#342: Witwassen en profijt

Een witwaszaak gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek uitmondend in een ontnemingsvordering. Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter een verplichting tot betaling opleggen indien de veroordeelde voordeel heeft gekregen door middel van of uit baten van het betreffende strafbare feit. In het geval van een veroordeling voor witwassen dan is de vraag in hoeverre het voordeel dat is verkregen afkomstig is uit baten van het strafbare feit. Hierover schreven wij reeds in Vaklunch #195 naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2016. In de feitenrechtspraak zijn er recent twee arresten over dit onderwerp gepubliceerd die relevant zijn op dit punt.

In een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 oktober 2019 over de ontnemingsvordering speelde het volgende. Degene waar het om gaat is veroordeeld ter zake van witwassen vanwege het voorhanden hebben van contante geldbedragen van € 216.904,28 terwijl zij wist dat het geld geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf. Het Hof oordeelt dat het enkel voorhanden hebben van geldbedragen niet gelijk hoeft te staan aan daadwerkelijk wederrechtelijk verkregen voordeel. Niettemin oordeelt het hof dat deze geldbedragen tot voordeel hebben kunnen strekken. In deze zaak gaat het hof daarom na in hoeverre het geld is aangewend in het voordeel van de verdachte. Uit het dossier zou blijken dat met deze gelden facturen zijn betaald en kasstortingen zijn gedaan. Op basis daarvan stelt het hof vast dat het geld wederrechtelijk verkregen voordeel is omdat de verdachte effectieve bestedingen heeft gedaan met het geldbedrag, waardoor de veroordeelde voordeel heeft genoten. Op deze gronden stelt het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 216.904,28.

In een ander arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van eveneens 10 oktober 2019 heeft het hof een andere aanpak. In deze zaak is de persoon in kwestie veroordeeld voor witwassen op basis van het voorhanden hebben van een Rolex en een geldbedrag van € 3.615,- terwijl hij wist dat deze voorwerpen uit misdrijf afkomstig waren. De ontnemingszaak ziet echter op een ander feit dan waarvoor de verdachte is veroordeeld. Dit gaat om het feit waarbij de verdachte is aangehouden bij Schiphol met € 180.000 aan contanten. Hiervoor is de verdachte dus niet veroordeeld maar dit wordt als ‘ander feit’ beschouwd als bedoeld in artikel 36e, lid 3, Sv. Het hof stelt daarbij voorop dat niet beoordeeld dient te worden of veroordeelde door middel van of uit de baten van het door hem begane witwassen voordeel heeft verkregen, maar enkel of strafbare feiten hebben geleid tot de verkrijging van voordeel door de veroordeelde. Ook hoeft het hof niet vast te stellen of de persoon medepleger of dader is. Nu de veroordeelde niet heeft aangevoerd of aannemelijk is geworden dat hij de contante geldbedragen geheel of gedeeltelijk voor (een) ander(en) hield, moet het ervoor worden gehouden dat veroordeelde genoemd bedrag op genoemde datum (uitsluitend) voor zichzelf hield.

Uit deze twee voorbeelden blijkt aldus dat het veel uitmaakt of je veroordeeld bent voor witwassen en dat vervolgens moet worden beoordeeld wat het daadwerkelijke profijt is, of dat een feit als ‘ander feit’ er bij de haren bijgesleept wordt. Immers dient het hof bij een veroordeling van witwassen te beoordelen hoe het geld is besteed dan wel in hoeverre de betreffende persoon daadwerkelijk voordeel van het geld heeft gehad, terwijl in de andere siuatie simpelweg wordt aangenomen dat het geld crimineel is en het kennelijk op de weg van de veroordeelde had gelegen om aannemelijk te maken dat het niet zijn geld was. Ons inziens toont dit laatste arrest aan dat artikel 36e, lid 3, over ontneming bij andere feiten onvoldoende rechtsbescherming biedt omdat de procedure te marginaal is en niet concreet ingaat op de bewijsbaarheid van de strafbare feiten.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie