#264: De toren van Babel

De ‘Babylonische spraakverwarring’ kent zijn herkomst van het Bijbelse verhaal over de toren van Babel. Het verhaal gaat dat in die periode op aarde maar een taal werd gesproken. De bewoners van een stad wilden een toren bouwen die tot aan de hemel reikt om op die manier roem te vergaren. Maar deze hoogmoedigheid werd bestraft. De straf was dat het volk niet meer dezelfde taal sprak, waardoor de hoogmoedige bouw werd verstoord. De stad kreeg de naam Babel afgeleid van het Hebreeuwse woord balal, “verwarring brengen”.

Dat taal een enorm krachtig communicatiemiddel kan zijn is duidelijk. Maar het is ook een broos middel. Voorzichtigheid blijft geboden. Zeker ook in het recht als men niet dezelfde taal spreekt.

In een zaak die voorligt bij de Hoge Raad is een middel ingediend tegen een arrest van het Hof. De reden voor het middel is dat het proces-verbaal van de zitting niet de verklaring van de verdachte of een verkorte opgave daarvan bevat en de tolk op de zitting niet ten volle in staat was de verklaring van de verdachte te vertalen.

In het proces-verbaal van de zitting is het volgende opgenomen:

“De verdachte verklaart vervolgens uitvoerig in het Engels over het Zweedse Handelsbolag [vennootschapsrecht] zonder dat dit door de tolk wordt vertaald. De tolk geeft aan dat dit technische verhaal voor haar onbegrijpelijk is en daarom niet door haar vertaald kan worden. Het hof heeft wel kennis genomen van de verklaring van verdachte in de Engelse taal.”

Het ingediende cassatiemiddel klaagt onder meer over een schending van artikel 275 juncto 415 Sv en artikel 6, lid 3, sub e, EVRM, omdat de tolk niet ten volle in staat was tot vertaling van de verklaring van de verdachte. Het Hof had volgens de klager moeten vragen de verklaring te herhalen in een vertaalbare versie. Of het Hof had het onderzoek ter zitting moeten aanhouden, om ervoor te zorgen dat een bekwame tolk zou kunnen worden opgeroepen.

De Advocaat-Generaal concludeert in zijn conclusie dat artikel 275, lid 2, Sv slechts bepaalt dat geen acht mag worden geslagen op hetgeen ten nadele van de verdachte naar voren is gekomen, maar dat niet aan de verdachte is vertaald naar zijn eigen taal. Het idee is hierachter dat de verdachte zich dan niet hiertegen heeft kunnen verdedigen. Het niet vertalen van de verklaring van de verdachte door de tolk levert derhalve geen schending op van artikel 275, lid 2, Sv.

Vervolgens beoordeelt de Advocaat-Generaal nog of het uitblijven van een vertaling van de verklaring van de verdachte een schending van artikel 6, lid 3, sub e, EVRM met zich brengt. In het middel wordt een beroep gedaan op de zaak van Kamasinski tegen Oostenrijk. De Advocaat-Generaal concludeert ook hier dat in dit arrest niet de eis is gesteld dat alles op de terechtzitting vertaald wordt. Hij geeft aan dat uit dit arrest volgt dat het recht op vertaling met name is bedoeld zodat de verdachte weet waarvan hij wordt verdacht. Dit brengt echter geen recht mee op een letterlijke vertaling van hetgeen ter zitting naar voren wordt gebracht. Verder meent de advocaat-generaal dat er een eigen verantwoordelijkheid ligt voor de verdediging voor de kwaliteit van de vertolking op de terechtzitting. In ieder geval is tijdens de zitting geen punt gemaakt door de verdediging van het ontbreken van een vertaling van hetgeen door de tolk niet vertaald kon worden.

Laten wij vooropstellen dat wij voor een actieve houding van de verdediging zijn. Als tijdens een zitting blijkt dat de tolk niet capabel is om de verweren van de verdediging over te brengen dan moet actie worden ondernomen. Bijvoorbeeld door bezwaar te maken tegen de benoeming van deze specifieke tolk. Ook kan worden gevraagd om een correcte vertaling en vastlegging van hetgeen is gezegd tijdens de zitting. Toch vinden we dat de conclusie van de advocaat-generaal geen recht doet aan het recht op een eerlijk proces. Als verdachte heb je het recht om je eigen verdediging te voeren. Als de tolk aangeeft dat hij de verklaring van de verdachte niet kan vertalen dan mag ook een proactieve houding worden verwacht van de rechter. De rechter zou immers ook moeten willen weten wat de verdachte heeft verklaard. Wij zouden menen dat het recht op vertolking dus ruim moet worden geïnterpreteerd. Zeker in combinatie met het recht om je eigen verdediging te voeren (artikel 6, lid 3, sub c). Hoewel dit specifieke recht niet naar voren is gebracht in het cassatiemiddel brengt dit ons inziens met zich dat het ontbreken van een adequate vertaling van de verklaring van de verdachte een schending van het recht op een eerlijk proces betekent.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Tags:
Geen reacties

Plaats een reactie