#672: Geen verzuimboete wegens te laat betaalde dividendbelasting bij vrijwillige verbetering

Het herstellen van een fiscale fout wordt door de Belastingdienst aangemoedigd. Vanuit deze gedachte is het daarom onder omstandigheden mogelijk om vrijwillig te verbeteren met een matiging of zelfs het achterwege blijven van de boete als gevolg. Dat blijkt ook uit een recent arrest van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

In deze zaak was een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig betalen van dividendbelasting over een dividenduitkering in 2019. Deze dividendbelasting was bij de dividenduitkering wel ingehouden door de inhoudingsplichtige. Op basis van de wet had de dividendbelasting binnen een maand na het tijdstip waarop de belastingschuld was ontstaan (het moment van de dividenduitkering) op aangifte moeten worden afgedragen. Het indienen van de aangifte dividendbelasting en het betalen van de dividendbelasting vond echter een kleine twee maanden later pas plaats. Oftewel: bijna een maand te laat.

In beginsel is het niet binnen de voorgeschreven termijn betalen van belasting die op aangifte moet worden afgedragen, een verzuim waarbij een verzuimboete kan worden opgelegd. Voor de vraag wat dit betekent voor de eventueel op te leggen verzuimboete is dan eerst van belang om vast te stellen of sprake is van een betalingsverzuim in het (periodieke) betalingspatroon (in de zin van par. 23 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst), dan wel van een betalingsverzuim waarbij de inspecteur pas op een later moment heeft kunnen vaststellen dat sprake is van een betalingsverzuim (in de zin van par. 24 BBBB). Onder deze laatste categorie valt ook de situatie dat de belanghebbende niet heeft betaald, omdat hij ten onrechte niet heeft verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte. Per 2 juni 2023 is aan par. 24 BBBB toegevoegd dat de boete van deze paragraaf niet wordt opgelegd indien sprake is van een vrijwillige verbetering. Deze regeling voor vrijwillige verbetering is geen onderdeel van par. 23 BBBB.

In onderhavig geval oordeelde het gerechtshof dat de gedragingen van belanghebbende zowel onder par. 23 BBBB als onder par. 24 BBBB vielen. Belanghebbende had volgens het hof namelijk de ingehouden belasting zowel te laat betaald als ten onrechte niet verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, met als gevolg dat de dividendbelasting niet werd betaald. Nu de gedragingen in de ogen van het hof ook onder par. 24 BBBB vielen, was in beginsel ook de in 2023 aan deze paragraaf toegevoegde regeling voor vrijwillige verbetering van toepassing.

Voor een succesvolle vrijwillige verbetering is vervolgens vereist dat een belanghebbende kenbaar maakt bij de inspecteur dat en tot welk bedrag niet (volledig) is betaald, vóórdat de belanghebbende weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de fiscus daarvan op de hoogte is of zal worden. Er moet sprake zijn van ‘uitdrukkelijk’ kenbaar maken: de belanghebbende moet een afzonderlijke opgave verstrekken waardoor de inspecteur zonder nader onderzoek de juiste belastingaanslag kan opleggen. In de onderhavige uitspraak oordeelde het hof dat het alsnog doen van aangifte en het daarop afdragen van de dividendbelasting kwalificeert als ‘uitdrukkelijk kenbaar maken’ dat en tot welk bedrag de belasting niet was betaald. ‘Uitdrukkelijk kenbaar maken’ hoeft dus niet te betekenen dat expliciet door de belanghebbende wordt vermeld dat sprake is van een vrijwillige verbetering. Het hof kwam daarmee tot de conclusie dat aan de voorwaarden van de regeling voor vrijwillige verbetering was voldaan en dat de verzuimboete moest worden vernietigd.

Wij kunnen ons goed vinden in dit oordeel van het hof, mede gelet op de bedoeling van de wetgever om de regeling voor vrijwillige verbetering in par. 24 BBBB onder omstandigheden ook van toepassing te laten zijn op beboetbare feiten die zijn begaan vóór de inwerkingtreding ervan. Deze zaak onderstreept bovendien het belang om tijdig in bezwaar te gaan tegen een onterecht opgelegde boete: was de boete namelijk reeds onherroepelijk geweest, dan was de regeling voor vrijwillige verbetering een gepasseerd station geweest. Wat ons betreft is het verder toe te juichen dat bij discussies over de vrijwillige verbetering door de belastingrechter wordt gekeken naar de inhoud en niet uitsluitend naar de vorm. Een andere benadering is wat ons betreft ook lastig te rijmen met de impulsfunctie van de vrijwillige verbetering, die immers ‘goed gedrag’ beoogt aan te moedigen. Wij hopen daarom dat inspecteurs ook kennisnemen van deze uitspraak en zich hier rekenschap van geven wanneer een belanghebbende uit eigen beweging een fout herstelt.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact met ons op via [email protected].

No Comments

Post a Comment