#502: Onschuldig tot het tegendeel bewezen is?

Regelmatig schrijven wij op Vaklunch.nl over de draconische gevolgen van strafrechtelijke onderzoeken, zelfs als die zijn geëindigd in een vrijspraak. Dat kan zitten in (straf)ontslag, negatieve mediaberichten waardoor de waarde van de onderneming sterk daalt en faillissement dreigt, de bank die risico’s ziet en de rekening van een onderneming wil opzeggen (#478), vermogensverliezen doordat het Openbaar Ministerie beslagen voorwerpen zoals Bitcoins blijkt te hebben vervreemd (#461), en ga zo maar door. Het is daarom niet vreemd dat vrijgesproken cliënten ondanks hun blijdschap over de uitkomst van de zaak genoegdoening willen voor de geleden schade. In de praktijk blijkt het niet eenvoudig om je gram te halen bij de rechter, maar een recent vonnis van de civiele kamer van rechtbank Den Haag stemt hoopvol. Hoe zit dit?LEES VERDER

#501: Wat niet weet, deert wél

Het voorkomen van witwassen en financiering van terrorisme is één van de speerpunten van het Openbaar Ministerie. De miljoenentransactie met ING in 2018 bleek het startschot voor een reeks strafrechtelijke onderzoeken, waarvan het einde nog niet in zicht lijkt. Naast de usual suspects, zoals banken, accountants en notarissen, zijn steeds vaker ook (rechts)personen met een minder duidelijke poortwachtersfunctie onderwerp van onderzoek. De vraag is echter of van hen kan worden verwacht dat zij de financiële regelgeving even goed in de vingers hebben als de klassieke poortwachters.

De Wwft is in het leven geroepen om de kans op vermenging van geld tussen onder- en bovenwereld te verkleinen. Van beroepsgroepen die te maken krijgen met grote geldstromen, wordt verwacht dat zij waarborgen inbouwen om risico’s op misbruik zo veel mogelijk in te perken. Onder de Wwft vallen financiële instellingen zoals banken en beleggingsinstellingen, maar ook makelaars, belastingadviseurs en personen die handelen in (luxe)goederen. Uit de Wwft vloeien verschillende verplichtingen voort, waaronder een verplichting om cliëntenonderzoek te doen en een meldplicht bij ongebruikelijke transacties. Het niet voldoen aan deze verplichtingen is via de Wet op de Economische Delicten (WED) strafbaar gesteld. Er bestaat steeds een opzettelijke variant (misdrijf) en een schuldvariant (overtreding).

Voor invulling van opzet bij WED-feiten wordt op basis van vaste rechtspraak de kleurloze variant gehanteerd. Dat betekent dat de verdachte zich niet bewust hoeft te zijn van de wederrechtelijkheid van zijn of haar handelen of nalaten om tot een bewezenverklaring van opzet te komen. Voor bewezenverklaring is vereist dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de strafbaar gestelde gedraging zich zou voordoen (voorwaardelijk opzet).

Daar komt bij dat kennis van de wet- en regelgeving bij economische delicten in beginsel wordt verondersteld. Wie de geldende regels niet kent, wordt in feite verweten dat hij of zij zich onvoldoende heeft laten voorlichten en daardoor bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op overtreding van de regels. Dat betekent dat het niet kennen van de wet in beginsel leidt tot een bewezenverklaring van opzet. Alleen wie de regels wél kent, maar deze niet naleeft omdat hij of zij bijvoorbeeld gerechtvaardigd kan vertrouwen op advies van een derde, kan in plaats van opzet schuld worden verweten. Advocaat-Generaal Wattel schreef hierover in 2019:

De contra-intuïtieve conclusie is dat (slechts) culpoze schending van – bijvoorbeeld – een meldplicht alleen denkbaar is als de verdachte die meldplicht kende (hij dacht ten onrechte dat hij er aan voldaan had, dus hij kende haar), terwijl doleuze overtreding steeds gegeven is als hij die meldplicht niet kende. Ik weet niet of ik dit overtuigend aan ondernemers zou kunnen uitleggen.

Dat laatste zijn wij roerend met Wattel eens. Het is goed te volgen dat kennis van de regelgeving wordt verondersteld bij bijvoorbeeld banken en verzekeraars. Financiële instellingen hebben immers een belangrijke maatschappelijke functie en van hen mag worden verwacht dat zij zich inspannen om de integriteit van het financiële stelsel te waarborgen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld notarissen en accountants. Van dit soort beroepsgroepen wordt verwacht dat de beoefenaren hun kennis van de regelgeving up to date houden. Wie de Wwft niet naleeft, kan onder meer via het tuchtrecht worden gesanctioneerd.

Bij handelaren (ondernemers) ligt het een stuk genuanceerder. Wie dure goederen in- of verkoopt, zoals juweliers of autohandelaren, kan redelijkerwijs begrijpen dat vanwege de grote (contante) geldstromen een risico op witwassen bestaat en dat dus extra waarborgen moeten worden ingebouwd. Bovendien zullen deze ondernemers doorgaans een accountant hebben die hen op de regels wijst. Maar de Wwft geldt ook voor handelaren in “gewone” goederen, zoals bloemisten, boekhandels of doe-het-zelf vogelhuisjesbouwers. De Wwft-verplichtingen treden voor hen weliswaar pas in als zij grote betalingen contant ontvangen, maar er zijn absoluut situaties denkbaar waarin dat voorkomt zonder dat sprake hoeft te zijn van (een vermoeden van) witwassen. Is het dan redelijk om te veronderstellen dat die bloemist, boekverkoper of vogelhuisjesbouwer op de hoogte is van alle Wwft-verplichtingen? Kunnen deze handelaren langs dezelfde meetlat worden gelegd als poortwachters, die uit hoofde van hun functie van alle regelgeving op de hoogte zijn?

De tendens die het OM heeft ingezet, om harder op te treden tegen schendingen van de Wwft, leidt ertoe dat naast klassieke poortwachters tegen steeds meer reguliere ondernemers een onderzoek wordt gestart. Volgens ons is het huidige toetsingskader voor die gevallen ongeschikt, en levert dit onrechtvaardige jurisprudentie op. Opzet zou wat ons betreft – in elk geval in dit soort gevallen – kleurrijk moeten zijn in plaats van kleurloos.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via vaklunch@hertoghsadvocaten.nl.

#500: Ongeschikte strafbeschikking

Vorige week woensdag presenteerde de procureur-generaal Bleichrodt het nieuwe toezichtrapport ‘Buiten de rechter OM’ aan het kabinet. Het rapport omvat een uitgebreid onderzoek naar de strafbeschikking. Dit is de afdoeningsmodaliteit van het Openbaar Ministerie waar de strafrechter niet aan te pas komt, maar waarbij wel de schuld van de verdachte wordt vastgesteld. De conclusie van het rapport is dat het OM grotendeels voldoet aan de wettelijke eisen voor de strafbeschikking. Grotendeels, maar niet helemaal. Op enkele cruciale punten laat het OM volgens het rapport steken vallen bij het opleggen van strafbeschikkingen.LEES VERDER

#499: Civiele acties door het OM: een gewaarschuwd mens…

De enquêteprocedure (artikel 2:345 BW) is een bijzondere civiele procedure om onderzoek in te stellen naar de gang van zaken en het beleid binnen een bedrijf. Deze mogelijkheid is in het leven geroepen om geschillen binnen ondernemingen op te lossen. Het kan dan gaan om conflicten tussen aandeelhouders, maar ook om gesteld wanbeleid van bestuurders. Op basis van de wet hebben slechts bepaalde entiteiten de bevoegdheid om een enquête – een onderzoek – te verzoeken. Dat zijn bijvoorbeeld aandeelhouders van een NV of een BV die aan bepaalde eisen voldoen of de vennootschap zelf. Maar ook het Openbaar Ministerie kan om een enquête verzoeken in het kader van het algemeen belang. En inmiddels is duidelijk dat het OM die route niet schuwt.LEES VERDER

#498: Data, data en nog eens data

Opsporingsautoriteiten verzamelen heel veel strafvorderlijke gegevens. Hierbij kan gedacht worden aan inbeslagnames of hacks van grote gegevensdragers in het belang van een opsporingsonderzoek op basis van een strafrechtelijke verdenking. Voorbeelden hiervan zijn de gekraakte berichten van Ennetcom, Encrochat of Sky ECC. Maar ook worden er bijvoorbeeld complete administraties van bedrijven in beslag genomen. Deze in beslag genomen data is natuurlijk relevant voor het betreffende opsporingsonderzoek zelf maar wat gebeurt er daarna met deze gegevens? En mogen deze gegevens ook nog voor andere doeleinden gebruikt worden?LEES VERDER

#497: Trust issues

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB), de hoogste bestuursrechter binnen het economisch bestuursrecht, honoreerde in een recente uitspraak een beroep op het vertrouwensbeginsel. De appellante was afgegaan op informatie van de website van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), maar die informatie bleek later incorrect te zijn. Volgens het CBB moet die fout voor rekening komen van het bestuursorgaan, in dit geval het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.LEES VERDER

#496: Lobbywerk opnieuw in de spotlights

Als het aan Kamerleden Dassen en Omtzigt ligt, wordt het mogelijk om integriteitsschendingen bestuurlijk te beboeten. Dat blijkt uit een Initiatiefnota van de Kamerleden Dassen en Omtzigt van 9 mei 2022 om de integriteit van bewindspersonen en de ambtelijke top te bevorderen. Wij zoomen in op enkele voorstellen ten aanzien van lobbyisten.LEES VERDER

#495: Ik zie ik zie wat jij niet ziet

De baan die voor vele scenarioschrijvers inspiratie biedt, is er één waar in de realiteit over gezwegen wordt. Iedereen kent James Bond, The Americans, the man from U.N.C.L.E. en, vooruit, Austin Powers. Maar niemand kent een echte. Althans, niemand realiseert zich dat hij een echte kent, zoals de serie The Salisbury Poisonings ook pijnlijk duidelijk maakt. En dat is ook logisch. Een spion werkt ónder de radar. In de huidige roerige tijden waarin de contouren van de wereldorde vervagen en verschuiven, is dit thema actueler dan ooit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een wetswijziging om de strafbaarstelling van spionage uit te breiden op handen is.LEES VERDER

#494: Procesafspraken; het hoge woord is eruit

Al meerdere keren schreven wij over procesafspraken in het strafrecht (zie bijvoorbeeld Vaklunch #486, #477 en #470). Hieruit bleek dat feitenrechters deze afspraken wisselend toetsen, met rechtsonzekerheid voor de verdachte tot gevolg. De praktijk was hongerig naar sturing. Vol verwachting klopte dan ook ons hart bij de aankondiging van het arrest van de Hoge Raad na de vordering tot cassatie in het belang der wet van AG Bleichrodt (zie Vaklunch #480). Vorige week dinsdag 27 september wees de Hoge Raad arrest, waarin hij zich voor het eerst uitlaat over procesafspraken in het strafrecht.LEES VERDER

#493: De verdubbelaar

Een organisatie die het oogmerk heeft om misdrijven te plegen, kan als crimineel worden aangemerkt. Wie aan zo’n organisatie deelneemt, is strafbaar op grond van artikel 140 Sr. In de praktijk zien wij dat het Openbaar Ministerie dit wetsartikel soms inzet als ‘verdubbelaar’. Hoe zit dat, en wat zijn onze bezwaren?LEES VERDER

Loading new posts...
No more posts