#251: Het NS-debacle van het Openbaar Ministerie

Op 21 november 2017 blies het Openbaar Ministerie hoog van de toren. Er werden fikse straffen geƫist in de NS-Zaak; gevangenisstraffen tot 12 maanden, taakstraffen en geldboetes. De verdachten hadden zich volgens het Openbaar Ministerie schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van overeenkomsten, het bekendmaken van bedrijfsgeheimen en niet-ambtelijke omkoping. Vlak voor het kerstreces op 21 december 2017 sprak de rechtbank Oost-Brabant zes verdachten en het bedrijf NS vrij van omkoping en valsheid in geschrifte. De rechtbank verklaarde het OM niet-ontvankelijk ten aanzien van schending van de geheimhoudingsplicht. Wij besteden graag aandacht aan het oordeel van de rechtbank over valsheid in geschrifte.Lees verder

#240: Grenzen aan valsheid in geschrift

Het Openbaar Ministerie (b)lijkt dol te zijn op artikel 225 Wetboek van Strafrecht, waarin valsheid in geschrifte strafbaar is gesteld. Menig fiscaal delict wordt met behulp van dit commune delict geprobeerd aan te pakken bij wijze van vangnetbepaling. Ook processtukken blijken niet veilig. Zo vervolgende het Openbaar Ministerie een verdachte voor het afleggen van een valse verklaring op basis van artikel 225 Sr. Ook werd op basis van artikel 225 Sr een bezwaarschrift tegen een aangiftebiljet aangepakt. Gelukkig fluiten rechters het Openbaar Ministerie terug.Lees verder

#227: Fiscale interpretatiemethodes en valsheid in geschrifte

In het fiscale strafrecht gaat een verdenking van belastingfraude veelal gepaard met een verdenking van valsheid in geschrifte. Zo kan bijvoorbeeld sprake zijn van een onjuiste factuur of overeenkomst waarmee de fiscale fraude is gepleegd. Maar dit hoeft zeer zeker niet altijd het geval te zijn. Zelfs als een fiscale herkwalificatie van de feiten plaatsvindt dan betekent dat nog niet dat de onderliggende stukken vals zijn. In de recente vrijspraak van een oud Achmea bestuurder voor valsheid in geschrifte wordt dit onderscheid goed duidelijk gemaakt.Lees verder