#434: Advocaten, acrobaten

Bijna vijf jaar geleden, in Vaklunch #142, schreven wij over de grens tussen voorbereiding en beïnvloeding van getuigen. Dit kan soms een ingewikkelde evenwichtsoefening zijn: de advocaat moet als een koorddanser balanceren tussen enerzijds de beste belangenbehartiging voor zijn cliënt en anderzijds een neutrale voorbereiding. Wij concludeerden toen dat een cruciale factor voor de beoordeling of sprake was van beïnvloeding van een getuige de vraag was of die getuige woorden in de mond waren gelegd. Welke ontwikkelingen hebben zich sindsdien op dit gebied voorgedaan?Lees verder

#421: Een zetje in de juiste richting

“Ik heb er geen actieve herinnering aan”. Op de een komt het over als een slap excuus, voor anderen is dit antwoord het enige juiste. Dat het geheugen feilbaar is weet iedereen die werkzaam is in de strafpraktijk maar al te goed. Toch wordt veel waarde gehecht aan getuigenverklaringen. Gelet daarop menen wij dat er dan ook gelegenheid moet worden geboden om die verklaringen goed te onderzoeken. Zoals wij in Vaklunch #413 al concludeerden is dat in het Nederlandse proces geen gegeven. Zelfs voor het horen van een belastende getuige moet het verzoek van de verdediging om deze getuige zelf te horen aan vele eisen voldoen. De eisen zijn neergelegd in het “spoorboekje” van het arrest van de Hoge Raad van 4 juli 2017. Maar zijn deze eisen wel EVRM-proof?Lees verder

#416: Een herstelbaar verzuim?

Veelvuldig hebben wij geschreven over het feit dat de juistheid van een proces-verbaal niet zonder meer kan worden aangenomen, en niet zonder reden. Hierover schreven we onder meer al in Vaklunches #12#43#99,  #132, #148 en #320. Het ligt in de lijn der verwachting dat (opzettelijke) onjuistheden in processen-verbaal vaker voorkomen dan ze aangetoond kunnen worden in de praktijk. De besproken jurisprudentie in die Vaklunches zal dus slechts het topje van de ijsberg zijn. Wat wij moeilijk kunnen verkroppen is dat hier zo lichtzinnig mee wordt omgegaan. Immers, als er bewijs is dat er fouten door de opsporingsambtenaren zijn gemaakt in de processen-verbaal dan kan dit bewijs veelal ook meteen dienen om de geconstateerde fouten met de mantel der liefde te bedekken. Het probleem is daarmee dan toch opgelost?Lees verder

#407: Over EHRM-proof verklaringen

Over de toepassing van het ondervragingsrecht van getuigen is in de loop der jaren veelvuldig geprocedeerd. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt met enige regelmaat gevraagd zich hierover uit te laten, hierover schreven wij al in Vaklunch #10. De jurisprudentie van het EHRM biedt veel houvast voor de wijze waarop nationale rechters met deze vraagstukken om moeten gaan. Maar het gaat niet altijd goed in de feitenrechtspraak.  Zo ook in de zaak die landelijk bekend staat als de ‘chaletmoord’.  In die zaak is aan de Hoge Raad voorgelegd of steunbewijs voor de verklaring van niet door de verdediging ondervraagde getuigen kan worden gevonden in de verklaring van een andere niet door de verdediging ondervraagde getuige.Lees verder

#257: Strafbare valkuilen

Fraude onderzoeken kenmerken zich door enorme omvangen. Dat uiteindelijk veel ordners van het procesdossier overbodig blijken als het écht tot een zitting komt zal menig rechter, officier van justitie en advocaat beamen. Het enorme aanbod aan opsporingsmiddelen leidt tot een evenzo groot aanbod aan in beslag genomen materiaal. En het komt vaak voor dat zich in dat materiaal informatie bevindt waarvan de verdachte zich afvraagt hoe men daar aan is gekomen. Veelal wordt tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vordering tot uitlevering van opgeslagen of vastgelegde gegevens ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) uit te vaardigen. Deze vordering mag niet aan een verdachte worden gericht. Dit kan bijvoorbeeld de adviseur, de bank of de vermogensbeheerder zijn. De vordering verplicht diegene tot het verlenen van medewerking én tot geheimhouding, ook – of wellicht juist – tegenover de verdachte. In een recente zaak liep een verdenking van schending van deze geheimhoudingsplicht met een sisser af.Lees verder

#246: Tijdsverloop en getuigenverklaringen

In Vaklunch #091 schreven wij over het feilbare geheugen van de mens. Tijd is een van de meest belangrijke factoren die van invloed is op de betrouwbaarheid van het geheugen. Een studie die wij toen aanhaalden waaruit volgt dat tijdsverloop van grote invloed is op de betrouwbaarheid van een verklaring is het onderzoek van R. Hoselberg e.a. getiteld ‘Individual differences in the accuracy of autobiographical memory’. Immers blijkt uit deze studie dat mensen vaak hun eigen ervaringen van bijvoorbeeld zes maanden geleden niet (eens) meer herinneren als zij deze teruglezen, maar ook vice versa. Een recent arrest van het Hof Amsterdam laat zien dat tijdsverloop van grote invloed kan zijn op de uitkomst van een zaak.Lees verder