#357: Het belang van goed verbaliseren

In de Delikt en Delikwent van januari stond een interessant artikel met als titel ‘De verschriftelijking van verdachtenverhoren’ van M.L. Komter. In Nederland worden verdachten gehoord door de politie en de FIOD en gelijktijdig wordt een proces-verbaal opgemaakt door de verbalisanten. Dit proces-verbaal is een zakelijke vastlegging van hetgeen door de verdachte is verklaard. In dit artikel worden een aantal omstandigheden beschreven die een rol spelen bij de totstandkoming van een proces-verbaal, te weten: de dubbele taken van verhoorders en verbalisanten, het aantal verhoorders, de rol van het typen en de schrijfstijlen.

In het artikel worden diverse verhoren geanalyseerd. Geconcludeerd wordt dat het wel degelijk uitmaakt of een verhoor wordt afgenomen door een of twee verhoorders. Onduidelijk blijft echter wat de invloed is op de kwaliteit van het verhoor. De conclusie luidt enkel dat in soloverhoren het verhoor vaak wordt onderbroken door tikpauzes maar dat de regie van het verhoor wel bij een persoon ligt. Bij duoverhoren daarentegen zorgt het typen voor minder onderbrekingen van het verhoor, maar loopt het tikken altijd achter op hetgeen wordt gezegd. De tikker heeft daarom de taak om gelijktijdig te luisteren, te schrijven en het belangrijkste; een selectie te maken van hetgeen is gezegd. Bovendien is men afhankelijk van de samenwerking tussen verhoorder en verbalisant in duoverhoren.

Verder wordt in het artikel aandacht besteed aan de diverse schrijfstijlen. Er worden grofweg drie schrijfstijlen gebruikt: de monoloog, de vraag en het antwoord en de gerecontextualiseerde monoloogstijl. De laatste is in feite een combinatie van de twee andere schrijfstijlen waarbij vaak wordt gewerkt met de zinsnede ‘U vraagt mij…’ De conclusie ten aanzien van de verschillen tussen de verschillende schrijfstijlen is wat ons betreft onbevredigend. De schrijver concludeert namelijk dat de verschillen klein zijn omdat het grootste gedeelte van de verhoren nog steeds in de monoloog stijl is. In wezen heeft men er dus geen goed onderzoek naar kunnen doen.

Het is onze ervaring echter dat het verbaliseren in de vraag-antwoord stijl de voorkeur heeft. Zeker in complexe fraudezaken is het van belang om de vraag van de verbalisant terug te lezen. In de vraagstelling zitten namelijk vaak ook aannames die vanuit het perspectief van de FIOD in de vraag verpakt zitten. Hierop reageert de verdachte vervolgens vanuit zijn eigen belevingswereld, waardoor soms onbewust de aanname van de verbalisant wordt bevestigd. Ook valt ons op dat zelfs al is het verhoor in de vraag-antwoord stijl, tussenvragen vaak niet worden geverbaliseerd. Dit betekent dat het lijkt alsof een verdachte vanuit eigen beweging reageert op bepaalde aspecten terwijl dit veelal niet het geval is.

Wij zetten trouwens sowieso onze vraagtekens bij de zakelijke weergave van een verhoor. Op grond van artikel 29a, lid 2, Sv, dient een proces-verbaal van een verhoor zoveel mogelijk recht te doen aan de eigen woorden van een verdachte. Een zakelijke weergave heeft dit effect niet. Om een probleem te benoemen: antwoorden van de verdachte worden altijd vrij stellig opgeschreven alsof de verdachte direct wist welk antwoord te geven. De praktijk laat echter zien dat verdachten soms twijfelen bij een antwoord. Ze weten het niet meer precies, twijfelen, zeggen vaak uhm en gaan dan toch interpreteren. Deze vertwijfeling en interpretatie zou vaker in beeld gebracht moeten worden omdat dit ook aan een rechter laat zien hoe goed (of slecht) het geheugen nog is. Terwijl het ook toont waar de verdachte wel een levendige herinnering aan heeft. Uiteraard is dit maar een voorbeeld maar de weerbarstige praktijk kent vele voorbeelden waarin het proces-verbaal geen recht doet aan de verklaring van de verdachte.

Het zou ons inziens goed zijn om meer tijd en energie te steken in het verbaliseren van verhoren want het zijn belangrijke bewijsmiddelen in ons strafrechtelijk stelsel die doorslaggevend kunnen zijn voor de overtuiging van de rechter. Dit geldt overigens niet alleen voor verdachtenverhoren maar evengoed voor getuigenverhoren. Eigenlijk zou een woordelijk uitgewerkt verhoor de voorkeur verdienen. Op basis van een audio opname en software die het schriftelijk vastlegt zou dit niet alleen de waarheidsvinding maar ook de efficiëntie ten goede komen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

5 Comments
  • Susan Koster

    8 februari 2020 at 02:47 Beantwoorden

    Waarom niet auditief registreren?

  • Suzanne J.

    12 februari 2020 at 11:11 Beantwoorden

    “In Nederland worden verdachten gehoord door de politie en de FIOD en gelijktijdig wordt een proces-verbaal opgemaakt door de verbalisanten”. Beste auteur, naast de FIOD zijn er nog veel meer opsporingsdiensten. De ILT/IOD bijvoorbeeld is een Bijzondere Opsporingsdienst en doet strafrechtelijk onderzoek op de thema’s milieu, transport en woningbouwcorporaties. Sinds 2015 worden alle verhoren bij de ILT/IOD auditief geregistreerd en wordt niet meer gelijktijdig getypt. Achteraf wordt het verhoor uitgewerkt in pv en aan de verdachte/getuige voorgelegd.

    • Erwin van der Beek

      23 maart 2020 at 11:31 Beantwoorden

      Hoi Suzanne. Je schrijft dat het verhoor wordt uitgetypt in een pv en dan wordt voorgelegd aan de getuige/verdachte. Leest hij/zij dan pas het pv? en mag hij/zij er dan nog op reageren of laten aanpassen? en hoe gaat dat dan?

  • Camiel Saris

    18 februari 2020 at 08:52 Beantwoorden

    Daarnaast is horen een kwaliteit, die niet iedereen bezit. Een verhoor zit vol emoties, ook al laat de persoon dit niet altijd merken. Verhoren worden soms te snel afgenomen na verrichtte doorzoekingen, maar dat kan een tactiek zijn. Ik kan mij wel vinden in het verhaal. Ik verbaas mij ook waarom het opnemen van verhoren nog geen standaard is geworden. Leuk stuk!

  • Marco Bekkering

    10 maart 2020 at 10:28 Beantwoorden

    In de discussie mis ik een aspect, n.l. dat er bij het verhoren rechercheurs zelden “10-vingers-blind” typen.
    In 2018 maakte ik voor het eerst mee dat in een “dubbelverhoor” een jonge rechercheur dat wel deed, wat leidde tot een goede weergave van het verhaal van de verdachte in eigen woorden. In korte tijd was er een beter en uitgebreider proces-verbaal voorhanden.
    Leren typen is waarschijnlijk geen standaard onderdeel van de opleiding, maar relatief goedkoop te realiseren. Ik schreef een korte brief aan de politieacademie, maar heb niet de illusie dat er iets mee gedaan zal worden. Een gemiste kans lijkt mij. En hoeveel prettiger is het om mee te kunnen typen ongeveer op spreeksnelheid?

Plaats een reactie