#244: Witwassen met belastingaangiften?

In een onderzoek genaamd Budget bestond een verdenking van fraude met zorgkosten. Het verwijt was dat valse facturen werden opgemaakt door zorgaanbieders in die zin dat daarop meer uren in rekening werden gebracht dan dat er zorg was verleend. Ter onderbouwing van die facturen zou gebruikt zijn gemaakt van valse zorgroosters waarop een te hoog aantal uren zorg zou zijn vermeld en deze zouden zijn voorzien van valse handtekeningen. Op deze manier zou zijn geprobeerd te doen voorkomen dat de vermelde zorg daadwerkelijk was verleend en op basis van deze facturen zou een te hoog bedrag aan AWBZ-gelden zijn uitgekeerd aan de zorgaanbieders. Het verkregen geld zou vervolgens zijn witgewassen. Met name de bewezenverklaring door het Hof dat sprake is van witwassen van illegale inkomsten door die op te geven in de aangifte inkomstenbelasting is opmerkelijk en de moeite waard om te bediscussiëren.Lees verder

#231: De gevolgen van de inkeerregeling voor derden

In Vaklunch #161 besteedden wij aandacht aan een arrest van de Hoge Raad van 5 april 2016 aangaande de relatie tussen de inkeerregeling en witwassen. De Hoge Raad oordeelde dat de algemene beginselen van behoorlijke procesorde met zich mee kunnen brengen dat indien vervolging voor het fiscale misdrijf vanwege een geldige inkeermelding is uitgesloten, ook geen vervolging voor witwassen kan plaatsvinden. Wegens een motiveringsgebrek casseert de Hoge Raad het arrest van het hof en wijst de zaak terug. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt zich nu opnieuw uit in deze zaak.Lees verder

#221: Een verifieerbare verklaring en de onschuldpresumptie

Wij brengen graag de uitspraak van het EHRM Zschüschen v. Belgium onder de aandacht. Een Belgische zaak met een Nederlands tintje. De Nederlandse heer Zschüschen woont in Amsterdam. Hij is echter in België veroordeeld voor witwassen. Het arrest handelt over de vraag of het uitblijven van een verklaring in geval van een verdenking van witwassen dat wordt gebruikt voor het bewijs in strijd is met de onschuldpresumptie.Lees verder

#207: Liegen is geen verbergen of verhullen

In het dagelijks spraakgebruik is het niet ongewoon om aan te nemen dat als iemand liegt diegene iets wil verbergen of verhullen. Dit uitgangspunt werd door het Hof Amsterdam gebruikt om iemand te veroordelen voor witwassen in een arrest van 29 juli 2015 dat overigens pas vorige week werd gepubliceerd. De Hoge Raad steekt hier echter een stokje voor en legt uitgebreid uit wat de daadwerkelijke betekenis van verbergen of verhullen in het kader van witwassen is.Lees verder

#202: Het afpakklimaat is niet grenzeloos

De boodschap die de Hoge Raad in het arrest van 29 november 2016 bracht is goed overgekomen. In de jurisprudentie worden de teugels aangetrokken als het aankomt op de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij witwassen in ontnemingszaken. Want wat is nu het wederrechtelijk voordeel van het witwassen van belastingvoordeel? In het (nog) niet op rechtspraak.nl gepubliceerde vonnis van 18 januari 2017 geeft Rechtbank Amsterdam het Openbaar Ministerie handen en voeten aan het arrest van de Hoge Raad.

In deze zaak is de verdachte door de Rechtbank Amsterdam in het vonnis van 25 november 2015 veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor gewoontewitwassen in de jaren 2002 tot en met 2014. Het gronddelict is belastingfraude; het verzwijgen van inkomsten en vermogen in Luxemburg. Deze belastingbesparing heeft de verdachte door creditcard uitgaven en gebruik van contant opgenomen bedragen in het economisch verkeer gebracht. De door het Openbaar Ministerie aangevoerde grondslag voor de ontnemingsprocedure is het gewoontewitwassen en een soortgelijk feit als de belastingfraude waarvoor de verdachte is veroordeeld, namelijk belastingfraude die in de jaren voorafgaand aan 2002 zou zijn gepleegd.

Het verweer van de verdediging dat de rechtbank niet ontvankelijk is op basis van artikel 74 AWR – waarin ontneming ex artikel 36e Sr is uitgesloten voor fiscale strafbare feiten – slaagt voor zover het ziet op de grondslag belastingfraude. Tegen een ontnemingsvordering op basis van witgewassen vermogen verkregen door belastingfraude verzet artikel 74 AWR zich volgens de Rechtbank niet. In zoverre niets nieuws onder de zon.

De uitspraak is wel interessant als het aankomt op het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het witwassen. Het Openbaar Ministerie zet hoog in en stelt primair dat het gehele buitenlandse vermogen door vermenging als afkomstig uit misdrijf – namelijk de belastingfraude – moet worden aangemerkt. Daar komt het Openbaar Ministerie echter niet mee weg. De Rechtbank oordeelt dat geldbedragen die het voorwerp van witwassen zijn niet zonder meer als wederrechtelijk verkregen voordeel zijn aan te merken. Daartoe verwijst de Rechtbank naar het recente arrest van de Hoge Raad waarin wij in vaklunch #195 reeds aandacht hebben besteed. De Rechtbank verlangt dan ook – ons inziens terecht – een betere motivering van het Openbaar Ministerie waar het genoten voordeel uit zou bestaan. Ook de subsidiaire poging daartoe – namelijk dat de omvang van het ten onrechte niet afgedragen bedrag aan belastingen voor de oude jaren het wederrechtelijk voordeel betreft – treft geen doel. Dit voordeel heeft de verdachte niet verkregen door het witwassen, maar door belastingfraude. Ontneming is voor dat geval bij wet uitgesloten.

Het standpunt van de Officier van Justitie dat het wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat voor zover het belastingvoordeel in het economisch verkeer is gebracht, is potentieel succesvol. De Rechtbank overweegt dat deze uitgaven een ander (geldelijk) voordeel zouden hebben kunnen opleveren dan de belastingbesparing. Als voorbeeld noemt de Rechtbank de waardevermeerdering van de aangeschafte goederen. Echter, op dat punt heeft het Openbaar Ministerie niets aangevoerd. De rechtbank heeft op basis daarvan het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil.

De rechtbank roept het Openbaar Ministerie een halt toe. Deze uitspraak laat zien dat het huidige ‘afpakklimaat’ – ons inziens terecht – niet grenzeloos is. Het Openbaar Ministerie van goeden huize moet komen om aannemelijk te maken dat witgewassen illegale belastingbesparing een voordeel heeft opgeleverd voor de betrokkene om dat voordeel te kunnen ontnemen.

Heb je vragen over ontneming of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem contact met ons op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

#199: Een gewaarschuwd OM telt voor twee?

Het nieuwe jaar begint vol nieuwe kansen; zo ook de jurisprudentie op basis waarvan het witwas tij lijkt te keren. Op de valreep van 2016 besteedden wij in vaklunch #197 al aandacht aan het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 13 december 2016. En niet lang daarvoor diende de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2016 zich aan, waar wij in vaklunch #190 over schreven. In die zaak gaf Hof Arnhem-Leeuwarden het Openbaar Ministerie een signaal dat het niet achterover kan leunen indien een verklaring is gegeven voor de herkomst die min of meer plausibel is. Een goed voorbeeld doet volgen?Lees verder

#197: Witwassen; een goed voornemen voor het nieuwe jaar?

Met het naderende einde van het jaar blikt de Hoge Raad terug op het verleden en kijkt het alvast vooruit naar de toekomst. In een mooi eindejaarsarrest van 13 december 2016 stelt de Hoge Raad dat de jurisprudentie omtrent witwassen en de geformuleerde kwalificatie-uitsluitingsgrond complex kan worden ervaren. Dit geeft aanleiding voor de Hoge Raad om een overzicht te geven. Deze jurisprudentie van de Hoge Raad is echter ook aanleiding geweest voor nieuwe witwaswetgeving. En op 1 januari 2017 treden de bepalingen aangaande “eenvoudig witwassen” (art. 420bis.1 Sr) en “eenvoudig schuldwitwassen” (art. 420quater.1 Sr) in werking. Reden voor de Hoge Raad om in dit arrest alvast een overzicht te geven van de geldende witwaswetgeving die in het nieuwe jaar van toepassing is. Of omvat dit arrest meer dan een overzicht en geeft het eveneens een stille hint aan het Openbaar Ministerie?Lees verder

#195: Witwassen versus ontnemen

Een financiële fraudezaak gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek uitmondend in een ontnemingsvordering. Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter een verplichting tot betaling opleggen indien de veroordeelde voordeel heeft gekregen door middel van of uit baten van het betreffende strafbare feit. In geval een veroordeling heeft plaatsgevonden voor witwassen dan is de vraag in hoeverre het voordeel dat is verkregen afkomstig is uit baten van het strafbare feit. Deze vraag kwam recent aan de orde in een arrest van 29 november 2016 van de Hoge Raad.Lees verder

# 193: (On)middelijk uit eigen misdrijf afkomstig

Witwassen is een geliefde strafbepaling bij het Openbaar Ministerie en wordt ook vaak als extra feit ten laste gelegd. Indien iemand beschikt over een voorwerp dat van misdrijf afkomstig is, dan is het niet moeilijk om op basis van artikel 420bis Wetboek van Strafrecht te oordelen dat er sprake is van witwassen. Er is namelijk al snel sprake van het verwerven, voorhanden hebben, overdragen of gebruik maken van het betreffende voorwerp. Om te voorkomen dat sprake zou zijn van een automatische verdubbeling van strafbaarheid voor één feitelijke handeling is door de Hoge Raad in het arrest van 8 januari 2013 een kwalificatie uitsluitingsgrond ontwikkeld. Indien sprake is van voorwerpen die uit eigen misdrijf afkomstig zijn, moet er sprake zijn van een gedraging die op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp gericht is; eerst dan is  witwassen strafbaar. De kwalificatie uitsluitingsgrond van de Hoge Raad wordt echter niet altijd juist toegepast zo blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

Lees verder

#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.Lees verder