#386: Wanneer is een zaak een zaak?

Als een strafzaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, dan kan de gewezen verdachte een verzoek doen om een vergoeding van de advocaatkosten. De rechter kan dat verzoek (deels) toewijzen indien de rechter dat billijk vindt. Hoewel de verdediging in een strafrechtelijk onderzoek – ook als een verdenking achteraf onterecht blijkt te zijn – in de praktijk kostbaar kan zijn, verzet het Openbaar Ministerie zich regelmatig tegen zo’n verzoek. Daarbij komen vele uiteenlopende verweren aan de orde. In een recente zaak waar Rechtbank Amsterdam oordeelde nam het Openbaar Ministerie zelfs het standpunt in dat van “een zaak” geen sprake was geweest.

In deze zaak ging het om een verdenking van witwassen. Dat vloeide voort uit het strafrechtelijk onderzoek naar witwassen en illegaal gokken waarin de dochter en schoonzoon betrokken waren. Hieruit bleek dat sommen geld op een bankrekening waren gestort, afkomstig uit het buitenland en overgeboekt naar een rekening in Dubai. Hierop is een onderzoek gestart in het kader waarvan het verdachtenverhoor plaatsvond. Voor de betrokkene betrof de verdenking witwassen. Het Openbaar Ministerie heeft toegelicht dat later in het onderzoek bleek dat onjuiste belastingaangiften zijn gedaan. De afwikkeling daarvan heeft het Openbaar Ministerie aan de Belastingdienst gelaten.

De betrokkene is in september 2018 gehoord als verdachte van witwassen. Ruim een jaar later, in oktober 2019, heeft de officier van justitie de advocaat geïnformeerd dat er geen verdere vervolging zal plaatsvinden. Daarmee is de zaak gesloten. De betrokkene heeft wel kosten gemaakt en heeft verzocht om vergoeding van € 5.158,23 aan advocaatkosten.

Het Openbaar Ministerie meent echter dat van een zaak geen sprake is, omdat er geen proces-verbaal van verdenking is en de zaak niet is ingeschreven in de systemen van het Openbaar Ministerie. Om die reden is er ook geen officieel sepot. Daarom zou geen vergoeding kunnen worden toegekend.

De verdediging voert terecht aan dat op basis van dit standpunt de vraag of een betrokkene een schadevergoeding kan krijgen afhangt van de vraag of de officier van justitie een zaak al dan niet heeft ingeschreven in de registers. Dat kan niet voor risico van de betrokkene komen. Daarnaast is tegen het standpunt van het Openbaar Ministerie in te brengen dat wel processen-verbaal zijn opgemaakt ten aanzien van de betrokkene, namelijk een specifieke ambtshandeling. Ook is er geen bepaling die voorschrijft dat inschrijving in het register van het Openbaar Ministerie een vereiste is om voor schadevergoeding in aanmerking te komen. De rechtbank overweegt dan ook dat wel sprake is van een zaak in de zin van artikel 530 Sv. De betrokkene is voordat de beslissing om niet verder te vervolgen is genomen gehoord als verdachte en daarbij heeft zij bijstand van haar advocaat gevraagd en gekregen. Dat is ons inziens een juiste beslissing.

Hoewel deze ‘hobbel’ met succes is genomen heeft het de betrokkene in deze zaak echter niet kunnen baten. De rechtbank ziet namelijk geen gronden van billijkheid om een vergoeding toe te kennen: “Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken was bij een strafrechtelijke vervolging van verzoekster door het Openbaar Ministerie een veroordeling niet onwaarschijnlijk geweest. Door het laten prevaleren van het afhandelen van de zaak door de Belastingdienst bestaan er naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval geen gronden van billijkheid tot het toekennen van een vergoeding voor de kosten van de raadsman.”

Ons inziens legt de rechtbank hier een onjuiste toets aan. Met dit oordeel laat de rechtbank zich immers uit over de eventuele bewijsbaarheid van een zaak. Dat is in strijd met de onschuldpresumptie. Dezelfde rechtbank deed dat in de zaak waar wij in Vaklunch #343 over schreven overigens wel goed.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie