#329: Meewerken aan het onderzoek: wat levert dat op?

Straftoemeting doet af en toe wat arbitrair aan. Hoewel de LOVS-richtlijnen houvast geven voor de toe te passen straffen is het uiteindelijk maatwerk. In de LOVS-richtlijnen staat immers ook dat rekening gehouden dient te worden met strafverzwarende en strafverminderende omstandigheden. Maar hoe deze omstandigheden moeten worden gewogen en welk effect deze omstandigheden hebben op de straf blijft altijd gissen. Dat geldt met name voor de vraag of, en zo ja wat meewerken aan het onderzoek oplevert qua strafmaat. Op deze vraag moeten advocaten veelal het antwoord schuldig blijven aan hun cliënt. Het Hof in Den Haag heeft echter in het arrest van 17 mei 2019, recent gepubliceerd, goed inzichtelijk gemaakt wat het effect van meewerken op de strafmaat kan zijn.
Lees verder

#328: Ik kan het me niet herinneren

In vele zaken is het verrichten van het onderzoek à décharge een grote uitdaging voor de verdediging. Niet alleen het bepalen of, en zo ja, welke getuigen moeten worden gehoord is een uitdaging. Regelmatig zit de uitdaging ook in het overtuigen van het Openbaar Ministerie en de rechter(-commissaris) van het belang om deze getuige(n) te horen. Zeker indien het verzoek in een vroegtijdig stadium van het onderzoek wordt gedaan, terwijl onderzoek à décharge juist dan van groot belang kan zijn. Gelukkig onderkent het Hof in Amsterdam dat het horen van getuigen in een vroegtijdig stadium de waarheidsvinding ten goede kan komen.

Lees verder

#327: Geld stinkt…

… althans, de overheid lijkt te vinden dat contant geld stinkt. In de strijd tegen criminaliteit en witwassen hebben Minister Hoekstra en Grapperhaus een plan gepresenteerd tegen witwassen. Beide ministers willen het “criminelen” steeds moeilijker maken om het financiële stelsel te gebruiken. De voorstellen die zij daartoe doen zijn vergaand. De vraag is echter of er voldoende aandacht wordt besteed aan de rechtsbescherming?Lees verder

#326: Eén weg leidt naar Rome

Ten behoeve van de rechtszekerheid kan een strafrechtelijke vervolging niet samen gaan met een bestuurlijke beboeting voor hetzelfde fiscale delict. Het una via-beginsel dwarsboomt de bestuurlijke beboeting als de strafrechtelijke vervolging is aangevangen en vice versa. Helaas blijkt het una via-beginsel in de praktijk aan betekenis te verliezen. Dat concludeerden wij onder meer in Vaklunch #165. Toch gloort er dankzij Gerechtshof Den Bosch hoop aan de horizon.

Lees verder

#324: Barking up the wrong tree

Officieren van het Landelijk Parket hebben afgelopen week in het NRC de noodklok geluid over het gebruik van het verschoningsrecht door advocaten. Ook op de website van het Openbaar Ministerie verscheen een nieuwsbericht hierover. De reden? Het verschoningsrecht van advocaten zorgt in de praktijk voor vertraging van omvangrijke opsporingsonderzoeken naar mogelijke fraude. De vertraging wordt veroorzaakt doordat de rechter-commissaris moet beslissen of terecht een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan. Het Openbaar Ministerie verwijt  de geheimhouders deze vertraging te veroorzaken. Maar ontstaat de vertraging dan door het beroep op het verschoningsrecht? Of ontstaat het door de trage procedure bij de rechter-commissaris?Lees verder

#323: Onredelijke inbreuken op mensenrechten

In diverse Vaklunches hebben wij aandacht gevraagd voor de lange duur van een strafrechtelijk onderzoek en het effect op iemands leven daarvan. Het is niet voor niets dat artikel 6 EVRM een verdachte het recht geeft op een openbare zitting voor een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank binnen een redelijke termijn. De vraag is welke middelen heeft een verdachte om dit recht te effectueren. In Vaklunch #281 hebben wij aangegeven dat een van de mogelijkheden is een verzoek in te dienen om de zaak te beëindigen op basis van artikel 36 Wetboek van Strafvordering. Advocaat-Generaal Knigge heeft nu in een vergelijkbare zaak cassatie in het belang der wet ingediend om van de Hoge Raad een oordeel te krijgen op de vraag of artikel 36 Sv hiervoor is bedoeld.Lees verder

#322: Naming and shaming, een internationale trend

Op 22, 23 en 24 mei 2019 namen wij deel aan het halfjaarlijkse congres van de International Association of Young Lawyers (AIJA). Een van de onderwerpen van het congres betrof: ‘Tax: a Dream, not a Nightmare. In de diverse discussies met onze internationale collega’s kwam naar voren dat de autoriteiten wereldwijd gebruik maken van diverse methodes om financiële en fiscale fraude tegen te gaan. Of het nu administratieve boetes, strafrechtelijke vervolgingen of disciplinaire maatregelen zijn. Ook werd duidelijk dat het middel van naming and shaming inmiddels een geliefde methode is om een preventieve werking te creëren. Bij terugkomst van het congres werden wij direct geconfronteerd met een uitspraak in de jurisprudentie die deze trend onderschrijft.Lees verder

#321: Regels zijn regels

De verdachte kan op basis van artikel 279 Sv een raadsman machtigen namens hem ter zitting te verschijnen. Voorts voorziet artikel 450 Sv in de mogelijkheid dat dat een rechtsmiddel ook kan worden aangewend door tussenkomst van een advocaat. Daarbij dienen een aantal eisen in acht te worden genomen. Zo dient de advocaat onder meer expliciet te verklaren dat hij bepaaldelijk is gevolmachtigd. Dat deze eis van cruciaal belang is, blijkt onder meer uit het arrest van 3 april 2019 van Hof Den Bosch.Lees verder

#320: Failed parenting?

Dat er in strafrechtelijke onderzoeken nogal eens iets mis gaat is alom bekend. Vormverzuimen staan in menig strafzaak daarom hoog op de agenda van de verdediging. Artikel 359a Sv biedt een mechanisme dat moet waarborgen dat politie en justitie zich aan de strafvorderlijke regels houden. Als dat niet gebeurt, kunnen daar gevolgen aan worden verbonden door de strafrechter. Strafvermindering, bewijsuitsluiting en – in uitzonderlijke gevallen niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie –, behoren tot de mogelijkheden. Helaas blijft het veelal bij een constatering van het verzuim, zonder consequenties. Deze milde consequenties doen voorkomen dat vormverzuimen niet erg zijn en dat strafvorderlijke regels met een korrel zout mogen worden genomen. Werkt dat meer vormverzuimen in de hand?Lees verder