#640: Van gezinsportemonnee tot witwasdossier

De recente conclusie van de advocaat-generaal Sinnige in de zaak ECLI:NL:PHR:2025:1006 zet de discussie over de grenzen van het bewijs van witwassen op scherp. In deze zaak werd een vrouw veroordeeld voor het medeplegen van gewoontewitwassen, omdat zij samen met haar echtgenoot grote hoeveelheden contant geld stortte en uitgaf. De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen en sluit zich aan bij de redenering van het hof dat de omvang en frequentie van de contante geldstromen, in combinatie met het ontbreken van een legale herkomst, geen andere conclusie toelaat dan dat het geld uit misdrijf afkomstig was en de vrouw hiervan op de hoogte was.

LEES VERDER

#612: Medepleger zonder pleger?

In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:1036) werd een belastingadviseur veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften. De belastingadviseur werd tenlastegelegd (i) het doen van onjuiste aangiften IB/PVV over 2015 t/m 2017 voor twee cliënten en (ii) valsheid in geschrifte. De rechtbank kwam al gauw tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie voor het tweede feit, wegens de vervolgingsuitsluiting uit artikel 69 lid 4 AWR. Voorgaand artikel bepaalt namelijk dat in het geval van een fiscaal delict de verdachte niet (ook) mag worden vervolgd voor valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 lid 2 Sr. De eyecatcher in deze zaak is echter de veroordeling tot het medeplegen voor een kwaliteitsdelict, terwijl de strafzaken van de twee cliënten – de belastingplichtigen zelf – waren geseponeerd. Een opvallende gevolgtrekking, met name omdat enige onderbouwing van een nauwe en bewuste samenwerking – zoals vereist voor het medeplegen – ontbreekt.

LEES VERDER

Loading new posts...
No more posts