#477: Procesafspraken, it takes three to tango

Procesafspraken blijven de gemoederen bezig houden. Wij schreven hierover al in Vaklunch #450, #465 en #470. Uit de daarin aangehaalde jurisprudentie blijkt dat rechters wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag uiteenlopende criteria toepassen bij de beoordeling van procesafspraken. Zo toetste rechtbank Overijssel begin dit jaar of procesafspraken helpen een bijdrage te leveren aan de ontlasting van het strafrechtsysteem, terwijl hof Arnhem-Leeuwarden afgelopen april procesafspraken beoordeelde op efficiency, duidelijkheid voor de andere betrokken partijen en effectiviteit. Afgelopen week gooide rechtbank Zeeland-West-Brabant het over een compleet andere boeg door te toetsen of de procesafspraken in kwestie voldeden aan ‘twee voorwaarden die het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) stelt aan afsprakenprocedures’. Hoe pakte dat uit?LEES VERDER

#466: Vereenzelviging en una via: pas op voor dubbele bestraffing

Het una via-beginsel is een van de belangrijkste beginselen in het fiscale (straf)recht. Dit beginsel – dat is vastgelegd in artikel 243 Sv en artikel 5:44 Awb – dwingt de autoriteiten een keuze te maken tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke bestraffing van een overtreding. In Vaklunch #423 stonden we stil bij de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie. De rechtspraak is duidelijk: wanneer iemand voor een feit via het bestuursrecht is beboet, kan die persoon niet vervolgens voor datzelfde feit ook nog worden vervolgd, en vice versa. Maar wat als de bestuurlijke boete is opgelegd aan een rechtspersoon en vervolgens de directeur-grootaandeelhouder (DGA) wordt vervolgd op basis van hetzelfde feitencomplex? Over die vraag laat de Hoge Raad zich uit in zijn arrest van 15 maart.

LEES VERDER

#442: Ten overvloede: de suppletieplicht

Zodra een belastingplichtige constateert dat hij een aangifte omzetbelasting in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan en te weinig belasting is betaald, dan is hij op grond van artikel 15, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit gehouden alsnog de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken door middel van een suppletie aangifte. Indien niet of niet tijdig, of niet op de door de inspecteur aangegeven wijze een suppletie wordt gedaan dan wordt dit aangemerkt als een overtreding. In geval van opzet of grove schuld kan daarvoor op grond van artikel 10a, lid 3, AWR een boete worden opgelegd. De vraag is of deze boete niet in strijd is met het nemo tenetur beginsel. Deze rechtsvraag komt – geheel ten overvloede – aan de orde in een recent arrest van de Hoge Raad van 24 september 2021.LEES VERDER

#407: Over EHRM-proof verklaringen

Over de toepassing van het ondervragingsrecht van getuigen is in de loop der jaren veelvuldig geprocedeerd. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt met enige regelmaat gevraagd zich hierover uit te laten, hierover schreven wij al in Vaklunch #10. De jurisprudentie van het EHRM biedt veel houvast voor de wijze waarop nationale rechters met deze vraagstukken om moeten gaan. Maar het gaat niet altijd goed in de feitenrechtspraak.  Zo ook in de zaak die landelijk bekend staat als de ‘chaletmoord’.  In die zaak is aan de Hoge Raad voorgelegd of steunbewijs voor de verklaring van niet door de verdediging ondervraagde getuigen kan worden gevonden in de verklaring van een andere niet door de verdediging ondervraagde getuige.LEES VERDER

#253: Schizofrenie en de onschuldpresumptie

De onschuldpresumptie is een groot goed in ons rechtsstelsel. Dit recht is vastgelegd in artikel 6, lid 2, van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Iedereen die verdacht wordt van een strafbaar feit komt dit recht toe. De Hoge Raad en rechters in den lande onderkennen op zichzelf dat ook in fiscale zaken onder omstandigheden de onschuldpresumptie gerespecteerd moet worden. Toch lijken beeld en geluid bij de toepassing op concrete zaken niet te kloppen.

LEES VERDER

#209: De strafrechter en het nemo tenetur beginsel

Het eeuwige spanningsveld tussen het strafrecht en het fiscale recht is dat de verdachte een zwijgrecht heeft en het recht om zichzelf niet te incrimineren, terwijl de belastingplichtige een informatieplicht heeft. Dit botst nogal eens. De verhouding tussen beiden is al diverse keren aan de orde geweest. Bestaat bijvoorbeeld nog een fiscale informatieverplichting op het moment dat je verdachte bent? Het 12 juli-arrest dat daarover gaat is alom bekend. In dit arrest was een geschil of de Belastingdienst fiscaal relevante informatie op straffe van het verbeuren van een dwangsom mag vorderen van een belastingplichtige, terwijl deze informatie mogelijk incriminerend kan zijn voor deze belastingplichtige. De Hoge Raad oordeelde kort gezegd dat een ieder is gehouden om aan zijn wettelijke fiscale verplichtingen te voldoen. Echter, het is vervolgens aan de straf- of boeterechter om afgedwongen wilsafhankelijk materiaal uit te sluiten voor de boete. Hoe gaat de strafrechter nu om met deze jurisprudentie?LEES VERDER

#203: Onrechtmatig bewijs in de fiscaliteit

Vormverzuimen in het belastingrecht en het strafrecht worden in de huidige tijd met de mantel der liefde bedekt. De jurisprudentie van de Hoge Raad is zeer strikt als het gaat om het verbinden van gevolgen aan vormverzuimen. Het idee daarachter is dat een belastingplichtige of een verdachte niet mag profiteren van fouten die door de overheid worden gemaakt. Gelukkig zijn er – nog steeds – grenzen. Een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 november 2016 die begin 2017 werd gepubliceerd geeft een mooi voorbeeld van een zaak in het belastingrecht omtrent een informatiebeschikking waarin een inspecteur veel te ver is gegaan zodat het door hem verzamelde materiaal op geen enkele wijze in de procedure mag worden gebruikt.LEES VERDER

#186: Wie moet op de Salduz-blaren zitten?

Het is inmiddels bijna tien jaar geleden dat het ‘Salduz-arrest’ is gewezen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In het Salduz-arrest heeft het EHRM – kortgezegd – uitgemaakt dat iedere (aangehouden) verdachte recht heeft op toegang tot een raadsman. Het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM en de daaruit voortvloeiende verdedigingsrechten staan in Europa hoog in het vaandel. Maar met name de vraag welke consequenties moeten worden verbonden aan een schending van – in dit geval – het recht op een raadsman houdt partijen nogal eens verdeeld. Als het recht geschonden is, wie moet dan op de Salduz-blaren zitten? De overheid of toch de verdachte zelf?LEES VERDER

#185: Conservatoir beslag moet proportioneel zijn

Het Openbaar Ministerie heeft gedurende het vooronderzoek vergaande mogelijkheden om conservatoir beslag te leggen. Conservatoir beslag (artikel 94a Sv) wordt gelegd ter zekerheid van verhaal voor een op te leggen geldboete, schadevergoedingsmaatregel en/of ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Het Openbaar Ministerie maakt gulzig gebruik van deze mogelijkheid wetende dat de rechtsmiddelen van de verdachte beperkt zijn en de rechter slechts marginaal het beslag kan toetsen. ‘Afpakofficier’ Dirk ten Boer vertelde laatst nog trots in een interview in Opportuun dat momenteel nog meer dan € 1,4 miljard onder beslag ligt. Onlangs heeft het Europese Hof een uitspraak gedaan over de proportionaliteit van het beslag in relatie tot het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 eerste Protocol. Geeft deze uitspraak de verdediging handvatten om het grijpgrage Openbaar Ministerie te temmen?LEES VERDER

Loading new posts...
No more posts