#243: Keuzes bij een kwijtgeraakte pleitnota

In Vaklunch #117 schreven wij over het belang van inzage in het dossier van de Hoge Raad. Op die manier kan je controleren of de pleitaantekeningen die zijn voorgedragen in hoger beroep ook daadwerkelijk bij de Hoge Raad bekend zijn. Indien de pleitaantekeningen in het ongerede zijn geraakt kan je de keuze maken of je de pleitaantekeningen alsnog wenst toe te sturen of dat je de nietigheid van de procedure bepleit. In een recent arrest is de pleitnota aan de cassatieschriftuur gehecht waardoor het nietigheidsverweer in verband met het ontbreken van de pleitaantekeningen in het dossier van de Hoge Raad in duigen valt. Het is dus goed daadwerkelijk een keuze te maken.

Zodra de verdediging cassatie instelt tegen een arrest van het hof is het goed om je (direct) te stellen bij de Hoge Raad. Het gevolg is dat je als advocaat van het verdere verloop van de procedure in kennis wordt gesteld. In deze stelbrief is het eveneens van belang om te verzoeken om de processtukken.  Artikel IV van het Procesreglement van de strafkamer van de Hoge Raad   bepaalt immers dat aan de raadsman – van degene die beroep in cassatie heeft ingesteld of een ingesteld beroep wil tegenspreken – op zijn schriftelijk verzoek een afschrift van de kernstukken wordt toegezonden. Je ontvangt in dat geval de uitspraken en de processen-verbaal van de zittingen in de feitelijke instantie(s).

In eerste instantie lijkt het verkrijgen van deze stukken – die je over het algemeen toch al hebt – niet van groot belang. De praktijk wijst anders uit. Het gebeurt nogal eens dat het hof bijvoorbeeld de pleitaantekeningen van de raadsman verliest terwijl uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat hij conform de pleitaantekeningen het woord ter verdediging heeft gevoerd. In dat geval dient tijdig op de voet van artikel IV lid 3 van het procesreglement een verzoek bij de rolraadsheer te worden ingediend om het dossier te laten aanvullen met deze pleitnotities. Indien blijkt dat de pleitaantekeningen kwijt zijn geraakt dan leidt dit tot nietigheid van het onderzoek en moet de zaak worden teruggewezen naar het hof.

Dit is ons inziens een logisch gevolg. Immers, de Hoge Raad kan in dat geval niet nagaan óf, en zo ja welke verweren ter terechtzitting in hoger beroep zijn gevoerd dan wel of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. De raadsman hoeft overigens in de middelen niet te stellen dat dit het geval is. Het ontbreken van de pleitnota is zozeer in strijd met een behoorlijke procesorde en onherstelbaar dat dit – als gezegd – tot nietigheid van het onderzoek leidt, de zaak wordt vernietigd en de zaak wordt teruggewezen.

Dit is enkel anders als de verdediging alsnog de pleitaantekeningen toestuurt. Dit is vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Ook in een arrest van 31 oktober 2017 gaat de Hoge Raad er veronderstellende wijs vanuit dat de pleitnota die is aangehecht aan de cassatieschriftuur de daadwerkelijke pleitnota is die in hoger beroep is voorgedragen en waar in het proces-verbaal van de behandeling in hoger beroep naar wordt verwezen. Om die reden hoeft de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep nietig is omdat de pleitnota ontbreekt niet tot cassatie te leiden. De Hoge Raad overweegt daartoe dat de steller van het middel, die tevens als raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is opgetreden, alsnog een kopie van de in hoger beroep overgelegde pleitnota aan de Hoge Raad heeft doen toekomen. Daardoor kan de Hoge Raad alsnog nagaan welke verweren ter zitting zijn gevoerd.

Het is dus belangrijk om als verdediging dan wel een nietigheidsverweer te voeren, dan wel ontbrekende pleitnota alsnog toe te zenden en inhoudelijk te klagen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie