#334: Angst is een slechte raadgever

Dat verschillende (financiële) dienstverleners onder het vergrootglas liggen van het Openbaar Ministerie en de FIOD zal niemand zijn ontgaan. Naast de notarissen en de accountants hebben de banken het nu ook te ontgelden. Banken worden door de toezichthouder en opsporingsinstanties flink geprikkeld om aan de aangescherpte regelgeving te voldoen. In de praktijk heeft dit voor klanten verstrekkende gevolgen. De vraag is of de reactie van de banken op deze regelgeving wel redelijk of wenselijk is?

De strengere Europese regelgeving – voortvloeiend uit aanbevelingen van FATF – waaraan ook Nederlandse banken zich moeten houden, heeft tot veel reuring in de bankenwereld geleid. Aan de banken is ook duidelijk gemaakt dat zij zich aan deze regelgeving hebben te houden. Niet alleen de toezichthouder, ook het Openbaar Ministerie en de FIOD dragen hun steentje bij aan deze prikkel voor de banken om zich aan de wet- en regelgeving te houden. Met als bekendste voorbeeld de (nagenoeg) publieke schikking met de ING bank in het najaar van 2018 waar wij in Vaklunch #302  over schreven.

De banken tonen zich weinig klantgezind als het gaat om de dreiging van het niet naleven van de aangescherpte regelgeving om witwassen tegen te gaan. Zo berichtte NRC deze week dat de Rabobank zich zou willen terugtrekken als bankier in het betaald voetbal. De Rabobank stelt: “voetbal blijft een aantrekkelijke branche voor criminelen”. Dit is overigens niet de enige branche waar banken afscheid van lijken te willen nemen om te voorkomen dat zij betrokken raken bij mogelijke witwasrisico’s.

Ook nemen banken in de praktijk maar wat graag afscheid van klanten die betrokken zijn in een strafrechtelijk onderzoek. Niet in de laatste plaats om deze reden is er betrokkenen veel aan gelegen om publiciteit rondom een strafrechtelijk onderzoek te vermijden. Dergelijke publiciteit kan voor banken reden zijn ‘de stekker’ uit de overeenkomst te trekken, ondanks dat het niet de eerste keer zal zijn dat het Openbaar Ministerie het niet bij het juiste eind lijkt te hebben. We brengen Vakunch #315: Another one bites the dust nog maar eens in herinnering.

Vraag is wel of de banken hierin de aangescherpte wetgeving niet te ruim interpreteren. De banken lijken te handelen uit angst om niet betrokken te raken bij witwasschandalen. Maar zijn de banken daarmee wel gediend? Of hun klanten en de maatschappij? En de economische schade, op wie kan men die verhalen?

Ons inziens zouden banken er goed aan doen om zich goed te laten voorlichten over de reikwijdte van de nieuwe wetgeving en hun beleid daarop aan te passen, zodat zij niet zomaar aan de leiband van toezichthouders en Openbaar Ministerie en FIOD hoeven te lopen. Maar dat zij in plaats daarvan goed beslagen ten ijs kunnen komen en indien nodig van repliek kunnen dienen. Het “uit voorzorg” ontnemen van de mogelijkheid om te bankieren is slechts gebaseerd op angst. Angst voor de eigen reputatie. Maar angst is nog altijd een slechte raadgever en blijkt ook nu voor die reputatie juist averechts te werken.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

1 Comment
  • J.E. Missaar

    21 augustus 2019 at 11:33 Beantwoorden

    Ik ben het volledig eens met deze vaststellingen, Ook in andere sectoren, waarbij bijvoorbeeld complexere juridische structuren met een vennootschap in Nederland, aan de orde zijn, nemen banken al snel ‘voor de zekerheid’ afscheid. Dit, hoewel de vraag gerechtvaardigd is of banken dit op civielrechtelijke gronden wel kunnen.
    Ik verwijs ook graag naar de recente publicaties van Ellen Timmer over de nieuwe richtsnoeren van DNB rondom ‘maatschappelijke betamelijkheid’ en hun ongewenste gevolgen.

Plaats een reactie