#276: Sepots en vergoedingen

Indien een strafzaak eindigt zonder oplegging van een straf of een maatregel kan de gewezen verdachte aanspraak maken op vergoeding van de advocaatkosten. Artikel 591(a) Sv geeft daarvoor de wettelijke grondslag. In Vaklunch #224 gaven wij reeds aan dat er geen eenduidige lijn is te ontdekken in het toekennen van een vergoeding. De rechter kan overgaan tot het toekennen van een vergoeding als hij daartoe gronden van billijkheid aanwezig acht. De praktijk leert dat als een strafzaak is geëindigd met een sepot, de sepotcode ofwel de reden van het sepot van invloed kan zijn op de hoogte van de vergoeding. Dit kan ook reden zijn om een wijziging van de sepotcode te vragen aan de officier van justitie. Maar wat als de officier van justitie daaraan niet wil meewerken? Twee recente uitspraken laten twee mogelijkheden zien.

Lees verder

#224: Arbitraire vergoedingen

Indien een strafzaak eindigt zonder oplegging van een straf of een maatregel kan de gewezen verdachte aanspraak maken op vergoeding van de advocaatkosten. Artikel 591(a) Sv geeft daarvoor de wettelijke grondslag. De jurisprudentie over artikel 591(a) Sv laat een wat grillige lijn zien; de ene keer worden kosten wel vergoed, maar soms ook niet of slechts gedeeltelijk. De rechter heeft veel vrijheid in het al dan niet toekennen van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand. De rechter kan daartoe overgaan als hij daartoe gronden van billijkheid aanwezig acht. Indien de zaak is geseponeerd – in dat geval eindigt de straf zonder straf of maatregel – kan de vraag spelen of het sepot een schadevergoeding billijkt.Lees verder

#194: Knevelarij door het Openbaar Ministerie

De praktijk van een advocaat staat bol van wonderlijke situaties. Niet in de laatste plaats de praktijk van de strafrechtadvocaat. Wie denkt dat de natuurlijke vijand van de strafrechtadvocaat – het Openbaar Ministerie – altijd ‘volgens het boekje werkt’, heeft het mis. Onder omstandigheden krijgt het Openbaar Ministerie een reprimande van de rechter als het Openbaar Ministerie het te bont heeft gemaakt. Echter de tendens is dat de verdachte niet mag ‘profiteren’ van de fouten gemaakt door het Openbaar Ministerie. Die regel prikkelt het Openbaar Ministerie en het gehele opsporingsapparaat ons inziens te weinig om zelfkritisch te zijn. Het regent vormverzuimen zonder dat deze op enigerlei wijze worden bestraft. Als advocaat kijk je dus bijna nergens meer van op. Toch hebben wij ons weer verwonderd over de gang van zaken die aan de orde kwam in de uitspraak van Rechtbank Overijssel vorige week; geen vormverzuim maar pure knevelarij.Lees verder