#419: Preaching to the converted

De witwasbepalingen zijn een welkom wapen voor het Openbaar Ministerie. In veel fraudezaken komt een verdenking van witwassen voor, bij voorkeur een verdenking van witwassen met een ongeïdentificeerd gronddelict. In dat geval mag op basis van de ontstane jurisprudentie van de verdachte verlangd worden dat hij een verklaring geeft over de herkomst van het vermogen. Hoewel het Openbaar Ministerie dat nog wel eens lijkt te vergeten, betekent dat niet dat de verdachte bewijs voor zijn onschuld dient aan te leveren. En het betekent ook niet dat het Openbaar Ministerie in dergelijke onderzoeken achterover kan leunen, zoals wij al schreven in Vaklunch #411. Nee, het Openbaar Ministerie dient zelfstandig onderzoek te doen.Lees verder

#418: Niet meer dan een spannend verhaal

Een procesdossier bestaat veelal uit documenten, verklaringen, tapgesprekken en eventuele andere bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen worden vaak samengevat in ambtshandelingen en voorzien van conclusies van de betrokken verbalisanten. Wij zien in de praktijk vaak ambtshandelingen die lezen als een spannend jongensboek. Dit ontstaat door verstrekkende aannames en vermoedens die niet worden ondersteund door de bewijsmiddelen.  Deze aannames en conclusies zijn geen bewijsmiddelen. Niets nieuws onder de zon. Maar het blijft een belangrijk aandachtspunt, zo blijkt ook uit een recent arrest van de Hoge Raad.Lees verder

#416: Een herstelbaar verzuim?

Veelvuldig hebben wij geschreven over het feit dat de juistheid van een proces-verbaal niet zonder meer kan worden aangenomen, en niet zonder reden. Hierover schreven we onder meer al in Vaklunches #12#43#99,  #132, #148 en #320. Het ligt in de lijn der verwachting dat (opzettelijke) onjuistheden in processen-verbaal vaker voorkomen dan ze aangetoond kunnen worden in de praktijk. De besproken jurisprudentie in die Vaklunches zal dus slechts het topje van de ijsberg zijn. Wat wij moeilijk kunnen verkroppen is dat hier zo lichtzinnig mee wordt omgegaan. Immers, als er bewijs is dat er fouten door de opsporingsambtenaren zijn gemaakt in de processen-verbaal dan kan dit bewijs veelal ook meteen dienen om de geconstateerde fouten met de mantel der liefde te bedekken. Het probleem is daarmee dan toch opgelost?Lees verder

#415: Paal en perk aan witwasvervolgingen

In Vaklunch #161 schreven wij al over de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR. Deze staat in de weg aan strafvervolging op grond van artikel 69, lid 1 en lid 2 AWR indien de belastingplichtige alsnog de juiste en volledige aangifte doet vóórdat hij redelijkerwijs moet vermoeden dat men hem op het spoor is. Toch komt het in de praktijk voor dat het Openbaar Ministerie na een succesvolle inkeermelding kiest voor strafrechtelijke vervolging voor witwassen. Bijvoorbeeld door een onderzoek te starten naar witwassen met een zogenaamd ongeïdentificeerd gronddelict. Daarmee wordt de blokkade van een onderzoek naar belastingfraude als gronddelict omzeild. Gerechtshof Den Bosch maakt daar in een interessant arrest korte metten mee.Lees verder

#413: De leugenfabriek

De feilbaarheid van het geheugen. Het is een thema dat in strafzaken veel aan de orde komt. Zeker indien een getuige een belastende verklaring heeft afgelegd tegen een verdachte. Hoe betrouwbaar is die verklaring op basis van het geheugen van die getuige eigenlijk? In de praktijk blijkt het geheugen niet zo accuraat. Een herinnering kan in de loop van de tijd onder invloed van vele factoren vervormen. Adriaan van Dis sprak tijdens een recent TV programma de in dat kader treffende zin: “Er is geen grotere leugenfabriek dan de herinnering”. Daarmee slaat hij de spijker op de kop. En als dat het uitgangspunt is, lijkt het niet meer dan logisch om getuigen die een belastende verklaring hebben afgelegd ook te laten horen door de verdediging zonder daar specifieke nadere eisen aan te stellen. Dat vindt het EHRM overigens ook. Lees verder

#409: Volwaardige afdoening van niet tenlastegelegde feiten?

In Vaklunch #361 schreven wij al over de werkwijze van het Openbaar Ministerie in fiscale fraudezaken waarbij een selectie van vermeende onjuiste belastingaangiften wordt opgenomen op de tenlastelegging als afspiegeling van een ‘grotere’  fraude. Het grootschalige karakter van de fraude en de omvang van het belastingnadeel neemt het Openbaar Ministerie mee in de strafmaat. Zeker in fiscale fraudezaken is dat gemakkelijk scoren voor het Openbaar Ministerie met zware straffen, nu de geïndiceerde strafmaat in de LOVS richtlijnen is gekoppeld aan dat fiscale nadeel, terwijl er minder bewijsrechtelijke hobbels zijn. Kan dit door de beugel?Lees verder

#236: Isn’t it ironic?

Het is mensen eigen om niet zonder meer binnen de gegeven kaders te handelen. Soms verdient dat bijsturing. Het bestuurlijke boete- en strafrecht voorziet in de mogelijkheid om burgers bij te sturen. Maar hoe zit dat voor de handhavers van het recht? Uit de jurisprudentie blijkt dat ook zij zich niet altijd aan de wettelijke kaders houden. Vormverzuimen in het opsporingsonderzoek zijn nog altijd aan de orde van de dag. Dus ook de handhavers van het recht zoals opsporingsinstanties moeten aan de wettelijke kaders worden gehouden en leren van hun fouten. Maar gebeurt dat in de praktijk wel op een efficiënte manier? Wij menen met het WODC van niet. De beschouwingen van het WODC in het eerder dit jaar gepubliceerde rapport Toezicht op Strafvorderlijk Overheidsoptreden  zijn ons inziens food for thought voor alle procespartijen.

In eerdere Vaklunches zoals #110  en #179  hebben wij al aangegeven dat de tendens in de jurisprudentie, waarin vormverzuimen door politie en justitie in het vooronderzoek onbestraft blijven, zorgelijk is. De kern van die jurisprudentie is dat een verdachte niet mag “profiteren” van fouten die de overheid heeft gemaakt. De eisen aan een verweer om gevolgen te verbinden aan vormverzuimen op basis van artikel 359a Sv zijn bijzonder streng. En de kans dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard of het onrechtmatig verkregen bewijs wordt uitgesloten is bijzonder klein. De verdachte moet juist gestraft worden en leren van zijn fouten, zelfs als door politie en justitie wel buiten de wettelijke lijntjes is gekleurd. Een ironische situatie; want wie zorgt ervoor dat politie en justitie leren van hun fouten?

Het WODC wijst erop dat geen extern toezichtsorgaan bestaat die politie en justitie controleert. Echter, de rechter grijpt ook niet in: ‘De rol van de rechter in Nederland is inmiddels te afstandelijk geworden en zou moeten gerevitaliseerd worden. Het voorbeeld van een politiedienst die opzettelijk een proces-verbaal vervalst (dit is een aantal malen gebeurd), waarna geen actie wordt ondernomen, legt een lacune in toezicht bloot. Het is dan aan een rechter om daar iets tegen doen, zoals dit zeer expliciet aan de orde stellen en de uitspraak in leesbare vorm aan de pers laten toekomen, waarna een leermoment kan optreden voor de actoren die dergelijke vormfouten begaan. Het risico bestaat immers dat het leereffect verdwijnt als de rechter niets doet met vormfouten. Vormfouten worden in Nederland inmiddels vrijwel nooit meer gesanctioneerd door de rechter.’

Het is overigens de vraag of rechterlijk optreden voldoende is. Immers, via die route zullen zeker niet alle ‘misstanden’ aan het licht komen. Enkel toevalligheden. Daarom zou structureler toezicht de voorkeur verdienen. Echter, tot die tijd is het ons inziens de rechter – of de wetgever – de enige partij die ervoor kan zorgen dat politie en justitie leren van fouten door vormverzuimen strenger aan te pakken dan de jurisprudentie op dit moment voorschrijft. Het rapport van het WODC biedt wellicht de nodige aanknopingspunten om rechters te overtuigen van het belang dat ook de overheid ‘leergeld’ betaalt voor fouten.

Heb je vragen of wil je van gedachten wisselen over het voorgaande neem dan contact met ons op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.Lees verder

#235: Vertrouwen op het Openbaar Ministerie

Op grond van artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte binnen 8 dagen na betekening van de dagvaarding daartegen bezwaar maken. Deze procedure biedt een waarborg voor de verdachte tegen een nodeloze openbare terechtzitting. De raadkamer dient achter gesloten deuren te toetsen of het ‘hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering het ten laste gelegde feit geheel of gedeeltelijk bewezen zal achten’. Een zware toetst aldus. Reden te meer om successen op dit vlak te delen.Lees verder

#224: Arbitraire vergoedingen

Indien een strafzaak eindigt zonder oplegging van een straf of een maatregel kan de gewezen verdachte aanspraak maken op vergoeding van de advocaatkosten. Artikel 591(a) Sv geeft daarvoor de wettelijke grondslag. De jurisprudentie over artikel 591(a) Sv laat een wat grillige lijn zien; de ene keer worden kosten wel vergoed, maar soms ook niet of slechts gedeeltelijk. De rechter heeft veel vrijheid in het al dan niet toekennen van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand. De rechter kan daartoe overgaan als hij daartoe gronden van billijkheid aanwezig acht. Indien de zaak is geseponeerd – in dat geval eindigt de straf zonder straf of maatregel – kan de vraag spelen of het sepot een schadevergoeding billijkt.Lees verder

#223: Het laatste woord

Elke zaak verdient een eigen afweging of het verstandig is dat een verdachte gebruik maakt van het recht het laatste woord te voeren aan het einde van het onderzoek ter zitting. Het laatste woord geeft de verdachte de gelegenheid om als laatste zijn eigen zegje te doen zonder dat de officier van justitie nog de gelegenheid krijgt om hierop te reageren. Iedere advocaat heeft wel een anekdote waarin het laatste woord verkeerd valt; een ongepaste snik van de verdachte, een ellenlange herhaling van zetten en soms zelfs alsnog een puntgave bekentenis of spijtbetuigingen. Een laatste woord kan de rechter echter ook een positieve vibe geven vlak voordat er wordt ‘geraadkamerd’. Een goede voorbereiding is dus geboden. Daarbij kan het helpen om een laatste woord op papier te zetten. Maar heeft een schriftelijk laatste woord ook als laatste woord te gelden?Lees verder