#441: Wat niet weet, wat niet deert

De laatste jaren wordt de roep om bestraffing van leidinggevenden van bedrijven die de wet overtreden steeds groter. Onder andere de schikking met ING in 2018 deed de verhitte discussie over klassenjustitie in het strafrecht weer oplaaien (zie ook Vaklunch #302). Waar de rechtspersoon ING namelijk een miljoenenboete moest betalen, bleef een vervolging van de bestuurders van de bank uit. Maar niet voor lang.Lees verder

#440: Het recht om vervolgd te worden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed onlangs een opvallende uitspraak in een zogeheten artikel 12 Sv-procedure. Op grond van dat artikel kan een rechtstreeks belanghebbende klagen over de beslissing van de officier van justitie om een verdachte in een bepaalde zaak niet (verder) te vervolgen. Zo’n klacht leidt ertoe dat het gerechtshof de sepotbeslissing opnieuw moet beoordelen.   Normaal gesproken zijn slachtoffers en nabestaanden rechtstreeks belanghebbenden bij de vervolging van (rechts)personen. Zij verlangen natuurlijk dat iemand aansprakelijk wordt gesteld voor het leed dat hun is aangedaan. Maar soms komt een klacht uit onverwachte hoek. Lees verder

#434: Advocaten, acrobaten

Bijna vijf jaar geleden, in Vaklunch #142, schreven wij over de grens tussen voorbereiding en beïnvloeding van getuigen. Dit kan soms een ingewikkelde evenwichtsoefening zijn: de advocaat moet als een koorddanser balanceren tussen enerzijds de beste belangenbehartiging voor zijn cliënt en anderzijds een neutrale voorbereiding. Wij concludeerden toen dat een cruciale factor voor de beoordeling of sprake was van beïnvloeding van een getuige de vraag was of die getuige woorden in de mond waren gelegd. Welke ontwikkelingen hebben zich sindsdien op dit gebied voorgedaan?Lees verder

#419: Preaching to the converted

De witwasbepalingen zijn een welkom wapen voor het Openbaar Ministerie. In veel fraudezaken komt een verdenking van witwassen voor, bij voorkeur een verdenking van witwassen met een ongeïdentificeerd gronddelict. In dat geval mag op basis van de ontstane jurisprudentie van de verdachte verlangd worden dat hij een verklaring geeft over de herkomst van het vermogen. Hoewel het Openbaar Ministerie dat nog wel eens lijkt te vergeten, betekent dat niet dat de verdachte bewijs voor zijn onschuld dient aan te leveren. En het betekent ook niet dat het Openbaar Ministerie in dergelijke onderzoeken achterover kan leunen, zoals wij al schreven in Vaklunch #411. Nee, het Openbaar Ministerie dient zelfstandig onderzoek te doen.Lees verder

#415: Paal en perk aan witwasvervolgingen

In Vaklunch #161 schreven wij al over de inkeerbepaling van artikel 69, lid 3 AWR. Deze staat in de weg aan strafvervolging op grond van artikel 69, lid 1 en lid 2 AWR indien de belastingplichtige alsnog de juiste en volledige aangifte doet vóórdat hij redelijkerwijs moet vermoeden dat men hem op het spoor is. Toch komt het in de praktijk voor dat het Openbaar Ministerie na een succesvolle inkeermelding kiest voor strafrechtelijke vervolging voor witwassen. Bijvoorbeeld door een onderzoek te starten naar witwassen met een zogenaamd ongeïdentificeerd gronddelict. Daarmee wordt de blokkade van een onderzoek naar belastingfraude als gronddelict omzeild. Gerechtshof Den Bosch maakt daar in een interessant arrest korte metten mee.Lees verder

#414: Principes en beginselen

Het strafrecht is een ultimum remedium. Alleen als ingrijpen nodig wordt geacht en geen ander middel geschikt is, kan worden gekozen voor de inzet van het strafrecht. Het is echter geen geheim dat de ultimum remedium-gedachte naar de achtergrond lijkt te zijn geraakt. Hierover schreven wij nog in Vaklunch #405. In een aantal recente arresten van gerechtshof Amsterdam aangaande de luchtvaartmaatschappijen komt de ultimum remedium-gedachte indirect toch tot uiting. Wij juichen dit van harte toe. Lees verder

#404: De toonzetting voor het nieuwe jaar

Nog vlak voor de jaarwisseling eindigt het Openbaar Ministerie met een duidelijk persbericht en zet daarmee de toon voor het nieuwe jaar. Een hoogleraar belastingrecht krijgt een boete van € 50.000 opgelegd in de vorm van een strafbeschikking. De strafbeschikking is een strafmodaliteit die door het Openbaar Ministerie kan worden opgelegd. De motivering geeft inzicht in de gedachtegang van het Openbaar Ministerie in de strafwaardigheid en kan daarmee ook nuttig zijn voor andere zaken.Lees verder

#266: Data: the wood for the trees

De digitalisering van het dagelijks leven resulteert in grote hoeveelheden data. E-mails, documenten, sms verkeer: het digitale werken laat sporen achter. Sporen die voor opsporingsinstanties van groot belang kunnen zijn. Sporen die kunnen leiden tot bewijs van strafbare feiten. In de praktijk worden tegenwoordig dan ook grote hoeveelheden data in beslag genomen. Het is een wirwar van informatie. Hoe structureer je die data? Hoe maak je inzichtelijk wat met die data is gedaan? En hoe voorkom je dat in voorkomende gevallen selectief data wordt verzameld hetgeen leidt tot een eenzijdig beeld van de werkelijkheid, ofwel tunnelvisie? En misschien wel belangrijker, hoe stel je achteraf vast of al dan niet selectief data is verzameld? In steeds meer onderzoeken wordt zoveel data verzameld dat de procespartijen door de bomen het bos niet meer zien. Aan het structureren van die informatie en het inzichtelijk maken van het onderzoeksproces ter verificatie is nog veel winst te boeken.

Lees verder

#257: Strafbare valkuilen

Fraude onderzoeken kenmerken zich door enorme omvangen. Dat uiteindelijk veel ordners van het procesdossier overbodig blijken als het écht tot een zitting komt zal menig rechter, officier van justitie en advocaat beamen. Het enorme aanbod aan opsporingsmiddelen leidt tot een evenzo groot aanbod aan in beslag genomen materiaal. En het komt vaak voor dat zich in dat materiaal informatie bevindt waarvan de verdachte zich afvraagt hoe men daar aan is gekomen. Veelal wordt tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vordering tot uitlevering van opgeslagen of vastgelegde gegevens ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) uit te vaardigen. Deze vordering mag niet aan een verdachte worden gericht. Dit kan bijvoorbeeld de adviseur, de bank of de vermogensbeheerder zijn. De vordering verplicht diegene tot het verlenen van medewerking én tot geheimhouding, ook – of wellicht juist – tegenover de verdachte. In een recente zaak liep een verdenking van schending van deze geheimhoudingsplicht met een sisser af.Lees verder