#260: Klagen, klagen, maar wanneer?

In Nederland heeft het Openbaar Ministerie vergaande mogelijkheden om beslag te leggen. De beslagene kan bij de rechtbank klagen over dit beslag. Rechtbanken hebben echter slechts de mogelijkheid om het beslag marginaal te toetsen. Hierover schreven wij reeds meerdere keren, onder meer in hoofdstuk #5 van de jubileumbundel #:Is het al woensdag? Hoewel de toetsing slechts marginaal is liggen er nog altijd kansen en mogelijkheden om succesvol te klagen over het beslag. Daarbij moeten echter ook de formele aspecten voor het indienen van een klaagschrift in ogenschouw genomen worden, waaronder termijnen.

Indien (nog) geen vervolging is ingesteld, dient het klaagschrift zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming te zijn ingediend (artikel 552a lid 4 Sv). Indien wel een vervolging is ingesteld, dient het klaagschrift zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen te zijn ingediend en in ieder geval binnen drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen (artikel 552a lid 3 Sv).

In een recente zaak wordt de term ‘zo spoedig mogelijk’ getoetst. In deze zaak heeft de rechter-commissaris op 14 april 1992 een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in de voormalige woning van de klager in Rotterdam. Daarbij zijn contante geldbedragen in beslag genomen. Pas op 13 november 2014 heeft de officier van justitie de strafzaak tegen de klager geseponeerd. Vervolgens is op 15 januari 2015 een klaagschrift ingediend tegen het beslag op onder meer de geldbedragen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de klager niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het beklag, omdat dit niet binnen de wettelijke termijn is ingediend. Als hoofdregel heeft immers te gelden dat een klaagschrift zo spoedig mogelijk na het beslag dient te worden ingediend.

Klager heeft hiertegen ingebracht dat de regel dat het klaagschrift zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming moet worden ingediend alleen voor zogenaamde derde-belanghebbenden als hoofdregel geldt. Dit geldt niet voor de verdachte, omdat daarmee zijn verdedigingspositie in gevaar kan worden gebracht. Indien de verdachte namelijk al in een vroeg stadium aan de politie zou moeten meedelen dat hetgeen in beslag is genomen aan hem toebehoort dan hoeft dit niet perse voordelig te zijn. Immers geef je het Openbaar Ministerie dan wellicht onnodige informatie waardoor de verdedigingsbelangen van de verdachte in het geding komen.

De rechtbank oordeelt echter dat de argumentatie van de verdediging geen hout snijdt omdat de verjaringstermijn voor het feit waarvoor het gerechtelijk vooronderzoek was geopend reeds lange tijd was verstreken. Dit lijkt erop te duiden dat de rechtbank van mening is dat in ieder geval voor de verjaringstermijn geklaagd had moeten worden. Voor de vastgestelde, extreem lange, termijnoverschrijding is daarom geen rechtens te respecteren belang aanwezig, aldus de rechtbank.

De Hoge Raad oordeelt vervolgens dat het oordeel van de rechtbank geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de late indiening niet wordt gerechtvaardigd door de vermeende verdedigingspositie.

Wat ‘zo spoedig mogelijk’ betekent is dus nog altijd niet geheel helder. Maar in het geval dat na een lange periode een klaagschrift wordt ingediend dan is het goed inzichtelijk te maken waarom dit zo lang heeft geduurd. Wij kunnen ons in deze specifieke situatie voorstellen dat het sepot zelf reden is geweest voor het indienen van een klaagschrift. Na het sepot is er immers geen gerechtvaardigde reden meer voor het voortduren van het beslag. Dit is echter niet aangevoerd door klager. Wellicht had de rechtbank – en de Hoge Raad – dit als rechtvaardigingsgrond aangemerkt. Wij zouden echter menen dat deze omstandigheid een nieuw licht werpt op de rechtmatigheid van het beslag en dus een rechtvaardigingsgrond zou moeten zijn.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie