#378: Te veel hooi op de vork

Zeker in fraudezaken is een bekend probleem dat onderzoeken lang duren. Vaak te lang. Dat kan met verschillende factoren te maken hebben, maar het effect is vaak hetzelfde: als de zaak uiteindelijk voor de rechter komt is gemakkelijk een decennium of langer verstreken sinds de feiten die centraal staan in het onderzoek. Dat heeft allerlei nadelige effecten op de mogelijkheid om aan waarheidsvinding te doen, zie daartoe bijvoorbeeld ook Vaklunch #292 en Vaklunch #375. Ook heeft het een enorme impact op de verdachte en zijn of haar omgeving. Naast het feit dat onderzoeken vaak lang duren, zijn ook rechtbanken en hoven vaak te druk. Zij moeten al geruime tijd zoveel zaken behandelen dat nieuwe zaken simpelweg achter in de rij moeten aansluiten. Inmiddels wordt daar nog een complicerende factor aan toegevoegd: de corona-effecten. De rechtbanken lijken het aanbod van zaken met de beperkte zittingscapaciteit niet het hoofd te kunnen bieden. Kan dat niet anders?

Een strafrechtelijk onderzoek heeft een grote impact op verdachten. De lange duur van het onderzoek heeft vaak vele ongewenste gevolgen voor de verdachte. De gedachte die bij veel officieren van justitie opkomt is dat de verdachte zich dan maar niet zoveel met het onderzoek moet willen bemoeien, dat vertraagt immers alleen maar. Dat is echter niet de oplossing. Niet alleen is het het recht van de verdachte om zich te bemoeien met het onderzoek naar hem of haar, ook is het vaak efficiënter om de verdediging tijdig bij de zaak te betrekken. Het kan er toe leiden dat een zaak in een vroegtijdig stadium stopt. Omdat een verdenking onterecht blijkt te zijn. Of omdat een andere oplossing zich heeft aangediend. Als je een strafrechtelijk onderzoek start, dan moet je het ook goed uitvoeren en de belangen van de verdachte in beeld houden.

Het Openbaar Ministerie neemt in de regel flink veel hooi op de vork. In de praktijk speelt de focus op het ‘op zitting’ brengen van een onderzoek de duur ervan vaak parten. Het leidt ertoe dat officieren van justitie niet goed durven te beslissen een onderzoek te staken. Ook niet als de onderzoeksresultaten een dergelijke beslissing rechtvaardigen. De reeds aan het onderzoek bestede capaciteit lijkt daarin een rol te spelen: die moet verantwoord worden. Ons inziens pleit dat er juist voor om de verdediging in een vroegtijdig stadium te betrekken. Mogelijk hoeft dan niet onnodig capaciteit te worden verspild.

Dient het Openbaar Ministerie niet veel kritischer te zijn op welke zaken wel en niet vervolgd moeten worden? In Vaklunch #363 constateerden wij al dat het Openbaar Ministerie vaker keuzes moet maken vanwege capaciteitstekort. Moeten die keuzes niet consequenter worden gemaakt? Daarnaast zijn er ook genoeg fraudezaken waar een andere oplossing dan een gang naar de rechter binnen handbereik ligt, met een even zo goed effect. Ons inziens moeten we daarover vaker in gesprek, juist om de capaciteitsproblemen bij het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht niet tot de problemen van verdachten te maken.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie