#189: Artikel 10a AWR in het strafrecht

Sinds 1 januari 2012 is in artikel 10a AWR een fiscale meldplicht opgenomen. Het artikel bepaalt dat een belastingplichtige uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden bij de Belastingdienst moet melden zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd voor welke onjuistheden of onvolledigheden dit geldt. Zo is in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting bepaald dat deze meldplicht geldt voor onjuistheden en onvolledigheden in aangiften omzetbelasting. In dit artikel zijn drie situaties omschreven die als overtreding worden aangemerkt: 1) het niet doen van de suppletie, 2) het niet tijdig doen van de suppletie en 3) het niet doen van de suppletie op de aangegeven wijze. Inmiddels heeft de suppletie omzetbelasting ook zijn intrede gemaakt in het strafrecht. Hierbij enkele overpeinzingen.Lees verder

#188: Bent u wel onpartijdig?

Afgelopen vrijdag, 14 oktober jl., vond de vierde landelijke Hertoghs pleitwedstrijd plaats in de (bijzondere) rechtbank in Breda. Studenten fiscaal recht en studenten strafrecht hebben met verve de zaak voor het Openbaar Ministerie en de verdachte bepleit aan de hand van een dossier dat nauwelijks van echt te onderscheiden was. De bijzondere zittingscombinatie bestaande uit een frauderechter, een officier van justitie en een advocaat hebben de studenten laten voelen hoe het is om écht in de rechtbank te staan. En de cliënt deed ook een duit in het zakje door de adviezen van zijn advocaten prompt te vergeten bij het binnentreden van de zittingszaal. Alle hens aan dek voor de procespartijen dus. En ook dit jaar zocht de rechtbank de grens van de schijn van partijdigheid op. Maar wat doe je als de rechter tegen de verdachte zegt: maar ik geloof u gewoon niet?Lees verder

#186: Wie moet op de Salduz-blaren zitten?

Het is inmiddels bijna tien jaar geleden dat het ‘Salduz-arrest’ is gewezen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In het Salduz-arrest heeft het EHRM – kortgezegd – uitgemaakt dat iedere (aangehouden) verdachte recht heeft op toegang tot een raadsman. Het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM en de daaruit voortvloeiende verdedigingsrechten staan in Europa hoog in het vaandel. Maar met name de vraag welke consequenties moeten worden verbonden aan een schending van – in dit geval – het recht op een raadsman houdt partijen nogal eens verdeeld. Als het recht geschonden is, wie moet dan op de Salduz-blaren zitten? De overheid of toch de verdachte zelf?Lees verder

#184: Schending van de ATV-richtlijnen?

Hoewel de ATV-richtlijnen niet meer bestaan en – na een aantal hervormingen – plaats hebben gemaakt voor het AAFD-protocol (hierover schreven wij al in #120), houden de ATV-richtlijnen de juridische gemoederen nog wel bezig. De ATV-richtlijnen zijn bedoeld om te bepalen of een fiscale zaak op basis van het fiscale nadeel in aanmerking komt voor het selectieoverleg tussen het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Als dat het geval is, wordt op basis van de richtlijnen beoordeeld op welke wijze de zaak moet worden afgedaan; via de administratieve route of via de strafrechtelijke route. Onlangs kwamen de ATV-richtlijnen 2006 weer aan de orde in een arrest van de Hoge Raad omdat de zaak ten onrechte zou zijn aangemeld voor het overleg tussen de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie.Lees verder

#183: Beroepsverbod en het legaliteitsbeginsel

Op grond van art. 28 lid 1 sub 5 Sr kan een beroepsverbod als bijkomende straf worden uitgesproken. In de wetsgeschiedenis is omschreven dat een beroepsverbod is bedoeld als een zware sanctie. Het dient niet lichtvaardig te worden opgelegd. Sinds 1 april 2010 is het aantal delicten waarvoor een beroepsverbod kan worden opgelegd flink uitgebreid. Sindsdien lijkt ook een toename waarneembaar van het aantal zaken waarin een beroepsverbod wordt opgelegd. Voor deze uitbreiding van het beroepsverbod is geen overgangsrecht bepaald. En hoewel het legaliteitsbeginsel behoort tot de fundamenten van het strafrecht, lijkt dit toch af en toe te worden vergeten. Op 6 september 2016 is het legaliteitsbeginsel in relatie tot het beroepsverbod nog eens specifiek aan de orde gekomen in een arrest van de Hoge Raad.Lees verder

#182: Het OM dient de wet te kennen

Het Wetboek van Strafvordering kent strenge procedureregels ten aanzien van het verloop van een strafzaak. Procespartijen – waaronder burgers – moeten kunnen vertrouwen op een behandeling volgens de wet. Het past niet om daarvan af te wijken. Toch komt het in de praktijk weleens voor dat in strijd wordt gehandeld met de formeel wettelijke eisen, al dan niet bewust. Bijvoorbeeld als het gaat om het instellen of intrekken van rechtsmiddelen. Uit de jurisprudentie omtrent het instellen van een rechtsmiddel door de griffier van de strafgriffie op basis van een volmacht blijkt bijvoorbeeld dat de Hoge Raad streng erop toeziet of de volmacht aan alle eisen voldoet. Toch gaat het in de praktijk weleens mis als het aankomt op het instellen van rechtsmiddelen. Ook bij het Openbaar Ministerie, zo blijkt uit een recent arrest van Gerechtshof Amsterdam.Lees verder

#181: Declareren en de gevolgen voor de omzetbelasting

De meeste strafrechtadvocaten lopen het liefst met een grote boog om het belastingrecht heen. De fiscale jurisprudentie zal gewoonlijk geen vaste prik zijn bij het lezen van de wekelijkse vakliteratuur. Het fiscale recht maakt naast het strafrecht wel onderdeel uit van onze dagelijkse praktijk en daarom stuitten wij in de vakliteratuur op een uitspraak van de fiscale rechter die ons inziens van belang is voor elke strafrechtadvocaat. De reden daarvan is dat deze uitspaak verband houdt met de fiscale gevolgen van een declaratie van een advocaat in een strafzaak.Lees verder

#180: Meerdere wegen naar Rome?

Over sommige zaken wordt jarenlang geprocedeerd. Tijdverloop kan in een zaak een voordeel opleveren omdat het recht zich in de loop der tijd bijvoorbeeld ontwikkelt en/of (maatschappelijke) ideeën over een bepaalde kwestie rijpen. Het verstrijken van de tijd gaat echter ook gepaard met bepaalde nadelen. Hierbij valt met name te denken aan de onzekerheid of de spanning en frustratie die een procedure met zich meebrengt. Met name in die gevallen waarin geen discussie (meer) bestaat over de feiten, kan een snel oordeel van de Hoge Raad over een bepaalde rechtsvraag die partijen verdeeld houdt een uitkomst bieden en kan een extra procedure bij het hof worden voorkomen. Via de prejudiciële procedure is het sinds 1 juli 2012 al mogelijk voor civiele feitenrechters om een rechtsvraag voor te leggen aan de Hoge Raad. Sinds 1 januari 2016 is die rechtsvorm ook aan het fiscale recht toegevoegd. Het strafrecht is nog niet zo ver, maar daar komt wellicht op korte termijn verandering in.Lees verder

#179: Zijn rechters nog altijd ongehoorzaam?

De Hoge Raad heeft een strenge en duidelijke lijn uitgezet als het gaat om het sanctioneren van vormverzuimen. Politie en justitie dienen zich gedurende het opsporingsonderzoek uiteraard te houden aan de regels zoals geformuleerd in het Wetboek van Strafvordering. Doen zij dat niet, dan kunnen dergelijke vormverzuimen consequenties hebben. Artikel 359a Sv vormt de grondslag om te bepalen of dan wel welk gevolg aan een vormverzuim moet worden verbonden. Een van die gevolgen is de sanctie van bewijsuitsluiting. Het is aan de verdediging om op basis van de criteria, zoals uiteengezet door de Hoge Raad, een dergelijke sanctie te bewerkstelligen. Vorig jaar werd een trend ontdekt waarbij rechters sneller gevolgen verbonden aan vormverzuimen dan wellicht was bedoeld door de Hoge Raad. Is deze trend nog steeds waarneembaar?Lees verder

#177: Grip op een SFO houden

Het Openbaar Ministerie zet stevig in op het afpakken van criminele gelden. In het begin van dit jaar trommelde het Openbaar Ministerie zich nog op de borst en deelde mede dat het in het jaar 2015 maar liefst een bedrag van 143,5 miljoen euro had afgepakt. Het ontnemen van gelden gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek (hierna: SFO). Na een eenmaal afgegeven machtiging van de rechter-commissaris geniet de officier van justitie veel vrijheid om te doen en te laten wat hij wil. Welke middelen heb je als verdediging om grip te houden op het SFO?Lees verder