#270: Waarheidsvinding en het geheugen

Elke strafadvocaat zal het getouwtrek met de officier van justitie om stukken herkennen. Het lijkt een eeuwige strijd. Hoewel officieren van justitie steeds meer lijken in te zien dat het verstrekken van processtukken aan de verdediging in een vroegtijdig stadium voordelen heeft, is dat niet altijd het geval. Zo blijkt ook uit een recente beschikking van de rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag.

De verdediging had voorafgaand aan het eerste verhoor van de verdachte om processtukken gevraagd. De officier van justitie heeft toen aangegeven hiertoe pas over te gaan na het eerste verhoor van de verdachte. Het belang van het onderzoek verzet zich volgens de officier van justitie tegen het verstrekken van de stukken voorafgaand aan het verhoor van de verdachte. Voor de waarheidsvinding zou het van belang zijn dat de verdachte een verklaring kan afleggen die zoveel mogelijk is gebaseerd op eigen waarnemingen en herinneringen en dat bij het verhoor het verhoorplan kan worden gevolgd. Naar aanleiding hiervan is een bezwaarschrift tegen het onthouden van processtukken ingediend bij de rechter-commissaris.

Op grond van artikel 30, lid 3, Sv kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit vordert, de verdachte de kennisneming van bepaalde stukken onthouden. De rechter-commissaris overweegt dat in het kader van de waarheidsvinding het verhoor van de verdachte een evident onderzoeksbelang vormt. Daarbij wordt opgemerkt dat het onderzoek kan worden verstoord als de verdachte vóór zijn eerste verhoor kennisneemt van de processtukken. De achterliggende gedachte is dat de kans reëel is dat de verdachte, bewust of onbewust, zijn verklaring afstemt op de inhoud van de processtukken waardoor de waarheidsvinding kan worden belemmerd. Dit is voor de rechter-commissaris reden om te oordelen dat de beslissing van de officier van justitie om de verdachte de kennisneming van de processtukken tijdelijk te onthouden op goede gronden is genomen. Daarbij overweegt de rechter-commissaris nog wel dat het de verdachte natuurlijk vrij staat om zijn procespositie te bepalen en een beroep op het zwijgrecht kan doen.

Wij menen dat deze redenering van de officier van justitie en rechter-commissaris wel erg algemeen en kortzichtig is. Zeker in fraude onderzoeken. Een strafrechtelijk onderzoek gaat in die gevallen meestal over gebeurtenissen van jaren geleden. Vragen over e-mails, contracten of andere documenten die vele jaren oud zijn hebben meestal geen zin. Sterker nog, het menselijk geheugen is veelal geneigd om te gaan interpreteren. En de ervaring leert dat de waarheidsvinding daar zeker niet mee is gediend. Als men een compleet beeld heeft van de documenten kunnen soms juist weer herinneringen boven komen.

De waarheidsvinding is dus veelal beter gediend bij het verstrekken van de stukken aan de verdachte voor het eerste verhoor. De achterdocht die uitgaat van de stelling dat een verdachte zijn verklaring afstemt op de processtukken toont enkel aan dat het Openbaar Ministerie een bepaalde vorm van tunnelvisie heeft en niet openstaat voor de falsificatie van de stellingen in het procesdossier. Het verstrekken van stukken kan dus juist een enorme geheugensteun bieden die de waarheidsvinding ten goede komt. Dat de verklaring van de verdachte vervolgens misschien niet in het ‘straatje’ past van het onderzoek betekent niet dat de verklaring van de verdachte wordt afgestemd op het procesdossier.
Wij menen derhalve dat een dergelijke algemene redenering geen grond zou mogen vormen voor het weigeren van processtukken. Het gevolg is namelijk waarschijnlijk dat de verdachte een beroep doet op zijn zwijgrecht en vervolgens alsnog de processtukken krijgt en een verklaring aflegt. Deze werkwijze is dus niet alleen inefficiënt maar komt de waarheidsvinding ook zeker niet ten goede. De opsporingsdiensten zouden open moeten staan voor de verklaring van de verdachte naar aanleiding van de processtukken. Dit geldt te meer als het over gebeurtenissen gaat die jaren geleden hebben plaatsgevonden.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie