#433: De meerwaarde van verhoorbijstand

Het is nog niet zo lang geleden dat verdachten het recht kregen op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Als gevolg van het ‘Salduz-arrest’ van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kunnen alle verdachten sinds 1 maart 2016 van dit recht gebruikmaken (zie ook Vaklunch #145). Vijf jaar na dato kan de balans worden opgemaakt, en wat blijkt: de meerwaarde van verhoorbijstand is onmiskenbaar.Lees verder

#432: Tweemaal is scheepsrecht?

Het Openbaar Ministerie is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van drie accountants. Het Openbaar Ministerie krijgt een flinke veeg uit de pan omdat het tot op heden geen duidelijkheid kan geven over de gemaakte belangenafweging bij de vervolgingsbeslissing.Lees verder

#430: De suppletieplicht versus het zwijgrecht

Het spanningsveld tussen de informatieplicht van een belastingplichtige en het recht zichzelf niet te incrimineren (het nemo teneturbeginsel) is een terugkerend onderwerp van discussie in fiscale boete- en strafzaken. Een recente conclusie van Advocaat-Generaal Ettema over de in artikel 10a Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) opgenomen suppletieplicht blaast deze discussie nieuw leven in, specifiek voor wat betreft het wilsafhankelijke karakter van de suppletie.
Lees verder

#429: Niets te verbergen

“Mensen die niet meewerken aan het verstrekken van informatie aan de inspecteur, hebben iets te verbergen.” In de praktijk legt de inspecteur dit nogal eens ten grondslag aan de stelling dat opzettelijk is gehandeld. Maar deze gevolgtrekking gaat niet op in het fiscale boeterecht. Dit kwam en passant ook aan bod in de – overigens om meerdere redenen zeer lezenswaardige – uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2021. In die zaak vernietigde de rechtbank een fiscale boete. In deze Vaklunch beperken we ons tot dit onderwerp.

Lees verder

#428: Het EOM, samenwerking is key

In Vaklunch #426 schreven wij over de materiële bevoegdheden van het Europees Openbaar Ministerie. Kort gezegd komt het erop neer dat het EOM strafbare feiten kan vervolgen die de financiële belangen van de Europese Unie schaden overeenkomstig de betreffende Verordening en Richtlijn. Maar zoals wij reeds in Vaklunch #426 constateerden levert het startschot van het EOM nog veel vragen op. Zoals: waar worden strafbare feiten vervolgd en welke bevoegdheden heeft het EOM?Lees verder

#427: Eenzijdig onderzoek is geen onderzoek

De primaire taak van het Openbaar Ministerie is waarheidsvinding. Het is aan de officier van justitie, als leider van het opsporingsonderzoek, om op onbevooroordeelde wijze het strafdossier samen te stellen. Hoewel in een opsporingsonderzoek zowel naar belastend als naar ontlastend bewijsmateriaal dient te worden gezocht, signaleerden wij eerder al dat opsporingsinstanties in de praktijk niet zelden al bij aanvang in een bepaalde groef zitten en maar weinig aandacht hebben voor het verhaal van de verdachte. Hof Arnhem-Leeuwarden stak daar in een recent arrest echter een stokje voor. In dit arrest tikte het hof het Openbaar Ministerie op de vingers met een niet-ontvankelijkverklaring vanwege onder meer een eenzijdig en onvolledig opsporingsonderzoek.Lees verder

#426: Het startschot van het EOM

Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) van start gegaan. Op 27 mei jl. publiceerde het Financieele Dagblad een interview waarin de eerste Nederlandse officier van justitie, Daniëlle Goudriaan, een aantal inzichten geeft in het beleid van het EOM. Maar wat kan en mag het EOM nu eigenlijk? Het EOM kan strafrechtelijk onderzoek doen naar strafbare feiten die genoemd worden in Richtlijn 2017/1371 en daarmee onlosmakelijk verbonden strafbare feiten. Dat roept de nodige vragen op. Zoals: welke opsporingshandelingen kan het EOM uitoefenen, welke strafrechtelijke waarborgen zijn van toepassing, wanneer heeft welk land rechtsmacht en welke strafbare feiten kunnen worden vervolgd? Slechts een greep uit de vragen die relevant zijn. In deze Vaklunch geven wij inzicht in de strafbare feiten die kunnen worden vervolgd.Lees verder

#425: Daar plukt u de vruchten van

Op een strafrechtelijke veroordeling wegens fraude volgt tegenwoordig regelmatig een ontnemingsvordering. De ontnemingsmaatregel biedt een makkelijke mogelijkheid om het voordeel dat de veroordeelde door middel van het strafbare feit heeft behaald, af te pakken en aan de staat te doen toekomen. De hoogte van het te ontnemen bedrag wordt na de veroordeling (naar schatting) in een afzonderlijke procedure door de ontnemingsrechter vastgesteld. Deze procedure kan ook parallel lopen aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Het vaststellen van het te ontnemen bedrag hoeft geen ingewikkelde exercitie te zijn, maar in de praktijk kan onderschatting van deze procedure juist leiden tot onoplettendheid, die meestal niet in het voordeel van de veroordeelde uitvalt.Lees verder

#424: Een rechtsstatelijke tik op de vingers

In het strafrecht is men dagelijks bezig met het reconstrueren van feiten ten behoeve van de waarheidsvinding. Deze reconstructies zijn echter afhankelijk van het beschikbare bewijsmateriaal, interpretaties van stukken, de wijze waarop getuigen zijn gehoord, percepties en gezichtsvelden; om maar een aantal voorbeelden te noemen. Dé waarheid bestaat niet en zeker niet in het strafrecht. Toch is het streven een zo goed mogelijke reconstructie te maken van hetgeen is voorgevallen. Hiervoor is het op zijn minst nodig dat opsporingsinstanties niet op zoek gaan naar het bewijs tegen ‘de dader’ maar zo onbevooroordeeld mogelijk de feiten in kaart brengen. Gebeurt dit niet dan komt de integriteit van het strafproces in het gedrang. De rechtbank Rotterdam onderkent dit ook.Lees verder