#433: De meerwaarde van verhoorbijstand

Het is nog niet zo lang geleden dat verdachten het recht kregen op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Als gevolg van het ‘Salduz-arrest’ van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kunnen alle verdachten sinds 1 maart 2016 van dit recht gebruikmaken (zie ook Vaklunch #145). Vijf jaar na dato kan de balans worden opgemaakt, en wat blijkt: de meerwaarde van verhoorbijstand is onmiskenbaar.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) doet sinds de inwerkingtreding onderzoek naar de organisatie en toepassing van dit recht in de praktijk. Afgelopen maand werd een rapport gepubliceerd over de jaren 2017-2019. Dit rapport bouwt voort op een eerder WODC rapport uit 2018. Waar het eerste rapport met name de ervaringen van opsporingsambtenaren beschrijft, concentreert dit recente rapport zich juist hoofdzakelijk op het advocatenperspectief.

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste advocaten het recht op verhoorbijstand als een verbetering ervaren. Dat is niet heel verrassend, want het eerste verhoor is vaak een beslissend moment voor het verdere verloop van een zaak. Verhoorbijstand blijkt, aldus de in dit onderzoek geïnterviewde advocaten,  te zorgen voor een juiste weergave van de verklaring van verdachte in het proces-verbaal van verhoor. Daarnaast voorkomt de aanwezigheid van een advocaat het uitoefenen van te veel druk door opsporingsambtenaren op de verdachte en draagt de door de advocaat tijdens het verhoor gegeven morele steun bij aan het opbouwen van een vertrouwensband tussen advocaat en verdachte. Verder gaven advocaten in dit onderzoek aan dat het verhoor zaakgerichter is als gevolg van hun betrokkenheid bij het verhoor. De paar politieambtenaren die in dit onderzoek zijn geïnterviewd zijn eveneens positief te spreken over de samenwerking met advocaten. Eerdere problemen die de politie ervoer met verhoorbijstand lijken inmiddels zo goed als verdwenen. Ook maken advocaten goed gebruik van de bevoegdheid om te interveniëren in het verhoor, bijvoorbeeld door het maken van opmerkingen, het stellen van vragen aan de verdachte of het vragen om verduidelijking van een vraag. Deze interventies worden, aldus het WODC, over het algemeen geaccepteerd.

Met name die laatste conclusie is een welkom geluid, nu al vanaf het moment van invoering van het recht op verhoorbijstand een discussie woedt over de rol die de advocaat dient in te nemen tijdens het verhoor. De richtlijnen die opsporingsambtenaren hanteren, in 2017 door de wetgever vastgelegd in het Besluit inrichting en orde politieverhoor, stuitten op kritiek van onder meer de Raad van State en de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Volgens dit Besluit mag een advocaat in beginsel alleen voorafgaand en aan het einde van het verhoor vragen stellen. Wel mag de advocaat op grond van het Besluit de opsporingsambtenaar erop wijzen wanneer de verdachte de vraag niet begrijpt, wanneer teveel pressie wordt uitgeoefend op de verdachte of wanneer de fysieke of psychische toestand van de verdachte zodanig is dat het verhoor niet meer kan worden gecontinueerd. De advocaat mag de orde van het verhoor verder niet storen.

De Raad van State wees er in haar advies bij dit Besluit op dat de deelname van de advocaat niet beperkt is tot de in het besluit opgenomen bevoegdheden, maar dat de advocaat ook gerechtigd is om vragen te stellen, verduidelijking te vragen en verklaringen af te leggen. Deze bevoegdheden zouden in het besluit moeten worden geëxpliceerd, zodat recht wordt gedaan aan de EU-richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures die een effectieve en actieve deelname van de advocaat tijdens het verhoor beoogt, en aan artikel 6 EVRM. In de definitieve versie van het Besluit is dit advies echter niet overgenomen.

De NOvA deed er nog een schepje bovenop en publiceerde een eigen Leidraad politieverhoor, waarin de advocaat tijdens het verhoor een actievere rol toekomt, vergelijkbaar met de rol die is vastgelegd in de EU-richtlijn. Ook in de Leidraad wordt onderkend dat de advocaat zich in beginsel terughoudend dient op te stellen, maar zo nodig een actieve verdediging moet voeren, door bijvoorbeeld tijdens het verhoor in te grijpen of zelf vragen te stellen.

Deze discussie over de rol van de advocaat tijdens het verhoor blijkt zich in de praktijk dus niet meer te vertalen in onenigheid in de verhoorkamer, aldus dit WODC onderzoek. Advocaten nemen de ruimte om zich, waar nodig, actief op te stellen in het verhoor en opsporingsambtenaren gaan daar over het algemeen in mee. Wat ons betreft wordt het dan ook tijd om deze actieve rol van advocaten de vastlegging in de wet te geven die zij verdient.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

 

Geen reacties

Plaats een reactie