#195: Witwassen versus ontnemen

Een financiële fraudezaak gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek uitmondend in een ontnemingsvordering. Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter een verplichting tot betaling opleggen indien de veroordeelde voordeel heeft gekregen door middel van of uit baten van het betreffende strafbare feit. In geval een veroordeling heeft plaatsgevonden voor witwassen dan is de vraag in hoeverre het voordeel dat is verkregen afkomstig is uit baten van het strafbare feit. Deze vraag kwam recent aan de orde in een arrest van 29 november 2016 van de Hoge Raad.Lees verder

#167: Maatregel minus straf?

In de praktijk zien wij een trend waarin het Openbaar Ministerie steeds meer gebruik maakt van de mogelijkheid om in de strafeis ook om verbeurdverklaring van gelden te verzoeken. Ook in de vakliteratuur is dat al gesignaleerd. Zo merkt Barensen bijvoorbeeld in zijn artikel op dat “verbeurdverklaring een effectief instrument [is] als het gaat om vermogensbestanddelen die de verdachte (dan wel degene bij wie de verdachte die bestanddelen heeft ondergebracht) nog bezit”.[1] Verbeurdverklaring is echter een straf en heeft dus een ander karakter dan de maatregel van ontneming. Ondanks deze verschillende karakters gaat het de Hoge Raad te ver om gelden te ontnemen die in wezen via de verbeurdverklaring al zijn ‘ontnomen’.Lees verder