#662: Het verschoningsrecht gevangen in zoektermen
Het verschoningsrecht is een pijler van de rechtsstaat. Iedereen moet zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde tot de verschoningsgerechtigde kunnen wenden. Het maatschappelijk belang dat de waarheid aan het licht komt, moet soms zelfs voor dit rechtsbeginsel wijken. Dat is de basis. Maar wat gebeurt er wanneer verschoningsgerechtigde informatie zich niet in geordende mappen op kantoor bevindt, maar verspreid ligt over de gegevensdragers van de cliënt? De rechtbank Amsterdam liet zich hierover uit in de beschikking van 27 januari 2026.
De zaak draait om een verdachte die wordt verdacht van passieve niet-ambtelijke omkoping en het doen van onjuiste belastingaangiften. Tijdens een doorzoeking in zijn woning is onder meer een laptop in beslag genomen. De verdachte heeft de rechter-commissaris direct geïnformeerd dat er geheimhoudersinformatie op deze laptop staat. De verdachte werd namelijk al sinds juni 2023 bijgestaan door advocaten (de klagers in deze zaak) in een fiscaal geschil met de Belastingdienst. Ten behoeve van die bijstand heeft de verdachte diverse documenten opgesteld, waaronder Excelsheets met zijn gedachten en analyses, die hij vervolgens met zijn advocaten deelde.
De rechter-commissaris liet een filtering uitvoeren door een geheimhoudersfunctionaris van de FIOD. De advocaten leverden zoektermen aan; wat naar voren kwam, is als verschoningsgerechtigd gelabeld en uitgefilterd. Als extra controle is een steekproef uitgevoerd en zijn bijlagen bij gefilterde e-mails eveneens gelabeld als verschoningsgerechtigd materiaal.
De advocaten dienden een klaagschrift in. Het was hen onduidelijk welke documenten aan het onderzoeksteam worden verstrekt en of stukken opgesteld in het kader van de fiscale bijstand volgens de rechter-commissaris onder het verschoningsrecht vallen. Het standpunt van de advocaten in het kader van de klaagschriftprocedure is principieel: het verschoningsrecht laat zich niet reduceren tot een lijst met zoektermen. Vertrouwelijke stukken kunnen eenvoudig buiten die zoektermen vallen. Denk aan interne notities, concepten of documenten zonder expliciete vermelding van de naam van de advocaat of het kantoor. Juist documenten die een cliënt ten behoeve van zijn advocaten opstelt, waarin hij zijn gedachten ordent voordat hij deze aan zijn raadslieden toevertrouwt, kunnen onder het verschoningsrecht vallen.
De rechtbank erkent dat stukken die nog niet aan een advocaat zijn verstrekt onder het verschoningsrecht kunnen vallen, mits op grond van feiten en omstandigheden aannemelijk is dat zij daadwerkelijk bestemd zijn om aan de advocaat te worden toevertrouwd. Ook in dergelijke situaties is het aan de verschoningsgerechtigde om te beoordelen of bescheiden onder zijn verschoningsrecht vallen, tenzij redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan dat het standpunt van de verschoningsgerechtigde onjuist is. Niettemin oordeelt de rechtbank dat stukken die niet zijn geraakt door de zoektermen en niet aan de advocaten zijn gestuurd, niet onder het verschoningsrecht vallen.
De rechtbank overwoog dat het aan de advocaten was om concreet aan te geven welke bestanden volgens hen onder het verschoningsrecht vallen, als deze bestanden niet door de zoektermen eruit werden gefilterd. De klagers hadden immers de laptop teruggekregen en beschikten over alle bestanden. De enkele stelling dat er stukken op de laptop staan die onder het verschoningsrecht vallen maar mogelijk niet zijn uitgefilterd – waarbij het zou gaan om documenten die hun cliënt op verzoek van of ten behoeve van de klagers heeft opgesteld – achtte de rechtbank onvoldoende. Zij concludeerde dat het verschoningsrecht voldoende is gewaarborgd en dat er geen grond bestaat voor nadere filtering onder leiding van de rechter-commissaris. Het beklag is daarom ongegrond verklaard.
De les voor de praktijk is helder. Advocaten doen er goed aan om bij het aanleveren van zoektermen niet alleen te denken aan voor de hand liggende termen als namen en e-mailadressen van verschoningsgerechtigden. Zij zouden ook zoektermen moeten aanleveren die zien op de inhoud van het advieswerk, op bestandslocaties of mapnamen die verwijzen naar het dossier, en op andere kenmerken die kunnen duiden op de bestemming van de informatie. Tegelijkertijd blijft de vraag of een filtermethodiek die uitsluitend op zoektermen steunt, wel voldoende recht doet aan het fundamentele karakter van het verschoningsrecht. Daarom verdient het de voorkeur dat de verschoningsgerechtigde – eventueel na inzage in de gekopieerde gegevensdrager – gemotiveerd inzichtelijk maakt welke stukken onder het verschoningsrecht vallen, inclusief de vindlocatie van deze stukken op de betreffende gegevensdrager. Daarbij moet wel worden bedacht dat de motivering in het kader van een klaagschriftprocedure al informatie kan prijsgeven over de inhoud van de stukken.
Onze conclusie is helder. Het maatschappelijk belang dat iedereen zich vrijelijk tot een advocaat moet kunnen wenden, verdient robuuste bescherming. Die bescherming mag niet afhankelijk zijn van de vraag of een cliënt de naam van zijn advocaat in een document heeft vermeld en daardoor al dan niet door een zoekterm wordt geraakt.
Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op via [email protected].

No Comments