#189: Artikel 10a AWR in het strafrecht

Sinds 1 januari 2012 is in artikel 10a AWR een fiscale meldplicht opgenomen. Het artikel bepaalt dat een belastingplichtige uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden bij de Belastingdienst moet melden zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd voor welke onjuistheden of onvolledigheden dit geldt. Zo is in artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting bepaald dat deze meldplicht geldt voor onjuistheden en onvolledigheden in aangiften omzetbelasting. In dit artikel zijn drie situaties omschreven die als overtreding worden aangemerkt: 1) het niet doen van de suppletie, 2) het niet tijdig doen van de suppletie en 3) het niet doen van de suppletie op de aangegeven wijze. Inmiddels heeft de suppletie omzetbelasting ook zijn intrede gemaakt in het strafrecht. Hierbij enkele overpeinzingen.Lees verder

#176: Daar mag een voorbeeld aan genomen worden

In de artikelen #014, #051, #071 en #131 besteedden wij al aandacht aan het onderwerp straftoemeting. Steeds komen wij terug op hetzelfde cruciale punt: straftoemeting is maatwerk. Dat geldt uiteraard voor het commune strafrecht, maar ook voor het fiscale strafrecht en het (fiscale) boeterecht. Voor straffen geldt dat deze niet in het algemeen zijn te bepalen. Binnen de bandbreedte van de maximale wettelijke strafbaarstelling dient de rechter te bepalen welke straf passend is voor de betreffende verdachte. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen zodat de straf het doel – vergelding en preventie – dient. De LOVS oriëntatiepunten bieden procespartijen houvast als het aankomt op straftoemeting, bijvoorbeeld in fraudezaken. De hoogte van de straf is afgezet tegen het financiële nadeel dat is geleden. Aan de hand van verschillende factoren wordt de straf hoger of lager. In het fiscale boeterecht wordt een handreiking gedaan door het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Maar hoe gaan rechters hier mee om?Lees verder

#171: Commuun versus fiscaal

De verhouding tussen het fiscale strafrecht en het commune strafrecht is niet altijd even duidelijk. Dit terwijl in de wet een ‘duidelijk’ onderscheid wordt gemaakt. Zo bepaalt artikel 69, lid 4, Sv dat als sprake is van een fiscaal delict als bedoeld in artikel 69, lid 1 en 2, AWR, de verdachte niet (ook) mag worden vervolgd voor valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225, lid 2, Sr. Aan deze bepaling besteedden wij reeds aandacht op vaklunch.nl in #119 en #135. Een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vestigt opnieuw de aandacht op de interpretatie van deze vervolgingsuitsluitingsgrond.Lees verder