#055: Het verschil tussen kennen, kannen, kunnen ze niet?

Soms lees je opnieuw een uitspraak en borrelt de verontwaardiging – op zijn zachtst gezegd – weer op. Op 13 november 2013 heeft de rechtbank Oost-Brabant een belastingadviseur veroordeeld omdat hij kon weten dat een bepaald standpunt in zijn aangifte onjuist was. Wij kunnen ons zo voorstellen dat de verdachte bij het lezen van zijn veroordeling van 13 november 2013 heeft geroepen: “Ja, had ik het maar geweten dan was dit nooit gebeurd!” Het bewijs van voorwaardelijk opzet brengt nogal eens problemen met zich mee. Met name als de rechterlijke macht op objectiverende wijze gebruik maakt van de toverformule, bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden, oftewel voorwaardelijk opzet. Bestaat er daadwerkelijk nog een verschil tussen bewuste schuld en voorwaardelijk opzet? Of is het bewijs van opzet slechts verworden tot het taalkundig dichttimmeren van ‘het bewijs’?

De rechtbank Oost-Brabant oordeelt in haar uitspraak van 13 november 2013 dat gelet op de fiscale expertise van verdachte hij wist of kon weten, dat een bepaalde aantekening uit de Vakstudienieuws – op basis waarvan hij zijn aangifte had gebaseerd – niet op zijn situatie van toepassing was. Verder stelt de rechtbank vast dat niet gesteld of gebleken is dat de verdachte nader onderzoek heeft gedaan naar de vraag of deze situatie op hem van toepassing was. Gelet op het voorgaande had het dan op de weg van de verdachte gelegen om tevoren advies bij een onafhankelijke deskundige in te winnen en vooroverleg met de inspecteur van de belastingdienst te plegen. Verdachte had als ervaren belastingadviseur volgens de rechtbank ten minste ernstig rekening dienen te houden met de aanmerkelijke kans dat hij aldus een onjuiste aangifte deed. Door desondanks over te gaan tot indiening van deze aangifte heeft verdachte die aanmerkelijke kans bewust aanvaard.

Kortom, strafrechtelijk veroordeeld worden omdat je iets kon weten door onderzoek te doen en hebt nagelaten hierover contact op te nemen met de Belastingdienst. Is dat het criterium op basis waarvan je voortaan strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden? Het moet niet veel gekker worden. Dat zou betekenen dat je voortaan elk gegeven moet verifiëren voordat je een uitspraak doet. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig toegang tot het internet en kan zijn standpunten verifiëren, dus ‘je kon het weten’. 

In het strafrecht wordt vaker uitgegaan van het hebben van een bepaalde onderzoeksplicht. Immers bestaat bij het niet doen van voldoende onderzoek altijd een kans dat iets onjuist is. Daarbij geldt echter dat voor het bewijs van opzet de kans aanmerkelijk moet zijn. Maar laten we er in de bovenstaande situatie van uitgaan dat door de onjuiste interpretatie van bepaalde vakliteratuur en door het niet doen van nader onderzoek een aanmerkelijke kans is ontstaan dat de betreffende aangifte onjuist zou zijn, dan zegt dit nog niks over het bewust aanvaarden van deze kans.

Als je stellig van je eigen gelijk overtuigd bent dan doe je bewust geen onderzoek omdat je dacht dat het goed zat. In die situatie heb je geen wetenschap van die aanmerkelijk kans en ben je je daar dus niet bewust van. Bewuste onverschilligheid, slordigheid, ongeïnteresseerdheid of laksheid kan er ook toe leiden dat geen nader onderzoek wordt gedaan. Dit hoeft echter ook niet tot voorwaardelijk opzet te leiden. Immers hier ontstaat de scheidslijn tussen bewuste schuld en voorwaardelijk opzet. Het aanvaarden zit in het op de koop toe nemen van een bepaalde afloop. Echter, als een verdachte erop vertrouwt dat het wel goed zou komen dan is hooguit sprake van bewuste schuld.

De Hoge Raad heeft op 3 december 2010 geoordeeld dat de omstandigheid dat een belastingplichtige had moeten weten dat zijn aangifte onjuist of onvolledig is, niet meebrengt dat hem de voor opzet vereiste bewustheid met betrekking tot die onjuistheid of onvolledigheid kan worden verweten. Het oordeel van de rechtbank dat de verdachte iets kon weten, lijkt dus helemaal niet aan de vereiste bewustheid voor opzet te voldoen. Wij hopen derhalve dat de verdachte in hoger beroep is gegaan en zich niet heeft neergelegd bij deze uitspraak. Wij hopen echter ook dat een hof een dergelijke uitspraak niet taalkundig dichttimmert door het juiste bewustheidscriterium op te schrijven, maar er daadwerkelijk invulling aan geeft. Daarbij is met name interessant om aandacht te schenken aan de vraag hoe groot een bepaalde onderzoeksplicht is van een belastingadviseur. 

Wij zijn benieuwd hoe ver jij denkt/vindt dat deze onderzoeksplicht reikt? Moet een adviseur echt al zijn stellingen aan de inspecteur voorleggen zoals hier wordt voorgesteld door de rechtbank of mag je als adviseur uitgaan van de juistheid van de gegevens die door een cliënt worden aangereikt?

Tags:
Geen reacties

Plaats een reactie