#150: Over doorgewinterde criminelen en misdaadavonturen

‘143,5 miljoen euro afgepakt in strafrechtketen.’ Zo kopte het bericht van het Openbaar Ministerie waarin het resultaat van het programma Afpakken over het afgelopen jaar werd geëtaleerd. Het betreft het gezamenlijk resultaat van de samenwerking tussen een groot aantal overheidsdiensten zoals de politie, FIOD, Douane, de dienst Domeinen en het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Het Openbaar Ministerie schrijft dat een groot deel van alle criminaliteit wordt gepleegd met het oog op snel financieel gewin. In nagenoeg alle gevallen is geld de drijfveer van ‘criminelen’. Om die reden wil het Openbaar Ministerie hen raken waar het meest pijn doet: in hun portemonnee. Klare taal van het Openbaar Ministerie. Maar hoe zit het met de rechtsbescherming van verdachten?

Het Openbaar Ministerie strooit met stigmatiserende termen in het bericht. Dat is toch enigszins wrang als je in het achterhoofd houdt dat de scheidslijn tussen het wel of niet bewezen verklaren van (voorwaardelijk) opzet op bijvoorbeeld het doen van een onjuiste belastingaangifte in veel gevallen flinterdun is. Vaak wordt gewerkt met een zogenaamde ‘bewijsconstructie’ om tot een veroordeling te komen. Enig hard bewijs dat sprake is van opzet is veelal niet voorhanden. Ben je dan een crimineel?

Het verdere bericht van het Openbaar Ministerie is geschreven als een jongensboek. Het gaat over ‘doorgewinterde criminelen’ die een eventuele celstraf als ‘beroepsrisico’ inschatten. En door hun vermogen af te pakken zullen zij hun investeringsbudget verliezen om ‘nieuwe misdaadavonturen’ aan te gaan, aldus het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie meent ook dat het programma Afpakken bijdraagt aan het herstel van rechtsgevoel in de maatschappij: ‘Het is goed als burgers zien dat de dubieuze dure auto van vage types wordt afgepakt. We willen niet dat eerlijke bedrijven over de kop gaan omdat criminele bedrijven de markt verzieken door concurrentievervalsing. Afpakken kan om grote zaken en bedragen gaan maar we vinden afpakken in kleinere zaken net zo belangrijk. Zodat mensen in een wijk zien dat hun buurtgenoot niet langer dat hele dure horloge draagt, betaald met crimineel geld.’ Het Openbaar Ministerie blijkt ook niet vies van om in de opsporingsfase, de onschuldpresumptie is dan nog altijd van kracht, haar macht te tonen. In de praktijk (b)lijkt het Openbaar Ministerie contacten te hebben met de pers. Zo wordt berichtgeving aan ‘het volk’ door naming and shaming een onderdeel van een marketingproces. Een sterk staaltje populisme als je het ons vraagt.

Het Openbaar Ministerie kondigt aan dat fraudebestrijding nog verder geïntensiveerd zal worden. Met name de witwasbestrijding. Dat komt ook tot uitdrukking in het wetsvoorstel dat het mogelijk moet gaan maken om tot een veroordeling van eenvoudig witwassen te kunnen komen. Daar waar de Hoge Raad in recente jurisprudentie een stokje steekt voor veroordelingen voor witwassen als de verdachte de herkomst van goederen uit eigen misdrijf voorhanden heeft en als op deze manier automatische verdubbeling van strafbaarheid tegengaat, stevent de wetgever af op een aparte strafbaarstelling voor het verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen die rechtsreeks afkomstig zijn uit eigen misdrijf. Daarmee zullen de nuanceringen die de Hoge Raad heeft aangebracht in de ‘vergaarbak’ van de strafbaarstelling van witwassen ongedaan worden gemaakt. Het streven van het Openbaar Ministerie is dat alle diensten nog meer integraal gaan afpakken om de gezamenlijke kans en samenwerking nog beter te benutten. Daarbij kunnen we kiezen uit een breed palet aan instrumenten zoals boetes, ontnemingen, transacties en verbeurdverklaringen.

Dat het Openbaar Ministerie hard inzet op het afnemen van ‘illegaal’ vermogen is duidelijk. Dat neemt niet weg dat het Openbaar Ministerie de regels moet blijven volgen. Het afpakken van geld en het spekken van de staatskas moet geen doel op zich zijn. Het Openbaar Ministerie zal steeds moeten bewijzen dat sprake is (geweest) van strafbare feiten. Daarbij zal het Openbaar Ministerie – met name gelet op de opportunistische insteek van het bericht op haar website – moeten waken voor tunnelvisie en zal zij de onschuldpresumptie hoog in het vaandel moeten houden. Het is aan de advocatuur om de mouwen flink op te stropen om daar scherp op te zijn en te blijven. Juist in dit klimaat waarin de overheid zich richt op het ‘afpakken’ van financiële middelen zal de advocatuur zich actief moeten bemoeien met het onderzoek van het Openbaar Ministerie en het onderzoek actief moeten controleren. Het zal het Openbaar Ministerie ook niet misstaan de advocatuur – meer dan nu veelal het geval is – daar ruimte voor te geven.

Wat is jouw ervaring? Is er sprake van tunnelvisie bij het Openbaar Ministerie als het gaat om het afpakken van ‘crimineel vermogen’?

Geen reacties

Plaats een reactie