#322: Naming and shaming, een internationale trend

Op 22, 23 en 24 mei 2019 namen wij deel aan het halfjaarlijkse congres van de International Association of Young Lawyers (AIJA). Een van de onderwerpen van het congres betrof: ‘Tax: a Dream, not a Nightmare. In de diverse discussies met onze internationale collega’s kwam naar voren dat de autoriteiten wereldwijd gebruik maken van diverse methodes om financiële en fiscale fraude tegen te gaan. Of het nu administratieve boetes, strafrechtelijke vervolgingen of disciplinaire maatregelen zijn. Ook werd duidelijk dat het middel van naming and shaming inmiddels een geliefde methode is om een preventieve werking te creëren. Bij terugkomst van het congres werden wij direct geconfronteerd met een uitspraak in de jurisprudentie die deze trend onderschrijft.

Op 27 mei 2019 heeft de rechtbank een verdachte veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van faillissementsfraude en witwassen. De verdachte had diverse vennootschappen vlak voor een dreigend faillissement overgenomen en werd daarvoor betaald. Vervolgens zijn de diverse vennootschappen ontbonden of failliet verklaard. De verdachte was vervolgens echter spoorloos waardoor de schuldeisers met lege handen kwamen te staan.

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk. De  rechtbank merkt daarbij op dat de verdachte niet aanwezig was op de zitting. Gelet op het feit dat de verdachte in het verleden al eerder voor faillissementsfraude is veroordeeld acht de rechtbank het van belang om een beroepsverbod op te leggen. In die zin dat de veroordeelde voor de duur van vijf jaren geen bestuurder van een rechtspersoon mag zijn.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat het vonnis openbaar zal worden gemaakt. De rechtbank meent dat de maatschappij tegen de verdachte moet worden beschermd mede gelet op het feit dat al eerder een veroordeling heeft plaatsgevonden. De openbaarmaking zal plaatsvinden door middel van publicatie van het ongeanonimiseerde vonnis op www.rechtspraak.nl. Vooralsnog het is het vonnis nog anoniem gepubliceerd. Zodra het vonnis onherroepelijk is zal deze in ongeanonimiseerde vorm worden gepubliceerd.

Wij menen dat de openbaarmaking van een vonnis een zeer verstrekkende maatregel is. Een dergelijke publicatie op het internet heeft verstrekkende gevolgen voor iemands toekomst. Waar media aandacht juist vaak een straf verminderende omstandigheid is, gebruikt de rechtbank een online publicatie nu om iemand zwaarder te straffen, de ultieme vorm van naming and shaming. Op deze manier ontneem je iemand in wezen het recht op een tweede kans. Eerst moet iemand twaalf maanden in de gevangenis zitten en mag iemand vijf jaar zijn beroep niet uitoefenen. Moet iemand daarna niet weer in de gelegenheid gesteld worden om zijn leven op te bouwen? Een online publicatie maakt dat in ieder geval een stuk ingewikkelder.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

2 Comments
  • Rob Visser

    29 mei 2019 at 11:37 Beantwoorden

    In uw stuk stelt u dat “door publicatie van de niet geanonimiseerde uitspraak iemand feitelijk het recht op een tweede kans wordt ontnomen”. Ik vind dat iedereen een tweede kans verdient, maar uw conclusie vind ik in dit geval niet terecht. In het stuk zelf wordt vermeld dat deze persoon al eerder veroordeeld is voor hetzelfde feit, dat deze persoon deel uit maakt van een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van faillissemenstfraude en witwassen. Kennelijk ziet de rechter hier een bepaalde stelselmatigheid in. Stelselmatige (beroeps)fraudeurs en oplichters kunnen juist iedere keer weer opnieuw slachtoffers maken omdat ze anoniem weten te blijven en zo de maatschappij keer op keer enorme schade kunnen aanbrengen. Deze persoon heeft z’n “tweede kans” verspeeld en verdient in dit opzicht geen derde, vierde, vijfde etc kans.

  • Eurolawyers Associates

    12 juni 2019 at 13:27 Beantwoorden

    Als inderdaad pas tot publicatie zal worden overgegaan indien de uitspraak onherroepelijk zal zijn geworden, dan is niet te begrijpen waarom in de zng “geanonimiseerde” versie op internet wel degelijk al in het dictum de naam van de verdachte is aangegeven. Lijkt ons niet slechts onzorgvuldig maar meer onrechtmatig.
    Het is maar de vraag of deze uitspraak in hoger beroep of cassatie stand zal houden..

Plaats een reactie