#402: Signed, sealed, delivered

In de echte wereld is ‘blind’ tekenen van contracten aan de orde van de dag. We gaan er nadat is getekend graag vanuit dat ieder woord is gelezen en begrepen door degene die het heeft getekend. Maar dat kan niet anders dan een illusie zijn. In het bedrijfsleven zijn er adviseurs om contracten te beoordelen en te duiden voordat die ondertekend worden. In een privésituatie is dat anders, daar teken je mogelijk ‘blind’ maar in goed vertrouwen op degene die het contract heeft voorbereid. Als je het achteraf niet met het contract eens bent betekent dat uiteraard niet dat je niet aan het contract zou zijn gebonden. “Dan had je het maar beter moeten lezen”, nietwaar? Maar levert het ‘blind’ tekenen van een contract ook mogelijke strafrechtelijke verwijtbaarheid op? Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees over dit vraagstuk recent een mooi arrest.

In deze zaak is de betrokkene verdacht van het valselijk opmaken van twee koopovereenkomsten van woningen, waarin te lage verkoopprijzen zijn opgenomen. In plaats van de werkelijke verkoopprijs van respectievelijk € 210.000 en € 600.000 is op de overeenkomsten respectievelijk € 150.000 en € 500.000 opgenomen. Ook is hij verdacht van het gebruik maken van deze valse documenten. In eerste aanleg is de betrokkene veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur.

In hoger beroep is aangevoerd dat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard, omdat de verdachte erop vertrouwde dat de koopovereenkomsten in orde waren en ze ‘blind’ heeft getekend. De verdachte heeft thuis in het gesprek aan de keukentafel de te lage koopsommen in de overeenkomsten niet opgemerkt. Hij heeft het getekend, mede vanwege de jarenlange vriendschappelijke betrekkingen met de verkopende familie. Hij heeft al pratende aan de keukentafel getekend en vertrouwde op de expertise van zijn eigen vader die goed bevriend is met de betrokken familie.

Het hof overweegt dat als uitgangspunt geldt dat iemand pas overgaat tot het paraferen en ondertekenen van een koopovereenkomst van onroerend goed, nadat hij kennis heeft genomen van (in ieder geval) de in die koopovereenkomst opgenomen koopsom, aangezien de koopsom als een cruciaal onderdeel van een dergelijke overeenkomst moet worden beschouwd. Het hof stelt zich wel de vraag of de lezing van verdachte, dat hij op het moment van tekenen niet op de hoogte was van de te lage koopsommen, aannemelijk is geworden.

Daarbij leidt het hof uit het dossier het volgende af: “(…) de plannen tot verkoop en aankoop van de betreffende woningen en appartementen zijn geïnitieerd, opgezet en inhoudelijk zijn vormgegeven door [vader verdachte] en [betrokkene 1] . [vader verdachte] en [betrokkene 1] waren beiden ervaren in de handel in vastgoed. Zij waren in het verleden zakenpartners. [vader verdachte] wilde verdachte (zijn zoon) op weg helpen met vastgoed en [betrokkene 1] wilde zijn onroerend goed van de hand doen. De koopovereenkomsten met te lage koopsombedragen zijn op verzoek en in opdracht van [betrokkene 1] door diens vaste notaris opgesteld.”

Het hof bevestigt dat aannemelijk is geworden dat de verdachte op het moment van tekenen niet op de hoogte was van de te lage koopsommen. Het hof oordeelt op basis van alle omstandigheden dat “niet [is] komen vast te staan dat verdachte – in deze gegeven bijzondere omstandigheden – op het moment van parafering en ondertekening van de koopovereenkomsten op de hoogte was van de hierin te laag opgenomen koopsommen.” Het hof acht het voor een veroordeling vereiste opzet op valsheid van de overeenkomsten dan ook niet wettig en overtuigend bewezen.

 In dit geval verwachtte het Openbaar Ministerie wellicht dat het bewijs met de inhoud van het contract al was geleverd. Gelukkig waren de verdediging en het hof alerter dan dat. Ons inziens heeft het hof de beschikbare bewijsmiddelen heel zuiver beoordeeld en is het tot een terechte vrijspraak gekomen. Uiteraard biedt dit arrest geen garantie op een vrijspraak in ieder geval van ‘blind’ tekenen van contracten. Het is en blijft afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de zaak en het bewijs dat het Openbaar Ministerie levert.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie