#176: Daar mag een voorbeeld aan genomen worden

In de artikelen #014, #051, #071 en #131 besteedden wij al aandacht aan het onderwerp straftoemeting. Steeds komen wij terug op hetzelfde cruciale punt: straftoemeting is maatwerk. Dat geldt uiteraard voor het commune strafrecht, maar ook voor het fiscale strafrecht en het (fiscale) boeterecht. Voor straffen geldt dat deze niet in het algemeen zijn te bepalen. Binnen de bandbreedte van de maximale wettelijke strafbaarstelling dient de rechter te bepalen welke straf passend is voor de betreffende verdachte. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen zodat de straf het doel – vergelding en preventie – dient. De LOVS oriëntatiepunten bieden procespartijen houvast als het aankomt op straftoemeting, bijvoorbeeld in fraudezaken. De hoogte van de straf is afgezet tegen het financiële nadeel dat is geleden. Aan de hand van verschillende factoren wordt de straf hoger of lager. In het fiscale boeterecht wordt een handreiking gedaan door het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Maar hoe gaan rechters hier mee om?

De jurisprudentie laat zien dat rechters steeds meer oog hebben voor straftoemeting. In vonnissen wordt steeds vaker (goed) uitgelegd op basis waarvan de rechters de specifieke straf hebben bepaald. Echter valt op dit punt nog steeds het nodige te winnen. De wijze waarop straftoemeting geschiedt, is namelijk niet altijd transparant. In voorkomende gevallen laten rechters na de op te leggen straf te onderbouwen en in andere gevallen is de onderbouwing voor de betrokkenen onvoldoende om te begrijpen waarom die straf wordt opgelegd.

In de jurisprudentie zijn echter ook voorbeelden te vinden waaruit blijkt dat rechters overduidelijk aandacht besteden aan straftoemeting. Zo toonde Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich onlangs terdege bewust dat straftoemeting maatwerk is. Het gerechtshof oordeelde dat het strafbare feit bewezen was verklaard, maar had meer tijd en informatie nodig om zich te beraden over de straftoemeting en op die manier optimaal in staat te zijn om maatwerk te kunnen leveren. Om die reden heeft het hof een tussenuitspraak in de zin van artikel 138 Sv gewezen. De verdachte werd gedeeltelijk vrijgesproken, maar veroordeeld voor mishandeling en bedreiging. Het psychiatrisch rapport dat onderdeel uitmaakt van het dossier was met name van belang om tot een goede strafoplegging te komen. De advisering van de betrokken psychiater zag echter op alle strafbare feiten. Het hof oordeelde daarom dat op dit punt nader onderzoek moest worden gedaan. Het is overigens niet de eerste keer dat een bewezenverklaring is uitgesproken in een tussenuitspraak en het onderzoek naar de persoon van de verdachte op een later moment zou plaatsvinden. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in het niet gepubliceerde vonnis dat leidde tot het arrest van de Hoge Raad van 22 januari 2008. Mocht het uiteindelijk tot cassatie komen dan zal de verdediging wel ook uitdrukkelijk moeten opkomen tegen de tussenuitspraak.

De ‘gevonden tijd’ zal de verdediging goed moeten benutten om de zaak van de verdachte – als het aankomt op straftoemeting – zo goed mogelijk te presenteren. Welke feiten en omstandigheden allemaal een rol spelen bij de straftoemeting, is moeilijk te bepalen. Dat is en blijft het geheim van de raadkamer en een deel speelt zich wellicht af in het onderbewuste van de rechter. Emoties spelen immers ook een rol bij het rechterlijk beslisproces.[1] Zowel als het aankomt op de vraag of het strafbare feit bewezen kan worden verklaard als wanneer het aankomt op straftoemeting. Het inzichtelijk maken van de persoon van de verdachte kan het verschil maken als het aankomt op het opleggen van een straf. Dat geldt niet alleen voor het commune strafrecht. Ook in financiële strafzaken kan dit van doorslaggevend belang zijn. Want waarom heeft de verdachte het strafbare feit gepleegd? Is de kans groot dat het nogmaals gebeurt of niet? En wat zijn de persoonlijke omstandigheden. In Nederland wordt niet altijd genoeg aandacht besteedt aan de persoon van de verdachte. De Verenigde Staten kent daarentegen een lange traditie waarin de strafmaat een groot onderdeel uitmaakt van het strafproces. Zo is de rol van de zogenaamde mitigation specialists enorm groot in doodsstrafzaken. Mitigation specialists verdiepen zich, kortgezegd, in het leven van de verdachte met het doel inzichtelijk te maken waarom de verdachte tot zijn daad is gekomen. Hoewel we de doodstraf in Nederland niet kennen en de gemiddelde advocaat geen psycholoog is, kan het ook voor de straftoemeting in Nederland helpen om je te verdiepen in de werkwijze van de mitigation specialists en er zo je voordeel mee te doen in Nederlandse strafzaken.

Wat doe jij als het gaat om straftoemeting? Besteed jij er (voldoende) aandacht aan? Prikkel je de rechter(s) om een goed onderbouwde beslissing te nemen?

[1] Zie daartoe bijvoorbeeld Maria IJzermans, De overtuigingskracht van emoties bij het rechterlijk oordeel (Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2011).

Geen reacties

Plaats een reactie