#659: Weggelakte verklaringen
Het Openbaar Ministerie mag zich veel permitteren als het gaat om de samenstelling van het procesdossier, maar censuur hoort daar niet bij. Dat is de kern van het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2026. In deze zaak had het OM delen van getuigenverklaringen in processen-verbaal laten ‘weglakken’, zonder dat de rechter-commissaris daaraan te pas kwam. De Hoge Raad maakt daar korte metten mee: de officier van justitie heeft die bevoegdheid simpelweg niet.
De casus is als volgt. Een verdachte wordt vervolgd voor onder meer het overdragen van een vuurwapen, een dubbelloops hagelgeweer om precies te zijn. Het hof baseert de bewezenverklaring op verklaringen van twee getuigen, waarvan de één het wapen zou hebben gekocht en de ander bij de overdracht aanwezig zou zijn geweest. Tot zover niets bijzonders. Maar bij nadere inspectie blijken in de processen-verbaal van die getuigenverklaringen passages te zijn ‘weggelakt’. De verdediging vraagt om de volledige versies, wijst op het risico van ‘cherrypicking’ en stelt dat de verklaringen zo niet bruikbaar zijn voor het bewijs. Het hof wuift dit weg: de weggelakte delen zouden niet relevant zijn en de overgebleven passages zijn ‘duidelijk en ondubbelzinnig’.
Dat oordeel houdt in cassatie geen stand. De Hoge Raad zet uiteen dat het Nederlandse strafprocesrecht een samenhangend stelsel kent voor de omgang met processtukken. De officier van justitie is gedurende het opsporingsonderzoek verantwoordelijk voor de samenstelling van het dossier en moet alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de zaak toevoegen. Alleen wanneer sprake is van zwaarwegende belangen – denk aan de veiligheid van getuigen of een opsporingsbelang – mag hij met een machtiging van de rechter-commissaris delen van stukken achterwege laten. En precies daar wringt de schoen: in deze zaak is de rechter-commissaris er nooit aan te pas gekomen. Het OM heeft op eigen houtje besloten delen weg te lakken, met als argument dat die passages ‘niet relevant’ zouden zijn.
De Hoge Raad is duidelijk: de officier van justitie is niet zelfstandig bevoegd om stukken zodanig te bewerken dat gedeelten onleesbaar worden gemaakt. Wil hij een passage als niet-relevant aanmerken, dan kan hij dat hooguit aantekenen of doorhalen, maar de tekst moet leesbaar blijven zodat controle door de rechter en de verdediging mogelijk is. Het oordeel van het hof dat de weggelakte passages ‘niet relevant’ waren, is dan ook onbegrijpelijk. Het hof kende die passages immers niet en heeft evenmin een oordeel van de rechter-commissaris ingewonnen. Bovendien geldt het beginsel van interne openbaarheid: de zittingsrechter mag geen kennis nemen van stukken die de verdediging niet heeft gezien.
Dit arrest is een welkome herbevestiging van fundamentele uitgangspunten. De controle op het procesdossier is bij uitstek een taak van de rechter, niet van het OM. Het gevaar van selectief verbaliseren is niet denkbeeldig, zoals wij eerder schreven in het kader van de bewijswaarde van processen-verbaal. Het komt met enige regelmaat voor dat in pv’s onzorgvuldigheden voorkomen of dat verbalisanten niet de volledige context weergeven. Als daar dan ook nog een laag van weglakken overheen komt – zonder rechterlijke toetsing – wordt het wel heel lastig om de betrouwbaarheid van verklaringen te toetsen.
Wat ons betreft illustreert dit arrest dat waakzaamheid geboden blijft. De verdediging doet er goed aan om altijd kritisch te kijken naar de integriteit en volledigheid van het dossier. Het verzoek om volledige stukken kan immers het verschil maken tussen een veroordeling en een vrijspraak. En aan het OM de boodschap: weglakken zonder machtiging is geen optie. Het procesdossier is geen kleurboek.
Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op via [email protected].

No Comments