#306: Eén pv is geen pv

De bewijsmiddelen waarop een veroordeling kan rusten zijn opgenomen in het wetboek van strafvordering. Een bijzondere plek in het bewijsstelsel wordt ingenomen door het ‘ambtsedige proces-verbaal’ van de opsporingsambtenaar. Een ambtsedige verklaring heeft op basis van artikel 344, lid 2, Sv bijzondere bewijswaarde. De bewijsregel “één getuige is geen getuige” geldt niet voor opsporingsambtenaren. Op basis van artikel 344, lid 2, Sv kan een strafbaar feit bewezen worden verklaard op grond van een door een opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal. Op deze bijzondere bewijswaarde is veel kritiek geuit. Een opsporingsambtenaar kan immers ook fouten maken. En soms is die opsporingsambtenaar te goeder trouw, maar soms ook niet.

In een recent persbericht gaat het Openbaar Ministerie in op een situatie waarin twee opsporingsambtenaren zijn vervolgd en waartegen een taakstraf is geëist. Niet alleen was sprake van het oneigenlijk inzetten van politie bevoegdheden, ook bleek dat onjuiste processen-verbaal waren opgemaakt. De zaken zijn al betrekkelijk oud, de feiten dateren van 2009 en 2013. Om die reden zijn gematigde straffen geëist. Niettemin laat het Openbaar Ministerie zien dat ook opsporingsambtenaren zich aan de regels moeten houden en geconfronteerd kunnen worden met dezelfde gevolgen als de burgers die zij professioneel gezien ‘de maat nemen’.

Overigens staat dit geval niet op zichzelf. In onder meer Vaklunch #125, Vaklunch #168 en Vaklunch #148 besteedden wij al aandacht aan zaken waarin de opsporingsambtenaar in strijd met de waarheid processen-verbaal heeft opgemaakt. Van goede trouw was daarbij geen sprake.

Kennelijk meent het Openbaar Ministerie dat strafrechtelijke vervolging niet altijd op zijn plek is. In Vaklunch #304 berichten wij al over de disciplinaire maatregelen die het Openbaar Ministerie treft tegen de valse processen-verbaal die waren opgemaakt door de betrokken opsporingsambtenaren. Hoewel het Openbaar Ministerie meende dat strafbare feiten waren gepleegd is in dat geval blijkens het persbericht van het Openbaar Ministerie van 2 januari 2019 niet gekozen voor strafrechtelijke vervolging. De media aandacht die het heeft gegenereerd en het feit dat het ‘enkel’ op procedurele onregelmatigheden ging hebben tot die beslissing geleid.

Is het dan nog redelijk om een bijzondere bewijswaarde toe te kennen aan de ambtsedige verklaring? Wij menen dat aan de ambtsedige verklaring ten onrechte zoveel bewijswaarde wordt toegekend. Hoewel het idee erachter begrijpelijk is, laat de praktijk zien dat een dergelijk privilege niet aan iedereen kan worden toevertrouwd. Zoals ook in Vaklunch #304 geconcludeerd is het ons inziens zeker in gevallen waarin onderbouwde twijfels worden geuit over de inhoud van ambtsedige verklaringen van belang niet zonder motivering de juistheid van dergelijke verklaring aan te nemen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je met ons van gedachten wisselen? Neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie