#454: Een nieuw jaar, een nieuw team

Een kleine terugblik op het afgelopen jaar leert ons dat de Covid-19 pandemie de rechtspraktijk niet heeft doen stilstaan. Vorig jaar hoopten wij dat in de nasleep van de toeslagenaffaire het jaar 2021 in het teken zou staan van de rechtsbescherming. En hoewel we er nog lang niet zijn, lijken rechters soms kleine stapjes in de juiste richting te zetten.

De ontwikkelingen op dit moment in onze praktijk zijn enorm groot; van een nieuw Europees Openbaar Ministerie tot een veelvoud aan nieuwe zaken op het gebied van cybercrime en corruptie. Zaken waar de grenzen nog grijs gekleurd zijn. Prachtige nieuwe uitdagingen voor het jaar 2022 liggen dus in het verschiet!

En ook Vaklunch.nl maakt een mooie ontwikkeling door. In het jaar 2022 zullen wij nog steeds elke woensdag een artikel met jullie delen over een onderwerp dat ons aan het hart gaat. Maar vanaf 2022 breiden wij ons team uit met Luce Smithuijsen, Judith Gijsen en Linda Gruijthuijsen. Afgelopen zomer waren zij al gastschrijver bij Vaklunch.nl maar we zijn ontzettend blij dat we hen nu vast bij ons team mogen verwelkomen.

Voor nu wensen wij iedereen hele fijne feestdagen en een gelukkig maar vooral gezond Nieuw Jaar!

Hartelijke groeten,

Mariëlle Boezelman & Judith de Boer

Hertoghs Advocaten

N.B. De eerstvolgende Vaklunch verschijnt op 5 januari 2022

#445: Overall fairness weegt het zwaarst

De uitspraak die het EHRM begin dit jaar deed inzake Keskin tegen Nederland houdt de gemoederen nog altijd bezig. Wij schreven in Vaklunch #413, #421 en #436 al over dit arrest en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse rechtspraak. Kortgezegd heeft Keskin ertoe geleid dat het toetsingskader voor het mogen horen van getuigen door de verdediging gedeeltelijk op de schop ging. In zijn post-Keskin-arrest stelde de Hoge Raad vast dat de onderbouwingseisen voor getuigenverzoeken moesten worden bijgesteld ten aanzien van niet eerder door de verdediging gehoorde getuigen à charge. Het nieuwe kader moet via de (lagere) rechtspraak uitkristalliseren. Toch zag de Hoge Raad vorige week aanleiding om de eigen rechtspraak op dit punt nog verder te verduidelijken. READ MORE

#428: Het EOM, samenwerking is key

In Vaklunch #426 schreven wij over de materiële bevoegdheden van het Europees Openbaar Ministerie. Kort gezegd komt het erop neer dat het EOM strafbare feiten kan vervolgen die de financiële belangen van de Europese Unie schaden overeenkomstig de betreffende Verordening en Richtlijn. Maar zoals wij reeds in Vaklunch #426 constateerden levert het startschot van het EOM nog veel vragen op. Zoals: waar worden strafbare feiten vervolgd en welke bevoegdheden heeft het EOM?READ MORE

#427: Eenzijdig onderzoek is geen onderzoek

De primaire taak van het Openbaar Ministerie is waarheidsvinding. Het is aan de officier van justitie, als leider van het opsporingsonderzoek, om op onbevooroordeelde wijze het strafdossier samen te stellen. Hoewel in een opsporingsonderzoek zowel naar belastend als naar ontlastend bewijsmateriaal dient te worden gezocht, signaleerden wij eerder al dat opsporingsinstanties in de praktijk niet zelden al bij aanvang in een bepaalde groef zitten en maar weinig aandacht hebben voor het verhaal van de verdachte. Hof Arnhem-Leeuwarden stak daar in een recent arrest echter een stokje voor. In dit arrest tikte het hof het Openbaar Ministerie op de vingers met een niet-ontvankelijkverklaring vanwege onder meer een eenzijdig en onvolledig opsporingsonderzoek.READ MORE

#417: De (vol)macht van de Hoge Raad

De Hoge Raad is duidelijk: een volmacht die de advocaat aan de griffie zendt ten behoeve van het indienen van een rechtsmiddel dient te voldoen aan specifieke eisen. Voldoet de volmacht niet aan die eisen dan is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. Een fout kan in de praktijk worden gemaakt en heeft verstrekkende gevolgen voor de verdachte. Zeker als het gaat om een veroordeling met een vrijheidsbenemende straf. De verdachte staat dan met lege handen. Maar in sommige gevallen toont de Hoge Raad zich – ons inziens geheel terecht – milder.READ MORE

#412: De (on)mogelijkheden van nieuw beleid

Het Openbaar Ministerie is exclusief belast met het vervolgen van strafbare feiten. Het heeft voor de afdoening van vervolgbare feiten een arsenaal aan mogelijkheden. Zo kan het Openbaar Ministerie uiteraard een dagvaarding uitbrengen maar ook kan gekozen worden voor de strafbeschikking, een transactie, het ad informandum voegen van feiten, het overdragen van de zaak aan een andere instantie, of kiezen voor seponering van de zaak. Voor deze laatste afdoeningsmodaliteit zijn nieuwe beleidsregels opgesteld. Op 1 maart 2021 is de nieuwe Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden in werking getreden. Wat brengt deze nieuwe Aanwijzing ons? READ MORE

#404: De toonzetting voor het nieuwe jaar

Nog vlak voor de jaarwisseling eindigt het Openbaar Ministerie met een duidelijk persbericht en zet daarmee de toon voor het nieuwe jaar. Een hoogleraar belastingrecht krijgt een boete van € 50.000 opgelegd in de vorm van een strafbeschikking. De strafbeschikking is een strafmodaliteit die door het Openbaar Ministerie kan worden opgelegd. De motivering geeft inzicht in de gedachtegang van het Openbaar Ministerie in de strafwaardigheid en kan daarmee ook nuttig zijn voor andere zaken.READ MORE

#403: Wat een jaar!

Aan het begin van dit jaar werd de wereld getroffen door de COVID-19 pandemie. Thuis werken werd de nieuwe norm, rechtbanken sloten en achterstanden liepen op. Op dit moment is ons land opnieuw in lockdown en zullen we de feestdagen in kleine kring vieren.

Juridisch gezien wordt dit jaar misschien wel het meest gekenmerkt door de toeslagenaffaire. Hoe heeft het zo mis kunnen gaan bij de Belastingdienst, de politiek en de rechterlijke macht bij de rechtsbescherming van belastingplichtigen? Het laat maar weer eens zien hoe belangrijk de rechtsstaat is en hoe belangrijk het is de burger te beschermen tegen het machtige overheidsapparaat.

Genoeg redenen om 2021 in het teken te laten staan van de rechtsbescherming! Wij zullen hier in ieder geval ons steentje aan blijven bijdragen. Vanaf 2021 doen wij dat allebei als partner verbonden aan Hertoghs Advocaten. Een mooie nieuwe uitdaging waar we heel veel zin in hebben!

We wensen jullie allemaal fijne dagen en een gezond en mooi 2021. De eerste volgende Vaklunch verschijnt op woensdag 6 januari 2021, tot dan!

Mariëlle Boezelman & Judith de Boer

#402: Signed, sealed, delivered

In de echte wereld is ‘blind’ tekenen van contracten aan de orde van de dag. We gaan er nadat is getekend graag vanuit dat ieder woord is gelezen en begrepen door degene die het heeft getekend. Maar dat kan niet anders dan een illusie zijn. In het bedrijfsleven zijn er adviseurs om contracten te beoordelen en te duiden voordat die ondertekend worden. In een privésituatie is dat anders, daar teken je mogelijk ‘blind’ maar in goed vertrouwen op degene die het contract heeft voorbereid. Als je het achteraf niet met het contract eens bent betekent dat uiteraard niet dat je niet aan het contract zou zijn gebonden. “Dan had je het maar beter moeten lezen”, nietwaar? Maar levert het ‘blind’ tekenen van een contract ook mogelijke strafrechtelijke verwijtbaarheid op? Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees over dit vraagstuk recent een mooi arrest.

In deze zaak is de betrokkene verdacht van het valselijk opmaken van twee koopovereenkomsten van woningen, waarin te lage verkoopprijzen zijn opgenomen. In plaats van de werkelijke verkoopprijs van respectievelijk € 210.000 en € 600.000 is op de overeenkomsten respectievelijk € 150.000 en € 500.000 opgenomen. Ook is hij verdacht van het gebruik maken van deze valse documenten. In eerste aanleg is de betrokkene veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur.

In hoger beroep is aangevoerd dat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard, omdat de verdachte erop vertrouwde dat de koopovereenkomsten in orde waren en ze ‘blind’ heeft getekend. De verdachte heeft thuis in het gesprek aan de keukentafel de te lage koopsommen in de overeenkomsten niet opgemerkt. Hij heeft het getekend, mede vanwege de jarenlange vriendschappelijke betrekkingen met de verkopende familie. Hij heeft al pratende aan de keukentafel getekend en vertrouwde op de expertise van zijn eigen vader die goed bevriend is met de betrokken familie.

Het hof overweegt dat als uitgangspunt geldt dat iemand pas overgaat tot het paraferen en ondertekenen van een koopovereenkomst van onroerend goed, nadat hij kennis heeft genomen van (in ieder geval) de in die koopovereenkomst opgenomen koopsom, aangezien de koopsom als een cruciaal onderdeel van een dergelijke overeenkomst moet worden beschouwd. Het hof stelt zich wel de vraag of de lezing van verdachte, dat hij op het moment van tekenen niet op de hoogte was van de te lage koopsommen, aannemelijk is geworden.

Daarbij leidt het hof uit het dossier het volgende af: “(…) de plannen tot verkoop en aankoop van de betreffende woningen en appartementen zijn geïnitieerd, opgezet en inhoudelijk zijn vormgegeven door [vader verdachte] en [betrokkene 1] . [vader verdachte] en [betrokkene 1] waren beiden ervaren in de handel in vastgoed. Zij waren in het verleden zakenpartners. [vader verdachte] wilde verdachte (zijn zoon) op weg helpen met vastgoed en [betrokkene 1] wilde zijn onroerend goed van de hand doen. De koopovereenkomsten met te lage koopsombedragen zijn op verzoek en in opdracht van [betrokkene 1] door diens vaste notaris opgesteld.”

Het hof bevestigt dat aannemelijk is geworden dat de verdachte op het moment van tekenen niet op de hoogte was van de te lage koopsommen. Het hof oordeelt op basis van alle omstandigheden dat “niet [is] komen vast te staan dat verdachte – in deze gegeven bijzondere omstandigheden – op het moment van parafering en ondertekening van de koopovereenkomsten op de hoogte was van de hierin te laag opgenomen koopsommen.” Het hof acht het voor een veroordeling vereiste opzet op valsheid van de overeenkomsten dan ook niet wettig en overtuigend bewezen.

 In dit geval verwachtte het Openbaar Ministerie wellicht dat het bewijs met de inhoud van het contract al was geleverd. Gelukkig waren de verdediging en het hof alerter dan dat. Ons inziens heeft het hof de beschikbare bewijsmiddelen heel zuiver beoordeeld en is het tot een terechte vrijspraak gekomen. Uiteraard biedt dit arrest geen garantie op een vrijspraak in ieder geval van ‘blind’ tekenen van contracten. Het is en blijft afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de zaak en het bewijs dat het Openbaar Ministerie levert.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

#401: De integriteit van de rechtsstaat staat op het spel

Waar gaat het naar toe met de rechtsstaat? Dat is de vraag die bij ons opkomt bij het lezen van het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2020. De Hoge Raad geeft in dit arrest een overzicht van de arresten die als leidend gelden voor de toepassing van artikel 359a Sv en ziet aanleiding de precieze formulering van enkele daarin opgenomen maatstaven te nuanceren of bij te stellen. Een bekend spoorboekje met enkele nuances, maar dat toch een vervelende nasmaak krijgt.

Artikel 359a Sv biedt een mechanisme dat indien politie en justitie zich niet aan de strafvorderlijke regels houden daar gevolgen aan kunnen worden verbonden. Strafvermindering, bewijsuitsluiting en in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, behoren tot de mogelijkheden. Helaas blijft het veelal bij een constatering van het verzuim, zonder consequenties. In diverse Vaklunches, zoals #346, #320 of #304 hebben wij onze zorgen geuit over het feit dat dit meer vormverzuimen in de hand werkt. De Hoge Raad draagt daar nu zijn steentje aan bij.

De nuanceringen die de Hoge Raad aanbrengt op de eerdere rechtspraak zien in de eerste plaats op de bestaande beperking tot vormverzuimen die zijn begaan bij “het voorbereidend onderzoek” tegen de verdachte. De Hoge Raad verduidelijkt dat het niet alleen gaat om handelingen of vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, maar dat het ook kan gaan om een vormverzuim of onrechtmatige handeling die van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit.

In de tweede plaats gaat de Hoge Raad in op de toepassingsvoorwaarden voor de rechtsgevolgen strafvermindering, bewijsuitsluiting respectievelijk niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Het toetsingskader wordt met name verduidelijkt op punten. Tot slot maakt de Hoge Raad enkele opmerkingen over de beoordeling van de feitelijke grondslag van verweren die strekken tot toepassing van artikel 359a Sv. Het gaat de omvang van deze Vaklunch te buiten om de nuanceringen te bespreken.

Waar wij wel graag aandacht aan willen besteden is het oordeel van de Hoge Raad dat het niet de taak en verantwoordelijkheid van de strafrechter is, de rechtmatigheid en de integriteit van het optreden van politie en justitie als geheel te bewaken. De strafrechter moet zich aldus met name bezig houden met de vraag of de verdachte het gedaan heeft. Deze houding werkt ons inziens misstanden in de hand. Conform de machtenscheiding van Montesquieu dienen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht elkaar te controleren. Echter onze rechter controleert kennelijk alleen of de burger zich houdt aan het Wetboek van Strafrecht. Of de uitvoerende macht zich daarbij houdt aan het Wetboek van Strafvordering is duidelijk van ondergeschikt belang. Slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen daar consequenties aan worden verbonden.

Welke middelen hebben wij als burger dan wel om ervoor te zorgen dat politie en justitie zich integer gedragen? Wij kunnen een klacht indienen of aangifte doen. Als je het ons vraagt wordt het zo van kwaad tot erger. Het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering zijn dusdanig met elkaar verbonden dat een schending van de wet door de overheid wel degelijk gevolgen zou moeten hebben voor een strafzaak van de verdachte. Dat beoogt het systeem van checks and balances ook zodat de rechtsprekende macht toezicht houdt op de uitvoerende macht. De rechter zou juist moeten instaan voor de integriteit van het justitiële systeem als een geheel. Een gemiste kans om recht te doen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

 

Loading new posts...
No more posts