#247: De uiterlijke schijn van (on)partijdigheid

Op basis van artikel 512 Wetboek van Strafvordering kunnen het Openbaar Ministerie en de verdachte de rechter wraken indien zich feiten of omstandigheden voordoen ‘waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden’. Onder meer in vaklunch #128 schreven wij al over gevallen waarin een wrakingsverzoek kan worden gedaan en de wijze waarop een wrakingsverzoek wordt beoordeeld. Ook concludeerden we dat een wraking niet mag worden gebruikt als een ‘verkapt rechtsmiddel’. Grond voor wraking bestaat alleen als uit een beslissing een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid volgt. Dat is echter niet eenvoudig. Uit een recente beslissing van Rechtbank Zeeland-West-Brabant blijkt dat de moeite loont om de houding van de rechter te monitoren. Niet alleen op basis van zijn uitlatingen maar ook op basis van zijn beweegredenen om op een bepaalde wijze te acteren kan de schijn van onpartijdigheid blijken.

Lees verder

#245: Wat is opportuun?

Soms voelt het voor een verdachte niet opportuun dat hij wordt vervolgd; hij heeft het niet (expres) gedaan, hij kon niet anders of het is geen ernstig feit. Het komt er vaak op neer dat een vervolging voelt als ‘niet eerlijk’. Het is aan de advocaat van de verdachte om te bepalen of dat gevoel van oneerlijkheid ook vertaald kan worden naar een juridisch ontvankelijkheidsverweer. Ontvankelijkheidsverweren worden vaak gevoerd in het kader van ernstige vormverzuimen. Maar het komt ook voor dat de vervolging in strijd wordt geacht met de beginselen van een goede procesorde. In een heel enkel geval wordt het Openbaar Ministerie – ondanks het opportuniteitsbeginsel – in verband met een schending van de goede procesorde toch niet-ontvankelijk verklaard.
Lees verder

#231: De gevolgen van de inkeerregeling voor derden

In Vaklunch #161 besteedden wij aandacht aan een arrest van de Hoge Raad van 5 april 2016 aangaande de relatie tussen de inkeerregeling en witwassen. De Hoge Raad oordeelde dat de algemene beginselen van behoorlijke procesorde met zich mee kunnen brengen dat indien vervolging voor het fiscale misdrijf vanwege een geldige inkeermelding is uitgesloten, ook geen vervolging voor witwassen kan plaatsvinden. Wegens een motiveringsgebrek casseert de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt zich nu opnieuw uit in deze zaak.Lees verder

#207: Liegen is geen verbergen of verhullen

In het dagelijks spraakgebruik is het niet ongewoon om aan te nemen dat als iemand liegt diegene iets wil verbergen of verhullen. Dit uitgangspunt werd door het Hof Amsterdam gebruikt om iemand te veroordelen voor witwassen in een arrest van 29 juli 2015 dat overigens pas vorige week werd gepubliceerd. De Hoge Raad steekt hier echter een stokje voor en legt uitgebreid uit wat de daadwerkelijke betekenis van verbergen of verhullen in het kader van witwassen is.Lees verder

#204: Rechtsbescherming bij invordering bestuurlijke boete

Het strafrecht gaat in Nederland al een aantal eeuwen mee. De eerste codificatie van het strafrecht in het ‘Crimineel wetboek voor het Koningrijk Holland’ dateert van 1809.[1] Na een aantal gedaanteveranderingen is dit aan het eind van de 19e eeuw vervangen voor het Wetboek van Strafrecht. Pas een eeuw daarna, inmiddels zo’n dertig jaar geleden, laaide de discussie over een alternatieve vorm van handhaving op. De strafrechtelijke keten kon het aanbod niet meer aan. Omdat met name de handhaving van de bestuursrechtelijke wetgeving tekort schoot werd daar naar een oplossing gezocht. En ineens was er een new kid in town: de bestuurlijke boete.

Lees verder

#197: Witwassen; een goed voornemen voor het nieuwe jaar?

Met het naderende einde van het jaar blikt de Hoge Raad terug op het verleden en kijkt het alvast vooruit naar de toekomst. In een mooi eindejaarsarrest van 13 december 2016 stelt de Hoge Raad dat de jurisprudentie omtrent witwassen en de geformuleerde kwalificatie-uitsluitingsgrond complex kan worden ervaren. Dit geeft aanleiding voor de Hoge Raad om een overzicht te geven. Deze jurisprudentie van de Hoge Raad is echter ook aanleiding geweest voor nieuwe witwaswetgeving. En op 1 januari 2017 treden de bepalingen aangaande “eenvoudig witwassen” (art. 420bis.1 Sr) en “eenvoudig schuldwitwassen” (art. 420quater.1 Sr) in werking. Reden voor de Hoge Raad om in dit arrest alvast een overzicht te geven van de geldende witwaswetgeving die in het nieuwe jaar van toepassing is. Of omvat dit arrest meer dan een overzicht en geeft het eveneens een stille hint aan het Openbaar Ministerie?Lees verder

#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.Lees verder

#189: Artikel 10a AWR in het strafrecht

Sinds 1 januari 2012 is in artikel 10a AWR een fiscale meldplicht opgenomen. Het artikel bepaalt dat een belastingplichtige uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden bij de Belastingdienst moet melden zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd voor welke onjuistheden of onvolledigheden dit geldt. Zo is in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting bepaald dat deze meldplicht geldt voor onjuistheden en onvolledigheden in aangiften omzetbelasting. In dit artikel zijn drie situaties omschreven die als overtreding worden aangemerkt: 1) het niet doen van de suppletie, 2) het niet tijdig doen van de suppletie en 3) het niet doen van de suppletie op de aangegeven wijze. Inmiddels heeft de suppletie omzetbelasting ook zijn intrede gemaakt in het strafrecht. Hierbij enkele overpeinzingen.Lees verder

#188: Bent u wel onpartijdig?

Afgelopen vrijdag, 14 oktober jl., vond de vierde landelijke Hertoghs pleitwedstrijd plaats in de (bijzondere) rechtbank in Breda. Studenten fiscaal recht en studenten strafrecht hebben met verve de zaak voor het Openbaar Ministerie en de verdachte bepleit aan de hand van een dossier dat nauwelijks van echt te onderscheiden was. De bijzondere zittingscombinatie bestaande uit een frauderechter, een officier van justitie en een advocaat hebben de studenten laten voelen hoe het is om écht in de rechtbank te staan. En de cliënt deed ook een duit in het zakje door de adviezen van zijn advocaten prompt te vergeten bij het binnentreden van de zittingszaal. Alle hens aan dek voor de procespartijen dus. En ook dit jaar zocht de rechtbank de grens van de schijn van partijdigheid op. Maar wat doe je als de rechter tegen de verdachte zegt: maar ik geloof u gewoon niet?Lees verder

#186: Wie moet op de Salduz-blaren zitten?

Het is inmiddels bijna tien jaar geleden dat het ‘Salduz-arrest’ is gewezen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In het Salduz-arrest heeft het EHRM – kortgezegd – uitgemaakt dat iedere (aangehouden) verdachte recht heeft op toegang tot een raadsman. Het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM en de daaruit voortvloeiende verdedigingsrechten staan in Europa hoog in het vaandel. Maar met name de vraag welke consequenties moeten worden verbonden aan een schending van – in dit geval – het recht op een raadsman houdt partijen nogal eens verdeeld. Als het recht geschonden is, wie moet dan op de Salduz-blaren zitten? De overheid of toch de verdachte zelf?Lees verder