#214: Wilt u het kort houden?

Of er ooit onderzoek is gedaan naar de top 10 ergernissen van rechters is ons niet bekend, maar wij vermoeden dat ‘lange pleidooien’ hoog op een dergelijke lijst zou scoren. Dat wat het moment suprême voor vele advocaten (en hun cliënten) zal zijn, is voor de rechter soms een doorn in het oog. De vraag ‘wilt u het kort houden’ zal menig advocaat niet vreemd in de oren klinken. En die vraag is (heus) niet altijd ingegeven door de reputatie van de advocaat in kwestie. De rechter van tegenwoordig heeft het druk. Targets moeten worden gehaald en er is een planning waar men zich graag aan wil houden. Bij de verdachte bekruipt dan het gevoel dat hij niet gehoord wordt en dat de rechter eigenlijk al zijn oordeel klaar heeft. Kortom, een spanningsveld tussen de verschillende procespartijen. Maar mag de rechter de spreektijd van de advocaat ter zitting beknotten?Lees verder

#146: Tot volgend jaar!

Het is bijna zover. Nog twee dagen en dan zit 2015 erop.

Het was weer een mooi Vaklunch jaar waarin diverse juridische ontwikkelingen – hoogtepunten en teleurstellingen – de revue hebben gepasseerd.

Eén ding hebben de ontwikkelingen gemeen: overal liggen kansen waar we iets mee kunnen en moeten doen.

Hopelijk hebben wij jullie daartoe enige inspiratie kunnen bieden!

Voor nu wensen wij jullie een goede jaarwisseling en een prachtig 2016 toe!

#141: Hertoghs advocaten zoekt aspirant advocaat-stagiair (Ams)

Ons nichekantoor is gespecialiseerd in fiscale geschillen en (internationale) financiële fraude zaken. Onze cliënten stellen hoge eisen aan onze bijstand, net als wij. Bij iedere zaak zijn tenminste twee advocaten betrokken om zo de beste kwaliteit te leveren door kritisch op elkaar te zijn. Het werken volgens het four eyes principle vereist eerlijkheid, collegialiteit en een (zelf)kritische houding. Naast een intensieve samenwerking is een hoog kennisniveau van juridische vraagstukken en de actualiteit een must. Samen herken je alle potentiële verweren in een dossier om op basis daarvan de beste strategie te bepalen.

Ons kantoor met Brabantse roots is op zoek naar een nieuwe ambitieuze collega die bereid is samen met Roel Kerckhoffs, Judith de Boer en Mariëlle Boezelman de kwaliteit van ons kantoor over te brengen naar onze toekomstige vestiging in Amsterdam.

Spreekt ons kantoor jou aan en herken jij je in het volgende:

  • Ik ben net afgestudeerd in het fiscale recht (met civiel effect) en het recht op een eerlijk proces staat bij mij hoog in het vaandel; of
  • Ik ben net afgestudeerd in het (ondernemings)strafrecht en ben niet bang voor cijfers;
  • Ik wil topadvocaat worden;
  • Ik ben kritisch, in staat kritiek te krijgen en te verwerken;
  • Ik ben collegiaal zonder anderen naar de mond te praten; en
  • Ik ben niet vies van wat Brabantse gezelligheid?

Dan zijn wij wellicht op zoek naar jou! Stuur in dat geval je motivatiebrief, CV en cijferlijst naar Peter van der Westerlaken (westerlaken@hertoghsadvocaten.nl).

#139: Pragmatisme versus de wet

Het is in de praktijk inmiddels bijna standaard dat de rechter-commissaris aan de verdediging en de officier van justitie, voorafgaand aan een getuigenverhoor, verzoekt een lijst met vragen aan de getuige toe te sturen. De redenen hiervoor zijn met name praktisch van aard. Zo weet de rechter-commissaris immers welke vragen aan de orde zullen komen. Veelal wordt verzocht om een Word-bestand waarin de vragen staan genoteerd zodat de griffier alvast de vragen kan copy-pasten in het proces-verbaal. Ook kan de rechter-commissaris op die manier een tijdsplanning maken en bekijken of de vragen relevant zijn. Deze praktijk wordt ook bevestigd door een arrest van de Hoge Raad van 1 september 2015. Maar (dit) pragmatisme staat gelukkig niet boven de wet.Lees verder

#130: Grensoverschrijdende begrippen

De globalisering van het recht brengt de nodige problemen met zich mee. Niet iedere term uit de taal van het ene land laat zich vertalen in de taal van het andere land. Ook kunnen termen in verschillende landen een andere betekenis hebben. De term ‘reasonable’ heeft in de ene jurisdictie bijvoorbeeld dezelfde betekenis, maar in de andere jurisdictie weer niet. Maar niet alleen de interpretatie van bepaalde termen kan moeilijkheden met zich meebrengen. Dat geldt ook voor de waarde die wordt toegekend aan een bepaald begrip of ‘fenomeen’. Dit speelt overigens niet alleen in grensoverschrijdende gevallen maar ook als het gaat om overschrijding van de grenzen van rechtsgebieden. Een interessant voorbeeld is het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2014. Daarin wordt duidelijk dat de civiele interpretatie van de term ‘eigendom’ ten opzichte van de fiscaalrechtelijke interpretatie uiteen lopen.

Lees verder

#129: Montesquieu en de tipgeversaffaire

Montesquieu is onze geestelijke vader van de Trias Politica. Volgens de Trias Politica dient er een evenwicht te bestaan tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. In de alom bekende tipgeversaffaire is in plaats van een scheiding der machten, een botsing der machten te zien.

Op 29 april 2015 heeft Advocaat-Generaal IJzerman een eerste conclusie geschreven in de zogenoemde tipgeversaffaire. In deze conclusie kwam de vraag aan de orde of een getuige tegen een tussenbeslissing van het Hof – waarin is besloten dat de getuige is gehouden om een verklaring af te leggen – een rechtsmiddel in kan stellen. De Advocaat-Generaal heeft deze vraag ontkennend beantwoord waarover wij in artikel #113 reeds schreven.Lees verder

#116: Een aanhoudingsverzoek kan niet zomaar worden afgewezen

Het verkrijgen van alle processtukken in een strafrechtelijk onderzoek is over het algemeen geen sinecure. De verdediging krijgt – ondanks herhaalde verzoeken – regelmatig en vaak in een laat stadium de processtukken en wordt dan nogal eens geconfronteerd met een beperkt tijdsbestek om die processtukken te bestuderen en met de cliënt te bespreken. Dit gebeurt niet alleen in de fase van de inverzekeringstelling en de toetsing van het verzoek om voorlopige hechtenis. Het kan ook voorkomen dat dit gebeurt kort voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling of zelfs tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak. In het laatste geval is het evident dat de verdachte en de verdediging gelegenheid moet krijgen zich uit te laten over het hen onbekende document dat kennelijk relevant is. Zeker in hoger beroep, waar sprake is van de ‘laatste ronde’ van feitelijke toetsing, geldt dit. Indien de rechter de verdediging niet of onvoldoende gelegenheid geeft om het nieuwe processtuk te bestuderen door een aanhoudingsverzoek in dat kader af te wijzen, dan dient die beslissing voldoende gemotiveerd te worden. De Hoge Raad heeft hier onlangs een interessant arrest gewezen.

In deze zaak heeft het Hof tijdens de ondervraging van de verdachte ter zitting een document voorgehouden van de Financial Intelligence Unit van Liechtenstein. Dit kwam aan de orde nadat de verdachte ter zitting heeft verklaard over transacties naar een rekening in Liechtenstein. Het document was (kennelijk) verkregen door het Openbaar Ministerie naar aanleiding van een rechtshulpverzoek. Een kopie van het document is aan het Hof verstrekt, maar niet aan de verdediging. Ter zitting is de verdachte en de verdediging een half uur de tijd gegund om het document te bestuderen. Dit bleek niet voldoende, waarop de verdediging vervolgens heeft verzocht de behandeling van de zitting aan te houden. Het Hof heeft dat als volgt afgewezen: ‘In het licht van de tenlastelegging en de door de verdachte afgelegde verklaring is er geen begin van aannemelijkheid dat de overige stukken die naar aanleiding van het rechtshulpverzoek zijn toegevoegd, van belang zijn voor de beantwoording van enige vraag in het licht van de tenlastelegging. Het hof zal geen acht slaan op de overige stukken (…). Mocht het hof bij de beraadslaging in raadkamer menen dat de stukken alsnog van belang zijn, dan zal het onderzoek worden heropend en zullen de stukken alsnog aan de orde worden gesteld.’ Een teleurstellende beslissing. Hoewel het Hof meent dat de stukken niet van belang zijn in het kader van de tenlastelegging, heeft het Openbaar Ministerie kennelijk wel reden gezien het aan het dossier te voegen. Daarnaast is niet uitgesloten dat de verdediging de stukken van belang acht.

Tegen de beslissing van het Hof is cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft in het arrest van 31 maart 2015 korte metten gemaakt met het oordeel van het Hof. De Hoge Raad oordeelt dat de door het Hof genoemde gronden de afwijzing van het aanhoudingsverzoek niet kunnen dragen. ‘Dat het Hof de stukken waarop het verzoek betrekking heeft – welke stukken op enig moment aan het dossier zijn toegevoegd – niet van belang acht en heeft aangekondigd op die stukken geen acht te slaan, sluit immers niet uit dat de verdediging belang kan hebben bij voldoende gelegenheid die stukken te bestuderen en in haar voorbereiding van de verdediging te betrekken.’ Ons inziens is dit een juiste beslissing. Partijen zijn gebonden aan de beginselen van een goede procesorde en indien nieuwe stukken zijn gevoegd in hoger beroep ex artikel 414 Sv, moeten partijen in de gelegenheid worden gesteld daarvan kennis te nemen. Die stukken moet het Hof ook bij de beraadslaging betrekken (Vgl. HR 29 juni 2010). Het middel is gegrond verklaard en de zaak is teruggewezen naar het Hof.

Nadere aandacht verdient nog een voetnoot bij de cassatieschriftuur over de opmerking van het Hof ‘dat de verdediging de stukken had kunnen inzien’. Opgemerkt wordt dat de verdediging recht heeft op een afschrift van de stukken en daar ook om heeft gevraagd. De verdediging mag er dan op vertrouwen dat de processtukken in kopie worden verstrekt. Zonder aanwijzing dat sprake is van het tegenovergestelde, is er geen reden het dossier in te zien. Moet het arrest van de Hoge Raad – waarin niet expliciet aandacht aan dit punt is geschonken – nu zo worden gelezen dat het niet nemen van inzage in het dossier, voorafgaand aan de zitting, de verdachte en de verdediging niet kan worden tegengeworpen? Ons inziens is dat de juiste lezing. Het arrest geeft ook geen aanknopingspunten om een ander uitgangspunt te hanteren. Overigens laat deze kwestie nog wel het belang zien van het nemen van inzage in het dossier. Indien het Hof deze voor de verdachte en de verdediging onbekende processtukken niet had voorgehouden, en de zaak was afgedaan met de bekende riedel dat het Hof – met toestemming van de verdediging – de stukken voorgehouden acht, dan had de verdediging het stuk niet gekend en kunnen betrekken in de voorbereiding van de verdediging.

Wat is jouw ervaring met aanhoudingsverzoeken in een dergelijke situatie? Wordt een dergelijk verzoek veelal toegewezen? En hoe ga je om met een afwijzing?

#115: De kracht van retorica ter zijde geschoven

Al geruime tijd bestaan er zorgen over de werkdruk bij de rechterlijke macht. Deze druk heeft tot gevolg dat rechters zuinig met zittingstijd omgaan. Dit resulteert regelmatig in een discussie tussen de verdediging en de rechterlijke macht over de pleittijd van de advocaat. Rechters vinden veelal dat advocaten te lang van stof zijn en proberen de pleittijd van de advocaat in te perken. Maar hoe verhoudt dit zich tot het recht van de verdediging om aan te voeren wat haar in het belang van de verdediging dienstig voorkomt? De Hoge Raad heeft op 26 mei 2015 hierover een belangrijk arrest gewezen.Lees verder

#111: Aan wie geeft de Hoge Raad een hint?

Indien de verdediging tijdens een zitting getuigen opgeeft en de rechtbank acht het in het belang van de verdediging en/of noodzakelijk om deze getuigen te horen, dan zal de rechtbank de zaak in zijn algemeenheid verwijzen naar de rechter-commissaris. Dit gaat veelal gepaard met de toverspreuk: “en voorts al datgene te doen wat de rechter-commissaris wenselijk of noodzakelijk acht.” Als een getuigenverhoor vervolgens aanleiding geeft om een andere getuige te horen, dan kan de rechter-commissaris hier op praktische wijze zelf in voorzien. Hoewel de wetgever het strafprocesrecht met name efficiënter wenst te maken, lijkt de Hoge Raad een stokje te steken voor deze praktische werkwijze.Lees verder