#361: Fiscale fraudezaken zijn niet gelijk te stellen aan kinderpornozaken

Efficiëntie en doelmatigheid zijn kernwoorden in de huidige tijdsgeest. Ook in het strafproces wordt naarstig gepoogd om efficiëntie en doelmatigheid na te streven. Daar lijdt de rechtsbescherming in de praktijk echter wel onder. En dat is onwenselijk. Zo probeert het Openbaar Ministerie de mal van de behandeling van grootschalige kinderpornozaken te plakken op fiscale fraudezaken. Dat komt erop neer dat het Openbaar Ministerie – net als in grootschalige kinderpornozaken – een selectie van vermeende onjuiste belastingaangiften ten laste legt en vervolgens het grootschalige karakter van de fraude en de omvang van het belastingnadeel meeneemt in de strafmaat. Minimale inspanning voor het Openbaar Ministerie en maximaal resultaat bij een veroordeling. Dat is wel zo efficiënt, toch? Wat ons betreft gaat deze vlieger niet op. Gelukkig vindt advocaat-generaal Knigge deze redenering ook te verstrekkend.

In deze zaak is ten laste gelegd dat 9 belastingaangiften opzettelijk onjuist zijn ingediend. De overige 23 belastingaangiften die zijn onderzocht zijn niet opgenomen in de tenlastelegging. Ten aanzien van deze aangiften verklaart de verdachte dat hij zelf nooit een aangifte heeft gedaan en dat hij dus niet weet welke aangiften precies onjuist zijn. Het Hof acht deze verklaring niet geloofwaardig. Het Hof neemt aan dat ook de overige 23 belastingaangiften onjuist zijn gedaan en neemt het belastingnadeel van deze 23 aangiften naast de 9 aangiften die wel vermeld zijn op de tenlastelegging ook mee in de uiteindelijk op te leggen straf. Het Hof stelt dat hoewel deze feiten niet ad informandum zijn gevoegd, de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad nu hij zich heeft kunnen uitlaten over deze aangiften, de aangiften onderdeel uitmaken van het strafdossier en niet is betwist dat de aangiften onjuist zijn.

Het middel klaagt erover dat het hof ten onrechte rekening heeft gehouden met 23 vermeende onjuiste belastingaangiften terwijl deze niet in de tenlastelegging zijn verwerkt noch ad informandum zijn gevoegd. De vraag is echter hoe de jurisprudentie van de Hoge Raad moet worden uitgelegd als het gaat om het rekening houden met het grootschalige karakter van een zaak zoals wordt gedaan in zaken die gaan om het voorhanden hebben van kinderporno. De Hoge Raad heeft in dat kader geoordeeld dat geen rechtsregel zich er tegen verzet dat rekening wordt gehouden met feiten en omstandigheden die kunnen gelden als omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is begaan.

Advocaat-generaal Knigge concludeert dat de wijze waarop met de straftoemeting in kinderpornozaken wordt omgegaan uniek is en dat grote behoedzaamheid moet worden betracht bij het toepassen van deze werkwijze in andere zaken. Hierdoor zou het Openbaar Ministerie namelijk het bewijsstelsel kunnen omzeilen en de discussie over het grootschalige karakter van een zaak kunnen verplaatsen naar de straftoemeting waarbij het wettelijke bewijsstelsel niet geldt. Dit zou tevens in strijd zijn met de grondslagleer die diep is verankerd in ons rechtssysteem.

Bovendien menen wij dat met de vaststelling van schuld ten aanzien van een specifieke belastingaangifte niet lichtvaardig mag worden omgegaan. Het gaat hier niet om een verzameling van plaatjes op een computer. Het gaat hier om aangiften die elk afzonderlijk met een apart wilsbesluit worden ingediend. Het opzet moet specifiek worden beschouwd op het moment van het indienen van een aangifte. Wij onderschrijven dan ook van harte de conclusie van Knigge dat het arrest over kinderpornozaken niet zomaar mag worden getransponeerd naar fraudezaken. Alle belastingaangiften dienen op hun eigen merites te worden beoordeeld of zij dienen ad informandum gevoegd te worden. Het zijn immers geen omstandigheden die zich gelijktijdig met het bewezenverklaarde hebben voorgedaan, aldus Knigge.

Efficiëntie en doelmatigheid leveren dus gelukkig niet altijd een doorslaggevend argument op. Knigge beschrijft in zijn uitgebreide conclusie nauwkeurig hoe dient te worden omgegaan met het Nederlandse bewijsstelsel versus het straftoemetingsstelsel dat wij hebben ter bescherming van ons allemaal. Wij hopen dat ook de Hoge Raad inziet dat de toepassing van het unieke bewijsstelsel in kinderpornozaken op fraudezaken een stap te ver gaat.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie