#418: Niet meer dan een spannend verhaal

Een procesdossier bestaat veelal uit documenten, verklaringen, tapgesprekken en eventuele andere bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen worden vaak samengevat in ambtshandelingen en voorzien van conclusies van de betrokken verbalisanten. Wij zien in de praktijk vaak ambtshandelingen die lezen als een spannend jongensboek. Dit ontstaat door verstrekkende aannames en vermoedens die niet worden ondersteund door de bewijsmiddelen.  Deze aannames en conclusies zijn geen bewijsmiddelen. Niets nieuws onder de zon. Maar het blijft een belangrijk aandachtspunt, zo blijkt ook uit een recent arrest van de Hoge Raad.

In de onderhavige zaak werd de verdachte door het hof veroordeeld voor gewoontewitwassen omdat de verdachte volgens het hof wist dat de geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. Dit oordeel is door het hof gemotiveerd door te verwijzen naar een proces-verbaal van een verbalisant. Dit proces-verbaal bevat een samenvatting van afgeluisterde gesprekken en bevat ook conclusies van de verbalisant over wat uit de inhoud van de gesprekken zou blijken met betrekking tot de wetenschap van de verdachte over de criminele herkomst van het geld. Hier is in cassatie over geklaagd. Volgens de Hoge Raad is deze wijze van motiveren niet toelaatbaar en geeft hij hiermee ook een lesje over het gebruik van bewijsmiddelen.

Op grond van artikel 359, lid 3, Wetboek van Strafvordering moet een veroordeling steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die de voor de beslissing redengevende feiten en omstandigheden bevatten. Deze bewijsmiddelen dienen te worden vermeld in het vonnis of in de aanvulling daarop. Een andere optie is dat de rechter in de overwegingen voldoende nauwkeurig de feiten en omstandigheden aanduidt en daarbij aangeeft aan welke bewijsmiddelen deze feiten en omstandigheden worden ontleend. Deze stukken dienen tijdens de zitting aan de orde te zijn gekomen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof in deze zaak een verklaring van een verbalisant heeft gebruikt die voor het bewijs ontoelaatbare conclusies inhoudt. Een rechter dient zelfstandig tot bepaalde conclusies te komen op basis van de onderliggende feiten. Indien hiervan sprake is dan hoeft een onrechtmatig gebruik van een bewijsmiddel niet altijd tot cassatie te leiden. Onvoldoende is echter dat het hof enkel overweegt dat het zich kan vinden in de interpretaties en conclusies van de verbalisant. De rechter heeft een zelfstandige taak in het trekken van bepaalde conclusies op basis van de feiten in plaats van zich ongemotiveerd te conformeren aan conclusies van een verbalisant.

Dit arrest geeft niet alleen nog een keer helder weer hoe een vonnis of arrest ten aanzien van de bewezenverklaring gemotiveerd moet worden. Ook is het een belangrijk aandachtspunt voor de verdediging: laat je niet misleiden door de interpretaties en conclusies van de verbalisanten en beoordeel altijd zelfstandig of de feiten de conclusies kunnen dragen. Prikkel ook het Openbaar Ministerie en de rechter om dat te doen. Vorm altijd zelf een oordeel over de feiten en omstandigheden, want een mooi jongensboek kan ook fictie zijn.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie