#677: Advocatuur vs. OM over de filteringsprocedure: velt de Hoge Raad het Salomonsoordeel?
Op 8 juli 2026 zijn Woo-stukken naar buiten gekomen die inzicht geven in het overleg tussen onder meer de Raad voor de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie en de Nederlandse Orde van Advocaten over de Tweede Aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Deze stukken leggen duidelijk de verdeeldheid bloot tussen het OM en de NOvA over de voorgestelde vormgeving van het filterproces van verschoningsgerechtigde informatie in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Deze verdeeldheid ziet deels op een verschillende interpretatie van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad uit 2024.
Maar eerst een korte opfrisser over het huidige filterproces. Als bij een doorzoeking gegevensdragers in beslag worden genomen, kunnen daarop verschoningsgerechtigde gegevens staan die eerst moeten worden gefilterd. De Hoge Raad heeft in 2024 bij de beantwoording van prejudiciële vragen een ‘centrale rol’ toegekend aan de rechter-commissaris bij deze selectie. Dat houdt in dat kennisneming van geprivilegieerde gegevens door of onder verantwoordelijkheid van de rechter-commissaris moet plaatsvinden – in de praktijk vaak FIOD-medewerkers die niet bij het onderzoek betrokken zijn. Verder mag alleen de rechter-commissaris inhoudelijk beoordelen of sprake is van geprivilegieerde gegevens. Ook de Aanwijzing waarborgen professioneel verschoningsrecht uit 2025 bepaalt dat het OM en opsporingsinstanties geen kennis mogen nemen van verschoningsgerechtigde gegevens; dat is voorbehouden aan de rechter-commissaris.
Naar de huidige stand van het wetsvoorstel inzake het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt de rol van de rechter-commissaris ingeperkt. Niet alleen de reikwijdte van de toezichthoudende rol van de rechter-commissaris neemt af, ook het uitgangspunt dat alleen de rechter-commissaris kennis mag nemen van gegevens die onder het verschoningsrecht vallen, dreigt te worden afgezwakt. Op dit moment is het zo dat het OM geen kennis mag nemen van gegevens zolang het redelijke vermoeden betstaat dat zich daartussen geprivilegieerde gegevens bevinden. In het nieuwe voorstel is het andersom: het OM zal kennis mogen nemen stukken, tenzij ten aanzien van ‘specifieke gegevens’ het redelijke vermoeden bestaat dat die gegevens geprivilegieerd zijn. De verantwoordelijkheid voor de selectie en de filtering wordt ook expliciet bij het OM neergelegd. De rechter-commissaris wordt pas bij het filterproces betrokken als het OM daarom verzoekt of als sprake is van een ‘redelijk vermoeden’ ten aanzien van specifieke gegevens.
Het OM heeft zich blijkens de Woo-stukken op het standpunt gesteld dat het nieuwe filterproces verenigbaar is met de uitgangspunten die de Hoge Raad in 2024 heeft geschetst. Het OM stelt dat de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad uit 2024 ruimte laat voor een filterproces dat plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van het OM zolang dit mogelijk is zonder inhoudelijk kennis te nemen van die gegevens.
Wij delen het standpunt van het OM niet dat het voorgestelde filterproces verenigbaar zou zijn met de centrale rol die de Hoge Raad aan de rechter-commissaris toebedeelt. Wat ons betreft verschuift deze centrale rol in het nieuwe wetsvoorstel onmiskenbaar naar het OM zelf. Dit geldt temeer nu de betrokkenheid van de rechter-commissaris deels ervan afhankelijk zal worden of het OM zelf besluit een beroep te doen op de rechter-commissaris. Van een centrale rol voor de rechter-commissaris kan daarmee onmogelijk nog worden gesproken. Dit is problematisch gelet op het belang van een onafhankelijke autoriteit die toezicht houdt op het filterproces, zoals de Hoge Raad zelf ook al heeft benoemd.
De boodschap van de Hoge Raad in 2024 was helder, en dat is onze oproep aan de wetgever ook: ontneem de rechter-commissaris niet zijn centrale rol in het filterproces. Alleen dan kan worden gewaarborgd dat de toezichthoudende rol bij het filterproces is toebedeeld aan een autoriteit die ook daadwerkelijk onafhankelijk is. Het tornen aan dergelijke waarborgen voor onafhankelijkheid komt neer op doelbewuste erosie aan de rechtstatelijke fundamenten. De risico’s die hiermee gepaard gaan kunnen in onze ogen geenszins worden gerechtvaardigd, ook niet met pragmatische bezwaren tegen het huidige filterproces.
Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact met ons op via vaklunch@hertoghsadvocaten.nl.

No Comments