#452: Strafrechter mag niet op de stoel van de inspecteur zitten

De verhouding tussen het fiscale recht en het strafrecht blijft interessante vraagstukken leveren. De wet bevat bepalingen om te voorkomen dat de strafrechter op de stoel van de inspecteur gaat zitten. Artikel 74 AWR is daarvan een voorbeeld (zie ook Vaklunch #399). Veel duidelijker kan een wetsbepaling niet zijn zou je denken. Toch levert deze bepaling nog wel eens discussies op. Want wat is de werking van artikel 74 AWR als de navorderingsbevoegdheid van de inspecteur is verjaard? Kan het Openbaar Ministerie dan wel fiscaal nadeel ontnemen? En wat als fiscale delicten in een commuun jasje worden gegoten of een fiscaal delict het gronddelict voor witwassen is?READ MORE

#442: Ten overvloede: de suppletieplicht

Zodra een belastingplichtige constateert dat hij een aangifte omzetbelasting in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan en te weinig belasting is betaald, dan is hij op grond van artikel 15, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit gehouden alsnog de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken door middel van een suppletie aangifte. Indien niet of niet tijdig, of niet op de door de inspecteur aangegeven wijze een suppletie wordt gedaan dan wordt dit aangemerkt als een overtreding. In geval van opzet of grove schuld kan daarvoor op grond van artikel 10a, lid 3, AWR een boete worden opgelegd. De vraag is of deze boete niet in strijd is met het nemo tenetur beginsel. Deze rechtsvraag komt – geheel ten overvloede – aan de orde in een recent arrest van de Hoge Raad van 24 september 2021.READ MORE

#430: De suppletieplicht versus het zwijgrecht

Het spanningsveld tussen de informatieplicht van een belastingplichtige en het recht zichzelf niet te incrimineren (het nemo teneturbeginsel) is een terugkerend onderwerp van discussie in fiscale boete- en strafzaken. Een recente conclusie van Advocaat-Generaal Ettema over de in artikel 10a Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) opgenomen suppletieplicht blaast deze discussie nieuw leven in, specifiek voor wat betreft het wilsafhankelijke karakter van de suppletie.
READ MORE

#429: Niets te verbergen

“Mensen die niet meewerken aan het verstrekken van informatie aan de inspecteur, hebben iets te verbergen.” In de praktijk legt de inspecteur dit nogal eens ten grondslag aan de stelling dat opzettelijk is gehandeld. Maar deze gevolgtrekking gaat niet op in het fiscale boeterecht. Dit kwam en passant ook aan bod in de – overigens om meerdere redenen zeer lezenswaardige – uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 juni 2021. In die zaak vernietigde de rechtbank een fiscale boete. In deze Vaklunch beperken we ons tot dit onderwerp.

READ MORE

#415: Paal en perk aan witwasvervolgingen

In Vaklunch #161 schreven wij al over de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR. Deze staat in de weg aan strafvervolging op grond van artikel 69, lid 1 en lid 2 AWR indien de belastingplichtige alsnog de juiste en volledige aangifte doet vóórdat hij redelijkerwijs moet vermoeden dat men hem op het spoor is. Toch komt het in de praktijk voor dat het Openbaar Ministerie na een succesvolle inkeermelding kiest voor strafrechtelijke vervolging voor witwassen. Bijvoorbeeld door een onderzoek te starten naar witwassen met een zogenaamd ongeïdentificeerd gronddelict. Daarmee wordt de blokkade van een onderzoek naar belastingfraude als gronddelict omzeild. Gerechtshof Den Bosch maakt daar in een interessant arrest korte metten mee.READ MORE

#231: De gevolgen van de inkeerregeling voor derden

In Vaklunch #161 besteedden wij aandacht aan een arrest van de Hoge Raad van 5 april 2016 aangaande de relatie tussen de inkeerregeling en witwassen. De Hoge Raad oordeelde dat de algemene beginselen van behoorlijke procesorde met zich mee kunnen brengen dat indien vervolging voor het fiscale misdrijf vanwege een geldige inkeermelding is uitgesloten, ook geen vervolging voor witwassen kan plaatsvinden. Wegens een motiveringsgebrek casseert de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt zich nu opnieuw uit in deze zaak.READ MORE

#228: Roerige inkeer tijden

Het blijft roerig rondom de vraag of de mogelijkheid moet bestaan in te keren voor in het verleden niet aangegeven inkomsten en vermogen. De afgelopen jaren waren de ontwikkelingen in het Nederlandse inkeerbeleid waarover wij in vaklunch #29 al schreven voor velen reden om van de inkeermogelijkheid gebruik te maken. Wiebes voert de druk voor de achterblijvers nog een beetje op door op 12 juli 2017 aan te kondigen dat hij de daad bij het woord voegt en de inkeerregeling zal vervallen vanaf 2018. Maar zal het wel zo’n vaart lopen? Daar lijkt het niet op. Uit de tekst van de aankondiging blijkt namelijk dat Wiebes het boetevrij inkeren binnen twee jaar na het indienen van de onjuiste aangifte wil afschaffen. Dat betekent overigens niet dat nadat is ingekeerd boetes voor alle navorderbare belastingjaren te pas en te onpas kunnen worden opgelegd. Rechtbank Gelderland is daar helder over; het recent ingevoerde zwaardere boeteregime van de Belastingdienst heeft geen terugwerkende kracht.READ MORE

#226: Strafrechtelijke invloed op de fiscaliteit

Dat ook aan de professional een boete kan worden opgelegd op basis van de Awb zal niemand zijn ontgaan. Deelnemingsvormen uit het strafrecht zijn komen ‘overwaaien’ naar het bestuursrecht. Sinds 1 juli 2009 is kan op basis van artikel 5:1 Awb niet alleen een boete worden opgelegd aan degene die de overtreding pleegt, maar ook aan degene die de overtreding medepleegt. Vanaf 1 januari 2014 zijn de deelnemingsvormen voor de fiscaliteit nog verder uitgebreid. Op basis van artikel 67o AWR zijn ook de doen pleger, de uitlokker en de medeplichtige beboetbaar. Uit een WOB verzoek is eind vorig jaar gebleken dat van artikel 67o AWR in de praktijk nog geen gebruik was gemaakt. Een handjevol boetes was al wel uitgedeeld aan medeplegers. En inmiddels is daarover de eerste jurisprudentie verschenen. Hieruit blijkt ten minste dat kennis van strafrechtelijke leerstukken onontbeerlijk is in dergelijke procedures.READ MORE

#211: Voorwaardelijke opzet motiveren blijft lastig

In de jurisprudentie is de afgelopen tijd een heel aantal zaken voorbij gekomen waarin belastingadviseurs zijn veroordeeld voor het onjuist opvoeren van aftrekposten in de aangiften van anderen. Een recent voorbeeld is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2017. Een 60-jarige belastingadviseur wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk voor het meermaals doen van onjuiste aangiften. Tevens krijgt hij een beroepsverbod van drie jaar. Een fikse straf, zeker omdat het bewijs van opzet in dit vonnis ons inziens de toets der kritiek niet kan doorstaan.READ MORE

#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.READ MORE

Loading new posts...
No more posts