#324: Barking up the wrong tree

Officieren van het Landelijk Parket hebben afgelopen week in het NRC de noodklok geluid over het gebruik van het verschoningsrecht door advocaten. Ook op de website van het Openbaar Ministerie verscheen een nieuwsbericht hierover. De reden? Het verschoningsrecht van advocaten zorgt in de praktijk voor vertraging van omvangrijke opsporingsonderzoeken naar mogelijke fraude. De vertraging wordt veroorzaakt doordat de rechter-commissaris moet beslissen of terecht een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan. Het Openbaar Ministerie verwijt  de geheimhouders deze vertraging te veroorzaken. Maar ontstaat de vertraging dan door het beroep op het verschoningsrecht? Of ontstaat het door de trage procedure bij de rechter-commissaris?Lees verder

#323: Onredelijke inbreuken op mensenrechten

In diverse Vaklunches hebben wij aandacht gevraagd voor de lange duur van een strafrechtelijk onderzoek en het effect op iemands leven daarvan. Het is niet voor niets dat artikel 6 EVRM een verdachte het recht geeft op een openbare zitting voor een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank binnen een redelijke termijn. De vraag is welke middelen heeft een verdachte om dit recht te effectueren. In Vaklunch #281 hebben wij aangegeven dat een van de mogelijkheden is een verzoek in te dienen om de zaak te beëindigen op basis van artikel 36 Wetboek van Strafvordering. Advocaat-Generaal Knigge heeft nu in een vergelijkbare zaak cassatie in het belang der wet ingediend om van de Hoge Raad een oordeel te krijgen op de vraag of artikel 36 Sv hiervoor is bedoeld.Lees verder

#322: Naming and shaming, een internationale trend

Op 22, 23 en 24 mei 2019 namen wij deel aan het halfjaarlijkse congres van de International Association of Young Lawyers (AIJA). Een van de onderwerpen van het congres betrof: ‘Tax: a Dream, not a Nightmare. In de diverse discussies met onze internationale collega’s kwam naar voren dat de autoriteiten wereldwijd gebruik maken van diverse methodes om financiële en fiscale fraude tegen te gaan. Of het nu administratieve boetes, strafrechtelijke vervolgingen of disciplinaire maatregelen zijn. Ook werd duidelijk dat het middel van naming and shaming inmiddels een geliefde methode is om een preventieve werking te creëren. Bij terugkomst van het congres werden wij direct geconfronteerd met een uitspraak in de jurisprudentie die deze trend onderschrijft.Lees verder

#321: Regels zijn regels

De verdachte kan op basis van artikel 279 Sv een raadsman machtigen namens hem ter zitting te verschijnen. Voorts voorziet artikel 450 Sv in de mogelijkheid dat dat een rechtsmiddel ook kan worden aangewend door tussenkomst van een advocaat. Daarbij dienen een aantal eisen in acht te worden genomen. Zo dient de advocaat onder meer expliciet te verklaren dat hij bepaaldelijk is gevolmachtigd. Dat deze eis van cruciaal belang is, blijkt onder meer uit het arrest van 3 april 2019 van Hof Den Bosch.Lees verder

#320: Failed parenting?

Dat er in strafrechtelijke onderzoeken nogal eens iets mis gaat is alom bekend. Vormverzuimen staan in menig strafzaak daarom hoog op de agenda van de verdediging. Artikel 359a Sv biedt een mechanisme dat moet waarborgen dat politie en justitie zich aan de strafvorderlijke regels houden. Als dat niet gebeurt, kunnen daar gevolgen aan worden verbonden door de strafrechter. Strafvermindering, bewijsuitsluiting en – in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie –, behoren tot de mogelijkheden. Helaas blijft het veelal bij een constatering van het verzuim, zonder consequenties. Deze milde consequenties doen voorkomen dat vormverzuimen niet erg zijn en dat strafvorderlijke regels met een korrel zout mogen worden genomen. Werkt dat meer vormverzuimen in de hand?Lees verder

#319: Koude uitsluiting ≠ verhaalsfrustratie

Meerdere keren hebben wij onze frustratie geuit over hoe makkelijk in Nederland conservatoir beslag wordt gelegd door het Openbaar Ministerie. Voorbeelden zijn terug te vinden in Vaklunch #185 en #260. De gevolgen van een beslag kunnen immers enorm groot zijn, in het ergste geval overleeft een bedrijf het niet. Tegen het beslag kan een klaagschrift ex artikel 552a Sv worden ingediend. Hoewel de toetsing slechts marginaal is liggen er nog altijd kansen en mogelijkheden om succesvol te klagen over het beslag. Om die reden brengen wij graag een beschikking van de rechtbank Amsterdam onder de aandacht waarbij het klaagschrift gegrond is verklaard.Lees verder

#318: Invordering bij onherroepelijke boete?

De rechtsbescherming in het bestuursrecht is beperkter ingericht dan in het strafrecht. Zeker als het aankomt op het gebied van invordering van bestuurlijke boetes. De Afdeling advisering van de Raad van State gaf hierover in 2015 al eens een advies aan de regering. Een van de onderwerpen die aan de orde komt in het advies is het ontbreken van schorsende werking van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Waar in het strafrecht een rechtsmiddel de executie van een straf in beginsel opschort, is dat in het bestuursrecht niet het geval. Gaat dat dan alsnog veranderen?Lees verder

#317: Geen redelijke vervolgingsbeslissing

Wanneer dient een zaak vervolgd te worden? Deze vraag moet in beginsel beantwoord worden door het Openbaar Ministerie. De rechter kan ingrijpen als de vervolgingsbeslissing in strijd is met de beginsel van een goede procesorde. De toets van de Hoge Raad om een streep door een vervolgingsbeslissing te zetten is wel streng. In Vaklunch #245 schreven wij over een zaak waar het Openbaar Ministerie volgens het Hof in strijd met het vertrouwensbeginsel had gehandeld. De Hoge Raad oordeelde echter dat een onjuiste juridische toets was aangelegd om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam is het penbaar Ministerie ook niet-ontvankelijk verklaard. Kan deze uitspraak de toets van de Hoge Raad doorstaan?

In het arrest van 2 juli 2013 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk mag worden verklaard in verband met een onterechte vervolging indien ‘geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kon zijn, zodat sprake zou zijn van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing dat de (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur’. Dit is aldus de juridische maatstaf die aangelegd moet worden.

De rechtbank in Rotterdam heeft op 15 april 2019 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens een schending van het verbod van willekeur. De zaak lag als volgt. Op 25 oktober 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden bij het advocatenkantoor waar de verdachte werkzaam was. De betreffende advocaat werd verdacht van ernstige strafbare feiten waaronder deelname aan een criminele organisatie met een aantal cliënten, mensensmokkel, valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. De organisatie zou daarmee zo een 29 miljoen euro hebben verdiend.

De rechtbank gaat eerst in op de doorzoeking die heeft plaatsgevonden. Hoewel de raadkamer op 24 juni 2014 had besloten dat de waarheidsvinding moest prevaleren boven het verschoningsrecht van de advocaat trekt de rechtbank dit nu in twijfel. De rechtbank oordeelt namelijk dat niet uit het onderzoek is gebleken van enige betrokkenheid van de verdachte bij de vermeende criminele organisatie. In de concept tenlastelegging staat dat een verdenking bestaat van de culpoze variant van mensensmokkel. Voorts gaat de officier van justitie er echter (ook) vanuit dat de verdachte door de medeverdachte is bedrogen. De rechtbank acht het gelet op de rol van de verdachte hoogst onwaarschijnlijk dat het verschoningsrecht voor een doorzoeking ter inbeslagneming kon worden doorbroken.

Verder oordeelt de rechtbank dat de feitelijke rol van de verdachte beperkt is, ook de officier van justitie gaat niet meer uit van wetenschap van de verdachte bij de valse stukken. Daarbij oordeelt de rechtbank dat de mogelijke reputatieschade enorm is, het om feiten gaat die twaalf jaar geleden hebben plaatsgevonden, de mogelijkheden van onderzoek daardoor zijn beperkt en de verdachte ook al tuchtrechtelijk is aangepakt.

 Op basis daarvan komt de rechtbank tot het uiteindelijke oordeel dat sprake is van een uitzonderlijk geval waarin geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Daarmee voldoet de uitspraak aldus aan het juridische criterium. Wij juichen deze belangenafweging van de rechtbank Rotterdam enorm toe. Het strafrecht moet ingezet worden als optimum remedium, waarbij een redelijke belangenafweging gemaakt dient te worden. Als de vervolging meer schade toebrengt dan redelijk is, dan dient het Openbaar Ministerie dit in de belangenafweging mee te nemen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

#316: Practise what you preach

De laatste jaren is de wijze waarop verdediging wordt gevoerd in strafzaken behoorlijk veranderd. Het aloude adagium ‘beroep je op je zwijgrecht’ is allang niet meer het gebruikelijke advies. Dat concludeerden wij ook in Vaklunch #84. Doordat meer waarde wordt gehecht aan het verhaal van de verdachte, wordt de verdediging vaak anders ingericht. De aanpak van de verdediging is in die zin gemoderniseerd. En hoewel de modernisering van het wetboek van Strafvordering bij de wetgever al jaren op de agenda staat, lijkt het Openbaar Ministerie achter te blijven in die modernisering. Het Openbaar Ministerie verlangt van verdachten transparant te zijn, maar heeft die werkwijze zichzelf niet eigen gemaakt. Althans, nog niet.Lees verder

#315: Another one bites the dust

In Vaklunch #227  schreven wij over de vrijspraak van oud Achmea bestuurder. In Vaklunch #251  schreven wij over het NS-debacles van het Openbaar Ministerie en sinds vorige week kan het Openbaar Ministerie nog twee debacles op het lijstje bijschrijven. Op donderdag  is Klaas Hummel volledig vrijgesproken door de rechtbank in Amsterdam en op vrijdag  is de voormalig KPMG-topman met medeverdachten volledig vrijgesproken. Alle vier de uitspraken gaan in belangrijke mate over het strafbare feit; valsheid in geschrifte. Wat kunnen wij leren van deze uitspraken?Lees verder