#133: Witwassen en de buitenlandse bankrekening

Even schrokken wij toen een bijdrage op bijzonderstrafrecht.nl kopte: “Geld voorhanden hebben op buitenlandse rekening is voldoende om geld uit eigen misdrijf wit te wassen. AG: dat is anders als het om rekening in NL gaat.” Betekent dit dat het niet aangeven van buitenlandse tegoeden en het voorhanden hebben daarvan automatisch witwassen oplevert? Vallen alle UBS bankiers straks in de prijzen? Zijn we terug bij het automatisch verdubbelen van strafbare feiten door ergens een witwasetiket op te plakken? Gelukkig lijkt het arrest iets genuanceerder dan de titel doet voorkomen. Op 8 november 2013 verklaarde het Hof bewezen dat de betreffende verdachte te Woerden, in elk geval in Nederland, onder meer een geldbedrag van (totaal) 658.789,50 dirham (omgerekend 58.742,18 euro) heeft witgewassen omdat het geldbedrag van enig misdrijf afkomstig was en het contant storten van het bedrag op een rekening in het buitenland als verbergen, verhullen, overdragen dan wel omzetten kon worden aangemerkt. Dit bedrag was door de verdachte in Marokko op een bankrekening gestort. Hoewel de tenlastelegging uitging van de pleegplaats Nederland, stelde de verdediging dat het overdragen van het geld op een buitenlandse bankrekening niet in Nederland had plaatsgevonden. Het Hof oordeelde ten aanzien van dit verweer het volgende:

“In een arrest van 2 februari 2010 (NJ 2010, 89) heeft de Hoge Raad onder meer overwogen:

“2.4 Ingevolge art. 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in

Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden (vgl. HR 27 oktober 1998, LJN ZD1413, NJ 1999,221)”.

Uit de feiten en omstandigheden waaruit het hof afleidt dat er sprake is van witwassen leidt het hof eveneens af dat verdachte het geldbedrag vanuit Nederland naar Marokko heeft gebracht en het daar op een bankrekening heeft gestort. Daarmee is het feit mede in Nederland gepleegd.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.”

De conclusie van de advocaat-generaal legt het oordeel van het Hof echter als volgt uit:

Omdat het geldbedrag is gestort op een bankrekening ten name van de verdachte, en de verdachte op zijn woonadres in Woerden het beheer over de rekening voerde – en aldus feitelijke zeggenschap over het geldbedrag had – heeft de verdachte dit geldbedrag in Nederland voorhanden gehad en dus getuigt het oordeel van het Hof niet van een onjuiste rechtsopvatting en is deze toereikend gemotiveerd.

De vraag is of deze uitleg van de advocaat-generaal juist is. De advocaat-generaal stelt immers ten onrechte dat uit de geciteerde bewijsoverweging volgt dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte het bedrag van 658.789,50 dirham in Woerden, althans in Nederland “voorhanden heeft gehad”. Het Hof oordeelt dat sprake is van witwassen omdat het contant storten van het bedrag op een rekening in het buitenland als verbergen, verhullen, overdragen dan wel omzetten kan worden aangemerkt. Het voorhanden hebben van het geldbedrag vanuit Nederland maakt geen onderdeel uit van de bewijsmotivering van het Hof.

Dat het voorhanden hebben van geld uit eigen misdrijf geen witwassen oplevert is ook in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Voor zowel het verwerven als het voorhanden hebben van een voorwerp dat men zelf door een misdrijf heeft verkregen geldt een kwalificatie-uitsluitingsgrond.

Er moet in dergelijke gevallen sprake zijn van een gedraging die op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat door eigen misdrijf verkregen voorwerp ziet. Daarbij zij opgemerkt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 7 oktober 2014 heeft geoordeeld dat het storten van contante gelden – die onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn – op een eigen bankrekening enkel kan kwalificeren als “omzetten” of “overdragen” in de betekenis witwassen indien sprake is van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen gericht karakter heeft.

Kennelijk is het storten van gelden op een buitenlandse bankrekening voldoende om deze witwaskwalificatie te doorstaan. Aangezien de Hoge Raad de cassatiemiddelen met 81 RO heeft afgedaan, is het oordeel van het Hof in ieder geval voldoende gemotiveerd.

Dan resteert enkel nog de vraag of de bewezenverklaring van het Hof dat het strafbare feit in Nederland is gepleegd, strookt met de motivering van het Hof dat de strafbare gedraging in Nederland is aangevangen maar in Marokko is voltooid. Daarover is echter geen middel over geformuleerd.

Ons inziens is het voorhanden hebben van gelden op een buitenlandse bankrekening nog steeds niet voldoende om als witwassen te kwalificeren indien de gelden uit eigen misdrijf afkomstig zijn. Het overdragen van criminele gelden naar het buitenland en het aldaar storten op een buitenlandse bankrekening kan wel als zodanig kwalificeren.

Zie jij in dit arrest een versoepeling van de witwasjurisprudentie van de Hoge Raad?

Geen reacties

Plaats een reactie