#656: Mijn loon is niet jouw verlies
Op 20 januari 2026 boog de Hoge Raad zich over een witwaszaak met een civiel element, de vorderingen tot een schadevergoeding. De centrale vraag: is het verlies van de beleggers rechtstreeks veroorzaakt door het bewezen witwassen? Het antwoord is nee. De Hoge Raad vernietigt het oordeel en overweegt dat uit de motivering van het hof geen direct causaal verband volgt.
In deze zaak ontvangt een administratief medewerker in een bepaalde periode € 9.208,58 aan loon. In het dossier staat vast dat binnen de onderneming ook oplichtingsgelden van beleggers zijn rondgegaan en de betreffende medewerker daar wetenschap van had. Het hof verbindt daaraan de conclusie dat drie beleggers (samen € 59.830) hun verlies rechtstreeks aan het witwassen door deze werknemer kunnen toerekenen, en wijst de vorderingen toe. In cassatie wordt het rechtstreekse causale verband aan de orde gesteld: kan het reeds bij de overboeking ontstane beleggersverlies worden ‘gehangen’ aan de latere witwashandelingen van de werknemer?
De crux bij ‘rechtstreekse schade’ is of het nadeel direct voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De Hoge Raad herhaalt dat alleen schade die overeenkomstig het materiële burgerlijke recht aan de dader kan worden toegerekend, voor voeging in aanmerking komt. In dit dossier ontbreekt het vereiste verband: er is geen koppeling tussen het door de verdachte witgewassen salaris en de door deze beleggers ingelegde bedragen. Dat de verdachte werkzaam was bij de betrokken onderneming en wist dat haar loon uit bedrogen beleggersgelden kwam, is voor het causale verband niet voldoende. Voor zover het hof het witwassen op zichzelf als onrechtmatig jegens deze beleggers aanmerkte, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd.
Dergelijke causaliteitsvraagstukken duiken bij witwassen in meerdere gedaanten op. Witwassen wordt door het Openbaar Ministerie als een vangnetbepaling ingezet in het strafrecht, maar het is geen sleepnet voor civiele of vermogensrechtelijke consequenties in relatie tot witwassen. Het causale verband blijft leidend. Bij schadevergoeding aan benadeelden: alleen rechtstreekse schade. Bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel: alleen voordeel dat door of uit het eigen feit is verkregen.
Er moet dus een directe, inhoudelijke koppeling zijn tussen de concrete witwashandeling en de gestelde schade of het gestelde voordeel. Geld verhullen, verschuiven of uitgeven vanuit bijvoorbeeld een gemengde pot maakt op zichzelf geen nieuwe, eigen schade bij concrete personen en schept evenmin automatisch voordeel ‘door’ het witwassen. Het sleepnet van het Openbaar Ministerie reikt dus niet zo ver dat accessoire vorderingen kunnen worden gebracht zonder concreet causaal verband met de witwasgedraging zelf.
De Hoge Raad sluit aan bij de vaste lijn: rechtstreekse schade vereist een voldoende direct verband én toerekening aan de dader naar burgerlijk recht. De beslissing refereert aan de maatstaf uit eerdere arresten en zet de rem op ruime toewijzingen in witwascontext waarin de kernschade primair kleeft aan de voorafgaande oplichting. Zonder concrete aanwijzing dat de specifieke witwashandeling van de verdachte een nieuwe, eigen schadepost heeft gecreëerd of het bestaande verlies rechtstreeks heeft vergroot, ontbreekt het vereiste directe verband. Dat de verdachte loon kreeg uit een besmette pot en wist van de herkomst, is onvoldoende om het verlies van afzonderlijke beleggers als rechtstreeks gevolg van háár witwassen te kwalificeren. Daarmee kan de schade niet aan de witwasgedraging worden toegerekend, zodat de schadevergoedingsmaatregel geen stand kan houden.
Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].