#145: Een nieuwjaarsboodschap van de Hoge Raad?

Zo vlak voor het kerstreces wijst de Hoge Raad op 22 december 2015 een 81 RO arrest. Maar het is wel een arrest met een duidelijke boodschap. De Hoge Raad gaat ervan uit dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie. Wat ging aan dit arrest vooraf?

Op 2 oktober 2008 is de verdachte aangehouden en in verzekering gesteld. Op 2 oktober 2008 is de verdachte door de Kmar verhoord. Op 3 oktober 2008 is de verdachte door de rechter-commissaris in het kader van de vordering tot inbewaringstelling gehoord en op 8 oktober 2008 wederom door de Kmar. Het hof heeft het eerste verhoor niet voor het bewijs gebruikt omdat daaromtrent is vastgesteld dat de verdachte geen toegang heeft gehad tot een advocaat voorafgaand aan het verhoor.

Op 3 oktober 2008 is de verdachte wel in aanwezigheid van een advocaat verhoord. Echter heeft de verdachte maar drie minuten voorafgaand aan dit verhoor met zijn raadsvrouw kunnen spreken. In hoger beroep wordt verzocht om eveneens dit verhoor uit te sluiten van het bewijs omdat tijdens die drie minuten niet over de inhoud van de zaak is gesproken maar slechts over zijn rechten, procespositie etc. Het hof wijst dit verweer van de hand met de opmerking dat het niet op de weg van het hof ligt om een oordeel te geven over de kwaliteit van een gevoerd overleg tussen advocaat en verdachte. Dit verweer komt in de cassatiemiddelen ook niet meer terug.

Het middel in cassatie richt zich tegen het oordeel van het hof dat het verhoor van 8 oktober 2008 voor het bewijs mag en wordt gebruikt. Het middel splitst zich uit in twee deelklachten.

Allereerst meent de verdediging dat het verhoor niet voor het bewijs mag worden gebruikt omdat voorafgaand aan het verhoor geen gelegenheid is geboden om een advocaat te consulteren. Daartoe wordt aangevoerd dat uit het arrest Bayram Güçlü tegen Turkije kan worden afgeleid dat een verdachte niet enkel voorafgaand aan het eerste verhoor, maar eveneens voor ieder volgend verhoor, moet worden gewezen op het recht een advocaat te consulteren.

Het hof maar ook advocaat-generaal Knigge – in zijn conclusie van 29 september 2015 – wijzen dit verweer van de hand. De advocaat-generaal overweegt dat hij in voornoemd arrest niet een algemeen recht afleidt dat het recht geeft  aan verdachten om voorafgaand aan ieder verhoor te worden gewezen op het recht een advocaat te consulteren.

De tweede deelklacht ziet op de afwezigheid van een advocaat gedurende het verhoor. Het hof wijst dit verweer echter ook van de hand indachtig het arrest van de Hoge Raad van 1 april 2014. Het hof overweegt dat de uitspraak van het EHRM van 24 oktober 2013 inzake Navone e.a. tegen Monaco – waar de verdediging zich op beroept – thans (nog) niet de conclusie rechtvaardigt dat uit artikel 6 van het EVRM een algemeen recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor volgt.

De advocaat-generaal stelt dat, gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad, het middel faalt. Niettemin geeft de advocaat-generaal aan dat zijns inziens de kwestie van het recht op verhoorbijstand in de vorm van prejudiciële vragen moet worden voorgelegd aan het Hof van Justitie. Daarbij werpt de advocaat-generaal nog de volgende vragen op. Betekent het recht op verhoorbijstand dat de advocaat de toegang tot het verhoor niet mag worden ontzegd of moet de verdachte actief op dit recht worden gewezen? En moet de verdachte actief op dit recht worden gewezen indien deze zojuist van het consultatierecht gebruik heeft gemaakt? Heeft de verdachte recht op vergoeding van deze kosten? En wat is de rol van de advocaat gedurende het verhoor. Allemaal vragen die van belang zijn voor de uitvoering van het verhoorrecht.

De Hoge Raad benadert de zaak op praktische wijzen en oordeelt dat de juistheid van de stellingen in het midden kunnen blijven aangezien de bewezenverklaring ook in stand blijft met weglating van de desbetreffende verklaring van de verdachte. De twee deelklachten blijven dus onbehandeld omdat de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van het bestreden arrest. Door deze benadering hoeft de Hoge Raad ook geen prejudiciële vragen te stellen want dergelijke vragen moeten relevant zijn voor de oplossing van een geschil.

Ondanks dat de Hoge Raad de zaak afdoet met artikel 81 RO brengt de Hoge Raad wel een boodschap voor het nieuwe jaar. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 1 april 2014 de wetgever opgeroepen de Richtlijn aangaande de vereiste wettelijke regeling van de verhoorbijstand met voortvarendheid ter hand te nemen. De betreffende Richtlijn moet nu binnen afzienbare termijn in de Nederlandse wetgeving (en in elk geval uiterlijk op 27 november 2016 moet) zijn geïmplementeerd zodat – volgens de Hoge Raad – aangenomen mag worden dat de eerder gesignaleerde beleidsmatige, organisatorische en financiële keuzes inmiddels zijn gemaakt. De Hoge Raad gaat er dan ook van uit dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie.

De reden voor deze deadline is dat – zolang de Richtlijn nog niet in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd dan wel de implementatietermijn van die Richtlijn nog niet is verstreken – het rechtsgevolg dat aan het niet bieden van het recht van de aanwezigheid van de raadsman bij het verhoor moet worden verbonden niet noodzakelijkerwijs behoeft te bestaan uit bewijsuitsluiting. Dit is dan mede afhankelijk van de ernst van het verzuim. Bij het bepalen van de ernst van het verzuim is in het bijzonder van belang of de verhorende opsporingsambtenaren redelijkerwijze mochten aannemen dat niet de gelegenheid behoefde te worden geboden tot het verlenen van rechtsbijstand tijdens het verhoor. Vanaf 1 maart 2016 kunnen politieambtenaren zich hier niet meer achter verschuilen.

Kortom, we zijn er nog niet. Maar dit lijkt een stap in de goede richting. Hoe kijk jij aan tegen het arrest van de Hoge Raad?

Geen reacties

Plaats een reactie