er wel sprake is van een verdachte en dat het verzoek om kostenvergoeding om die reden moest worden afgewezen. Gelukkig maakt ook Rechtbank Den Haag daar korte metten mee en deze geeft een heldere uitleg van wanneer sprake is van “een zaak”.Lees verder

#386: Wanneer is een zaak een zaak?

Als een strafzaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, dan kan de gewezen verdachte een verzoek doen om een vergoeding van de advocaatkosten. De rechter kan dat verzoek (deels) toewijzen indien de rechter dat billijk vindt. Hoewel de verdediging in een strafrechtelijk onderzoek – ook als een verdenking achteraf onterecht blijkt te zijn – in de praktijk kostbaar kan zijn, verzet het Openbaar Ministerie zich regelmatig tegen zo’n verzoek. Daarbij komen vele uiteenlopende verweren aan de orde. In een recente zaak waar Rechtbank Amsterdam oordeelde nam het Openbaar Ministerie zelfs het standpunt in dat van “een zaak” geen sprake was geweest.Lees verder

#385: Informanten bemantelen

In Vaklunch #268 schreven wij over de functie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI), de opvolger van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE). De TCI houdt zich, onder gezag van de TCI-officier van justitie, bezig met het verkrijgen van strafrechtelijk relevante informatie door in contact te treden met (criminele) informanten. In die Vaklunch schreven wij met name over hoe grip kan worden gekregen op deze informatie door middel van het horen van getuigen. In een recente zaak zien wij hoe een rechtbank, een hof en het Openbaar Ministerie omgaan met dit soort getuigenverzoeken.Lees verder

#384: Petje op, petje af…

Controlebevoegdheden en opsporingsbevoegdheden zijn in de wet duidelijk van elkaar gescheiden. De pet van de controle- en opsporingsambtenaar zijn overduidelijk verschillend. Deze petten mogen niet lukraak worden gewisseld. Opsporingsbevoegdheden mogen alleen worden ingezet op basis van een verdenking en conform de wettelijke bepalingen. Opsporing kan dus niet worden gebaseerd op wettelijke controlebevoegdheden. Toch blijkt het in de praktijk verleidelijk om onder de noemer ‘controle’ aan opsporing te doen.Lees verder

#383: Appelleren ≠ riskeren

Appelleren is riskeren is een vaak gehoorde kreet. Het lijkt zelfs soms alsof rechtbanken een net iets lagere straf opleggen dan op basis van de feiten verwacht zou worden, om te voorkomen dat een verdachte in hoger beroep gaat. Het risico op een hogere straf zorgt er dan voor dat de verdachte het vonnis van de rechtbank op de koop toe neemt en berust in de uitkomst. Gelukkig kan een hoger beroep ook goed uitpakken zodat deze recht doet aan de feiten.Lees verder

#382: Is het ambtsgeheim geschonden?

Iedere vorm van macht gaat gepaard met verleidingen. Dat is niet altijd ingegeven door eigen gewin, maar soms speelt nieuwsgierigheid de mens ook parten. Ambtenaren beschikken over een vorm van macht over burgers, mede in de zin dat zij toegang kunnen krijgen tot vertrouwelijke informatie over die burgers. Die gegevens moeten op basis van de wet geheim blijven. Schending van die plicht is onder omstandigheden strafbaar. Maar daarvan is niet zomaar sprake.Lees verder

#380: Frappez, frappez toujours

In de eerdere Vaklunches #375 en #378 schreven wij al over de onderzoeksproblemen die in fraudeonderzoeken vaak voorkomen. Veel onderzoeken worden geplaagd door negatieve effecten van de lange duur van een onderzoek. Daarbij komt de waarheidsvinding al snel in het gedrang en is het de vraag of het onderzoek dan nog voldoende basis kan bieden voor een eerlijk proces. Het is van belang om deze vraag te blijven stellen aan het Openbaar Ministerie. Niet enkel of pas ter zitting, maar juist vóórdat het zover is. Alleen dan kan worden voorkomen dat betrokkenen met een (wellicht onterechte) openbare procedure worden geconfronteerd, met alle mogelijke gevolgen van dien.Lees verder

#379: Exporteren

De Sanctiewet 1977 is een kaderwet en is de grondslag voor de uitwerking van (inter)nationale regels ter uitvoering van de internationale sanctiemaatregelen. Doel van de wet is bestrijding van onder meer ongewenste handel, witwassen en terrorisme. Diverse onderdelen van de sanctieregelgeving vereisen dat eerst een vergunning moet worden verkregen alvorens goederen mogen worden verkocht en geëxporteerd. In deze sanctiezaken is vaak een discussiepunt wanneer sprake is van export. Een recent arrest van Gerechtshof Amsterdam geeft antwoord op deze vraag.Lees verder

#378: Te veel hooi op de vork

Zeker in fraudezaken is een bekend probleem dat onderzoeken lang duren. Vaak te lang. Dat kan met verschillende factoren te maken hebben, maar het effect is vaak hetzelfde: als de zaak uiteindelijk voor de rechter komt is gemakkelijk een decennium of langer verstreken sinds de feiten die centraal staan in het onderzoek. Dat heeft allerlei nadelige effecten op de mogelijkheid om aan waarheidsvinding te doen, zie daartoe bijvoorbeeld ook Vaklunch #292 en Vaklunch #375. Ook heeft het een enorme impact op de verdachte en zijn of haar omgeving. Naast het feit dat onderzoeken vaak lang duren, zijn ook rechtbanken en hoven vaak te druk. Zij moeten al geruime tijd zoveel zaken behandelen dat nieuwe zaken simpelweg achter in de rij moeten aansluiten. Inmiddels wordt daar nog een complicerende factor aan toegevoegd: de corona-effecten. De rechtbanken lijken het aanbod van zaken met de beperkte zittingscapaciteit niet het hoofd te kunnen bieden. Kan dat niet anders?Lees verder