#295: De kroongetuige in fraudezaken?

Uit de media kennen we ‘de kroongetuige’ met name als belangrijke figuur die een rol speelt in strafzaken rondom de zware criminaliteit. De meeste mensen zullen de term in verband brengen met strafzaken rondom liquidaties in de onderwereld. Recent is tijdens het algemeen overleg van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid gesproken over de vraag of een dergelijke regeling ook toegepast zou moeten worden bij een verdenking van witwassen. Maar hoe zit het eigenlijk? En is verdere ontwikkeling hiervan wenselijk?

Lees verder

#292: Wachten tot je een ons weegt

Artikel 6 EVRM geeft een verdachte het recht op een openbare zitting binnen een redelijke termijn. Overschrijding van de redelijke termijn wordt volgens jurisprudentie van de Hoge Raad in de regel gecompenseerd met strafvermindering. Het leidt niet tot niet-ontvankelijkheid, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Klare taal van de Hoge Raad, maar rechtbanken lijken zich niet altijd in dit oordeel van de Hoge Raad te kunnen vinden.

Lees verder

#291: Het EHRM tikt Nederland op de vingers

Recent is de in 1973 verfilmde bestseller uit 1968 ‘Papillon’ in een moderner jasje gestoken. Het verhaal gaat over de Franse Papi die het begaan van een moord in zijn schoenen geschoven krijgt en daarvoor wordt veroordeeld. Hij verlaat met vele andere gedetineerden Frankrijk en moet zijn straf uitzitten in het overzeese gebied Frans Guyana. Dat laat Papi zich echter niet zonder verzet gebeuren. Niet alleen de volhardendheid van Papi om zijn vrijheid terug te krijgen is opmerkelijk, dat geldt ook voor de erbarmelijke omstandigheden voor de gedetineerden. Maar dat zijn vervlogen tijden, toch?

Lees verder

#289: Kun je ’t googlen?

Zonder bewijs geen veroordeling. Het Wetboek van Strafvordering is duidelijk; het bewijs vormt de kern van ons strafvorderlijk stelsel. Artikel 339, lid 1, Sv bepaalt welke wettige bewijsmiddelen bestaan. Naast de eigen waarneming van de rechter zijn dat verklaringen van de verdachte, de getuige of de deskundige en schriftelijke bescheiden. Het tweede lid van artikel 339 Sv bepaalt verder dat ‘feiten of omstandigheden van algemeene bekendheid’ geen bewijs behoeven. Dat lijkt ook niet meer dan logisch. Het is een enorm voor de hand liggende bepaling. Want waarom zou er immers nog bewijs moeten worden geleverd voor het feit dat de lucht blauw is? Of voor het feit dat sneeuw wit is? Maar wat ‘feiten van algemene bekendheid zijn’ is daarentegen niet altijd duidelijk. Deze vraag leidt dan ook tot de nodige jurisprudentie. Het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2018 brengen wij graag onder jullie aandacht.

Lees verder

#287: Confirmation bias in het Nederlandse strafproces

Dat het strafvorderlijke stelsel vele uitdagingen kent voor de verdediging is na ruim vijf jaar Vaklunch.nl duidelijk naar voren gekomen. De advocaat heeft in het strafproces maar één taak en dat is het dienen van de belangen van zijn cliënt, de verdachte. In de praktijk blijkt dat niet altijd een eenvoudige of eerlijke strijd. Zeker nu het strafvorderlijk stelsel zo is ingericht dat de politie en andere opsporingsinstanties bepalen wat er in het dossier zit. Het dossier op basis waarvan de rechter na het onderzoek ter zitting dient te bepalen of het tenlastegelegde al dan niet bewezen kan worden verklaard. Hoewel het strafvorderlijk stelsel niet vereist dat de verdediging voorafgaand aan de zitting zijn visie met de rechter deelt, zijn er steeds meer advocaten die die vrijheid wel nemen in het belang van hun cliënt. Maar past dit nog wel bij een modern strafproces?

Lees verder

#286: Strafbare beïnvloeding

Vele advocaten zullen iedere rechtzoekende afraden om onvoorbereid aan een verhoor van autoriteiten mee te werken. Dat geldt niet alleen voor een verhoor van een verdachte, maar zeker ook voor het verhoor van een getuige. Dat heeft niet altijd te maken met vrees om ‘van kleur te verschieten’ en jezelf door je eigen verklaring van getuige naar verdachte te promoveren. Dat kan ook te maken hebben met een geheimhoudingsverplichting van de getuige. Die verplichting heeft de getuige te respecteren en een geheimhoudingsverplichting kan niet door iedere (opsporings-)autoriteit worden doorbroken. Ook kunnen bijvoorbeeld belangen van familieleden een rol spelen waardoor de afweging moet worden gemaakt om al dan niet een beroep op het verschoningsrecht te doen. Kortom, legio redenen voor een getuige om voorbereid aan een verhoor te starten. Maar hoe ver mag een advocaat gaan die een getuige voorbereidt?Lees verder

#285: Fiscaal ≠ commuun

De verhouding tussen het fiscale strafrecht en het commune strafrecht is niet altijd even duidelijk. Dat geldt ook voor de wijze waarop dit onderscheid in de wet wordt gemaakt. Artikel 69, lid 4, AWR bepaalt dat in het geval van een fiscaal delict de verdachte niet (ook) mag worden vervolgd voor valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225, lid 2, Sr. Het gaat dan expliciet om het gebruik maken van een vals document. Het opmaken van een vals geschrift is niet uitgezonderd in artikel 69, lid 4, AWR. Het is echter de vraag of het wel gepast is om via het commune strafrecht te vervolgen als sprake is van een fiscaal delict waarin het gaat om het opmaken van een vals document. Zouden fiscale delicten in zijn algemeenheid niet via het fiscale strafrecht vervolgd moeten worden? In Vaklunch #119, #135 en #171 kwam dit onderwerp al aan de orde. Het recent, op 10 augustus 2018, gepubliceerd vonnis van Rechtbank Amsterdam geeft aanleiding om dit onderwerp nog eens op de agenda te zetten.

Lees verder

#284: Ontnemingsvorderingen en betalingsverplichtingen

Na twee Vaklunches over ontneming kan een derde natuurlijk niet uitblijven; een ontnemingsdrieluik. Na ontnemingsvorderingen en faillissementen en ontnemingsvorderingen en fiscaliteiten, zijn deze week ontnemingsvorderingen en betalingsverplichtingen aan de beurt. Op 29 mei 2018 heeft de Hoge Raad een helder arrest gewezen over de mogelijkheid om de betalingsverplichting van een ontnemingsvordering hoofdelijk op te leggen. Over dit onderwerp schreven wij ook in Vaklunch #159.Lees verder

#281: All things come to an end

Een verdachte en de verdediging hebben te dulden dat zij niet de regie hebben over het verloop van een strafrechtelijk onderzoek en/of een procedure. Zo komt het voor dat strafrechtelijke onderzoeken eindeloos lijken te duren, zonder dat de verdachte – mits hij niet ‘vast zit’ – jarenlang geen rechter ziet in zijn eigen zaak. De wet biedt de verdachte voor dat geval wel de mogelijkheid om een rechter-commissaris in te schakelen om de voortgang van het proces te bewaken. De rechter-commissaris heeft echter maar weinig mogelijkheden om het Openbaar Ministerie te bewegen om het proces voorspoediger te behandelen. Voor de rechter-commissaris en de verdachte resteert bij een te traag proces één optie. Het indienen van een verzoek om de zaak te beëindigen op basis van artikel 36 Wetboek van Strafvordering.

Lees verder

#280: Zinderende hitte omtrent artikel 10a AWR

Er is een hittegolf gaande in Nederland. En dat betekent over het algemeen komkommertijd voor de jurisprudentie. Maar niet dit jaar. Deze zomer gaat gepaard met interessante jurisprudentie over het niet of niet volledig doen van een melding ex artikel 10a AWR. Het artikel bepaalt dat een belastingplichtige uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden bij de Belastingdienst moet melden zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd voor welke onjuistheden of onvolledigheden dit geldt. In Vaklunch #189 schreven wij reeds over artikel 10a AWR in het strafrecht. Twee weken geleden behandelden wij in Vaklunch #278 de vraag of deze bepaling niet in strijd is met het nemo tenetur beginsel. Deze week stellen wij graag een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland aan de orde.

Lees verder