#413: De leugenfabriek

De feilbaarheid van het geheugen. Het is een thema dat in strafzaken veel aan de orde komt. Zeker indien een getuige een belastende verklaring heeft afgelegd tegen een verdachte. Hoe betrouwbaar is die verklaring op basis van het geheugen van die getuige eigenlijk? In de praktijk blijkt het geheugen niet zo accuraat. Een herinnering kan in de loop van de tijd onder invloed van vele factoren vervormen. Adriaan van Dis sprak tijdens een recent TV programma de in dat kader treffende zin: “Er is geen grotere leugenfabriek dan de herinnering”. Daarmee slaat hij de spijker op de kop. En als dat het uitgangspunt is, lijkt het niet meer dan logisch om getuigen die een belastende verklaring hebben afgelegd ook te laten horen door de verdediging zonder daar specifieke nadere eisen aan te stellen. Dat vindt het EHRM overigens ook.

De Hoge Raad wees op 4 juli 2017 arrest met een spoorboekje aangaande de eisen die worden gesteld aan getuigenverzoeken in het licht van de jurisprudentie van het EHRM. De Hoge Raad oordeelt dat in het Nederlandse strafproces geldt dat een tot de zittingsrechter gericht verzoek tot het oproepen en het horen van getuigen door de verdediging dient te worden gemotiveerd om zo de rechter in staat te stellen de relevantie van dat verzoek te beoordelen. Deze motiveringsplicht geldt voor getuigen à décharge, maar ook voor getuigen à charge. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de twee. De Hoge Raad merkt overigens wel op dat de nationale rechter zich er steeds van moet vergewissen dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De Hoge Raad oordeelt dat de rechter (na een eerdere afwijzing van een verzoek) – zo nodig ambtshalve – in een latere fase alsnog zal overgaan tot het oproepen en het horen van getuigen.

In de praktijk worden verzoeken om een getuige à charge te horen echter afgewezen als de rechter de motivering van het verzoek niet afdoende acht. In het recente arrest Keskin tegen Nederland was dat ook aan de orde. Het EHRM oordeelt dat deze situatie een schending van artikel 6 EVRM oplevert. Het EHRM oordeelt: “The Court takes this opportunity to reaffirm the general principles relating to the right of an accused to examine or have examined witnesses against him or her, as set out in paragraphs 44‑45 above, from which it follows that the interest of the defence in being able to have those witnesses examined in its presence must in principle be presumed (see also paragraph 60 above).” Met andere woorden: het recht op het horen van getuigen à charge staat voorop. Aldus zou het adagium moeten gelden dat een getuige à charge in beginsel wordt gehoord, terwijl het Nederlandse uitgangspunt is om niet te horen tenzij aan de voorwaarden is voldaan.

Dit arrest van het EHRM lijkt niet anders dan te kunnen worden beantwoord met een aanpassing van de toetsingscriteria. De verdediging zal zich hier in ieder geval zeker op moeten beroepen in de praktijk. Hoe de Nederlandse rechtspraak van deze “tik op de vingers” zal leren en hoe het nieuwe criteria zal implementeren zal moeten blijken. Advocaat-generaal Spronken schrijft daarover: “Een nationaal rechtsstelsel reageert op supra­nationale rechtspraak als een lichaam op een orgaantransplantatie: de eerste reflex is die van afstoting en vervolgens wordt het vreemde orgaan zo goed en zo kwaad als mogelijk in het lichaam geassimileerd.” De Hoge Raad heeft inderdaad nogal eens de neiging getoond om een lagere standaard aan te houden dan de minimum aan verdedigingsrechten die het EHRM bewaakt. Dat zou met dit arrest in de hand ons inziens geen serieuze optie mogen zijn. De toevoeging in het arrest van 4 juli 2017 dat ambtshalve beslissingen kunnen worden genomen om schending van artikel 6 EVRM te voorkomen, zou daar in de dagelijkse praktijk al een goede opening voor kunnen bieden.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie