#214: Wilt u het kort houden?

Of er ooit onderzoek is gedaan naar de top 10 ergernissen van rechters is ons niet bekend, maar wij vermoeden dat ‘lange pleidooien’ hoog op een dergelijke lijst zou scoren. Dat wat het moment suprême voor vele advocaten (en hun cliënten) zal zijn, is voor de rechter soms een doorn in het oog. De vraag ‘wilt u het kort houden’ zal menig advocaat niet vreemd in de oren klinken. En die vraag is (heus) niet altijd ingegeven door de reputatie van de advocaat in kwestie. De rechter van tegenwoordig heeft het druk. Targets moeten worden gehaald en er is een planning waar men zich graag aan wil houden. Bij de verdachte bekruipt dan het gevoel dat hij niet gehoord wordt en dat de rechter eigenlijk al zijn oordeel klaar heeft. Kortom, een spanningsveld tussen de verschillende procespartijen. Maar mag de rechter de spreektijd van de advocaat ter zitting beknotten?Lees verder

#196: Een pleidooi is geen bewijs

Zoveel advocaten, zoveel meningen. En dus ook zoveel strategieën. Het komt in de praktijk wel voor dat een aanvankelijk gekozen verweer of strategie op een later moment wordt aangepast. Bijvoorbeeld in hoger beroep. Of indien een andere advocaat de zaak heeft overgenomen. In voorkomende gevallen kan een eerder gevoerd verweer of een eerder gegeven toelichting op de feiten op zijn minst ‘ongelukkig’ worden genoemd. In die gevallen kan de vraag opkomen of het pleidooi of de verklaring van de raadsman als bewijs kan worden gebruikt. Maar het strafrecht kent geen vrije bewijsleer, de wet bepaalt wat wel en niet als bewijs kan dienen. Het pleidooi en de verklaring van de raadsman vallen daar niet onder. Toch komt het voor dat de Hoge Raad – ondanks de duidelijke lijn in de jurisprudentie – zich geconfronteerd ziet met zaken waarin Hoven ten onrechte een mededeling of pleidooi van de raadsman wél als bewijs hebben gekwalificeerd.Lees verder