#679: Een pleidooi voor de transactie ter voorkoming van strafvervolging
Transacties behoren nog altijd tot het arsenaal van het Openbaar Ministerie om strafzaken af te doen. Hoewel wij signaleren dat het OM de afgelopen jaren steeds terughoudender is geworden met het aanbieden van transacties, blijkt deze afdoeningsmodaliteit nog altijd te worden gereserveerd voor specifieke zaken.
Afgelopen week maakte het OM bekend dat een transactie tot stand was gekomen tussen het OM en (het voormalige) Credit Suisse. Met deze transactie is een boetecomponent van € 5 miljoen gemoeid. Deze transactie betekende het sluitstuk van een strafrechtelijk onderzoek naar ‘faciliterende dienstverlening’ door Credit Suisse. Hierbij zou zijn bijgedragen aan onjuiste belastingaangiften van zogenaamde ‘zwartspaarders’. De juridische inkleding van het OM kwam erop neer dat Credit Suisse zich mogelijk schuldig zou hebben gemaakt aan medeplichtigheid bij het doen van onjuiste aangiften, gepleegd door haar klanten. Of hiervan daadwerkelijk sprake was (lees: of wettig en overtuigend kon worden bewezen dat was voldaan aan alle juridische criteria, waaronder dubbel opzet), zal in het midden blijven. Een van de kenmerken van de transactie is immers dat geen strafrechtelijke schuldvaststelling plaatsvindt. Hiermee onderscheidt de transactie zich van de strafbeschikking, waarbij wél schuldvaststelling plaatsvindt.
Wat ons betreft illustreert dit recente voorbeeld het belang van de transactie als afdoeningsmodaliteit. Voor een verdachte betekent het aanvaarden van een transactie geenszins hetzelfde als een volledige schulderkenning. Het aanvaarden van een transactie is het gevolg van een belangenafweging die iedere verdachte voor zichzelf dient te maken. In zijn algemeenheid, maar zeker ook bij hoge transacties in de zin van de Aanwijzing hoge transacties, zijn rechtsregels vaak niet eenvoudig zwart-wit uitlegbaar. Een verdachte kan kiezen voor een slepende procedure om zijn gelijk bij de rechter te halen. Los van de onzekerheid over de uitkomst die regelmatig komt kijken bij complexe zaken, duurt zo’n procedure echter jaren. Dit gaat bovendien doorgaans gepaard met hoge juridische kosten. Daar komt bij dat een strafproces in beginsel openbaar is. Het risico van (voortdurende) negatieve publiciteit, ook reeds ruim voordat er een eventuele onherroepelijke veroordeling door de rechter ligt, is reëel. Dit zijn allemaal factoren die een rol kunnen spelen bij het aanvaarden van een transactieaanbod. De prijs die een verdachte moet betalen (tijd, geld, onzekerheid, publiciteit) om bij de rechter zijn gelijk te halen kan in voorkomende gevallen op voorhand al niet opwegen tegen een eventuele positieve rechterlijke uitspraak. Een transactie kan in zulke gevallen een passende afwikkeling zijn van een strafrechtelijk onderzoek.
Toch bestaat al enkele jaren de tendens dat het Openbaar Ministerie de voorkeur geeft aan het uitvaardigen van een strafbeschikking. In de Aanwijzing OM-strafbeschikking wordt de strafbeschikking bijvoorbeeld ‘het uitgangspunt’ genoemd bij feiten waarvoor dat wettelijk gezien mogelijk is. Van de transactie kan volgens de Aanwijzing OM-strafbeschikking ‘bij wijze van uitzondering’ gebruik worden gemaakt. In het aangekondigde nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt vooralsnog wel voorzien in de mogelijkheid van de transactie, zij het dat de huidige toetsingscommissie wordt vervangen door een constructie met rechterlijk verlof. Tegelijkertijd schrijft de Aanwijzing hoge transacties in algemene zin voor dat het OM ‘te allen tijde’ kiest voor de meest passende afdoeningswijze. Hiertoe is het OM gelet op het opportuniteitsbeginsel ook verplicht. Met het opportuniteitsbeginsel is het lastig te rijmen dat de strafbeschikking als ‘uitgangspunt’ wordt gehanteerd door het Openbaar Ministerie en de transactie slechts de uitzondering. De voorkeur voor een transactie hoeft overigens niet uitsluitend te zijn ingegeven vanuit het verdedigingsperspectief. Ook voor het OM kunnen er redenen zijn om een transactie te prefereren boven de strafbeschikking. Juist de eigenschap van een transactie dat geen schuldvaststelling plaatsvindt kan voor het OM uitkomst bieden in zaken die juridisch lastiger bewijsbaar zijn, bijvoorbeeld als gevolg van tijdsverloop. Daar komt bij dat hoge transacties altijd gepubliceerd worden, bij strafbeschikkingen is publicatie onderhandelbaar. De kern is dat elke strafzaak maatwerk vergt en dat van geval tot geval bekeken dient te worden welke wijze van afdoening het meest passend is, gelet op alle belangen van de betrokken partijen.
Het voortrekken van de ene afdoeningsmodaliteit beperkt per definitie de toepassing van de andere afdoeningsmodaliteit. Dit komt het streven (en de verplichting) om maatwerk te leveren in strafzaken niet ten goede. Wij pleiten er dan ook voor dat de transactie door het OM weer als een volwaardig attribuut in het arsenaal wordt beschouwd en niet slechts als het ondergeschoven kindje.
Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact met ons op via vaklunch@hertoghsadvocaten.nl.

No Comments