#429: Niets te verbergen

“Mensen die niet meewerken aan het verstrekken van informatie aan de inspecteur, hebben iets te verbergen.” In de praktijk legt de inspecteur dit nogal eens ten grondslag aan de stelling dat opzettelijk is gehandeld. Maar deze gevolgtrekking gaat niet op in het fiscale boeterecht. Dit kwam en passant ook aan bod in de – overigens om meerdere redenen zeer lezenswaardige – uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2021. In die zaak vernietigde de rechtbank een fiscale boete. In deze Vaklunch beperken we ons tot dit onderwerp.

Lees verder

#421: Een zetje in de juiste richting

“Ik heb er geen actieve herinnering aan”. Op de een komt het over als een slap excuus, voor anderen is dit antwoord het enige juiste. Dat het geheugen feilbaar is weet iedereen die werkzaam is in de strafpraktijk maar al te goed. Toch wordt veel waarde gehecht aan getuigenverklaringen. Gelet daarop menen wij dat er dan ook gelegenheid moet worden geboden om die verklaringen goed te onderzoeken. Zoals wij in Vaklunch #413 al concludeerden is dat in het Nederlandse proces geen gegeven. Zelfs voor het horen van een belastende getuige moet het verzoek van de verdediging om deze getuige zelf te horen aan vele eisen voldoen. De eisen zijn neergelegd in het “spoorboekje” van het arrest van de Hoge Raad van 4 juli 2017. Maar zijn deze eisen wel EVRM-proof?Lees verder

#413: De leugenfabriek

De feilbaarheid van het geheugen. Het is een thema dat in strafzaken veel aan de orde komt. Zeker indien een getuige een belastende verklaring heeft afgelegd tegen een verdachte. Hoe betrouwbaar is die verklaring op basis van het geheugen van die getuige eigenlijk? In de praktijk blijkt het geheugen niet zo accuraat. Een herinnering kan in de loop van de tijd onder invloed van vele factoren vervormen. Adriaan van Dis sprak tijdens een recent TV programma de in dat kader treffende zin: “Er is geen grotere leugenfabriek dan de herinnering”. Daarmee slaat hij de spijker op de kop. En als dat het uitgangspunt is, lijkt het niet meer dan logisch om getuigen die een belastende verklaring hebben afgelegd ook te laten horen door de verdediging zonder daar specifieke nadere eisen aan te stellen. Dat vindt het EHRM overigens ook. Lees verder

#406: Een krachtig signaal

Op 1 december 2020 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de toepassing van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Hierover schreven wij ook in Vaklunch #401 . In het nieuwe jaar wordt nu een ouder arrest gepubliceerd, van begin 2020. Wat hiervan de reden is, is voor ons niet geheel duidelijk. Wellicht dat men wil aantonen dat het beoordelingskader in het arrest van januari 2020 anders is geformuleerd dan het ‘nieuwe’ toetsingskader van de Hoge Raad. Wat ons betreft geeft het arrest van januari 2020 van het Hof Den Haag nog steeds een krachtig signaal over wanneer bewijsuitsluiting kan volgen en verdient het om die reden aandacht.Lees verder

#381: De bewijslastverdeling

De bewijslast in een strafrechtelijke procedure ligt bij het Openbaar Ministerie. De achterliggende reden hiervoor is dat een verdachte onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dit is ook in lijn met artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar wanneer is aan die bewijslast voldaan? Kan het Openbaar Ministerie werken met aannames en vermoedens als bewijsmiddelen? Een recent vonnis van de Rechtbank Amsterdam toont aan dat de bewijslast van het Openbaar Ministerie meer omvat dan het opwerpen van vermoedens en aannames.Lees verder

#294: Het leed is al geleden

Op 2 november 2018 vond het anti-corruptiecongres plaats van de Bijzonder Strafrecht Academie. Tijdens dit congres sprak onder andere professor Huisman, criminoloog bij de VU. Hij doet onderzoek naar de niet-juridische impact van strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen op verdachten in fraude onderzoeken. Deze niet juridische impact zou wat ons betreft echter wel degelijk juridische gevolgen moeten hebben.

Lees verder

#293: Een geslaagde ‘dappere poging’

Vorige week gingen we in op het onderwerp dat feitenrechters die een forse overschrijding van de redelijke termijn constateren het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren. Dat is wat ons betreft een terecht signaal. De verdachte heeft simpelweg recht op een berechting binnen een redelijke termijn. Dat is een fundamenteel recht verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De jurisprudentie van de Hoge Raad is op dit punt weinig daadkrachtig te noemen. Als het aan de Hoge Raad ligt leidt termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Blijkens het arrest van 17 juni 2008 leidt dit enkel tot strafkorting. Het kan er echter wel toe leiden dat een veroordeling zonder oplegging van straf een uitkomst kan zijn.

Lees verder

#290: De informatiebeschikking misbruikt voor het strafrecht?

Het fiscale recht kent een ruime informatieverplichting. Op grond van artikel 47 AWR dient een belastingplichtige alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien. Deze informatieverplichting in het fiscale recht kan nog wel eens botsen met het recht om te zwijgen in het strafrecht. Hierover schreven wij bijvoorbeeld ook in Vaklunch #112  en Vaklunch #209. Voorkomen dient te worden dat de fiscale informatieverplichting wordt gebruikt voor strafrechtelijke doeleinden. Dat geldt overigens ook vice versa. Zo schreven wij in Vaklunch #274 al over de omgekeerde situatie waarin het strafrecht werd misbruikt voor een fiscale zaak. In de uitspraak van 1 oktober 2018 van de rechtbank Gelderland lijkt het echter alsof het fiscale recht gebruikt wordt voor strafrechtelijke doeleinden. Gelukkig steekt de rechtbank daar een stokje voor.Lees verder

#267: Het spook Bibob

In het huidige tijdperk heeft een strafrechtadvocaat veel meer kennis nodig dan de veronderstelde kennis van het wetboek van Strafrecht en Strafvordering. Voor een goede verdediging en proceskeuzes moet je ook bijvoorbeeld weten als strafrechtadvocaat wat de gevolgen zijn van een strafrechtelijk onderzoek, een transactie, een strafbeschikking en/of een veroordeling. Op die manier kan op een proactieve manier een verdedigingsstrategie worden uitgezet en de belangen worden afgewogen. Een van de terreinen waarvan kennis noodzakelijk is, is de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Bibob). Wij informeren je dan ook graag over een voorgenomen uitbreiding van deze wet.

Lees verder

#264: De toren van Babel

De ‘Babylonische spraakverwarring’ kent zijn herkomst van het Bijbelse verhaal over de toren van Babel. Het verhaal gaat dat in die periode op aarde maar een taal werd gesproken. De bewoners van een stad wilden een toren bouwen die tot aan de hemel reikt om op die manier roem te vergaren. Maar deze hoogmoedigheid werd bestraft. De straf was dat het volk niet meer dezelfde taal sprak, waardoor de hoogmoedige bouw werd verstoord. De stad kreeg de naam Babel afgeleid van het Hebreeuwse woord balal, “verwarring brengen”.

Dat taal een enorm krachtig communicatiemiddel kan zijn is duidelijk. Maar het is ook een broos middel. Voorzichtigheid blijft geboden. Zeker ook in het recht als men niet dezelfde taal spreekt.

Lees verder