#308: Vrijgesproken door het CBB

De jacht van het Openbaar Ministerie op facilitators is al jarenlang gaande. Daar waar inmiddels financiële instellingen onder het vergrootglas liggen, hebben accountants het ook flink te verduren (gehad). In de praktijk resulteerde dat in strafrechtelijke vervolging gevolgd door de officier van justitie ingediende tuchtklacht bij de accountantskamer. Soms wordt dit middel echter maar al te makkelijk ingezet. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) geeft het Openbaar Ministerie in de uitspraak van 29 januari 2019 een flinke tik op de vingers, omdat het onderzoek van het Openbaar Ministerie – dat ook ten grondslag ligt aan de tuchtklacht – vooringenomen en onzorgvuldig zou zijn.

Lees verder

#307: Inkeer, of niet?

In artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is geregeld dat van een vrijwillige verbetering (inkeer) sprake is indien een belastingplichtige alsnog een juiste en volledige belastingaangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt. Dat moet de belastingplichtige dan wel doen vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de juistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. In dat geval kan een boete voor het doen van een onjuiste aangifte voorkomen worden of worden verminderd. In een recente zaak bij de rechtbank Gelderland is de vraag aan de orde of sprake is van een inkeer. De gemachtigde in deze zaak heeft drie brieven aan de Belastingdienst gestuurd om de inkeer te bewerkstelligen. De ontvangst van die brieven wordt echter betwist. Wat nu?

Lees verder

#306: Eén pv is geen pv

De bewijsmiddelen waarop een veroordeling kan rusten zijn opgenomen in het wetboek van strafvordering. Een bijzondere plek in het bewijsstelsel wordt ingenomen door het ‘ambtsedige proces-verbaal’ van de opsporingsambtenaar. Een ambtsedige verklaring heeft op basis van artikel 344, lid 2, Sv bijzondere bewijswaarde. De bewijsregel “één getuige is geen getuige” geldt niet voor opsporingsambtenaren. Op basis van artikel 344, lid 2, Sv kan een strafbaar feit bewezen worden verklaard op grond van een door een opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal. Op deze bijzondere bewijswaarde is veel kritiek geuit. Een opsporingsambtenaar kan immers ook fouten maken. En soms is die opsporingsambtenaar te goeder trouw, maar soms ook niet.

Lees verder

#304: Alle reden tot twijfel

In het strafrecht is een proces-verbaal de belangrijkste bron van informatie. Het gaat dan om processen-verbaal van bevindingen van opsporingsambtenaren, maar ook om processen-verbaal van verklaringen die zijn afgenomen bij getuigen of verdachten. Van die afgelegde verklaringen bestaat onder de huidige wetgeving in de regel geen audio opname. Dat betekent dat het proces-verbaal zo accuraat mogelijk moet worden opgemaakt, achteraf kan niet worden gecontroleerd wat de getuige of de verdachte echt heeft gezegd. Het is een zakelijke weergave van de verklaring en daarmee al een papieren werkelijkheid. Door het proces-verbaal na afloop van het verhoor te lezen kan uiteraard worden gecontroleerd of de inhoud ervan strookt met hetgeen is gezegd. Als dat niet het geval is dan kunnen tijdens het controleren van de het proces-verbaal opmerkingen worden gemaakt. Sommige opsporingsinstanties zijn bereid om die opmerkingen serieus te nemen en te verwerken. Anderen niet. In het laatste geval is het advies van een advocaat aan de verdachte of getuige veelal om het proces-verbaal van verhoor niet voor akkoord te tekenen en daarbij op het proces-verbaal te schrijven waarom je niet wenst te ondertekenen. Maar voorkomt dat dat het document als bewijs kan worden gebruikt?

Lees verder

#303: Ongelijkheid tussen straf- en bestuursrecht

Als je voor de strafrechter wordt gedaagd voor een fiscaal delict dan heb je ten opzichte van de administratieve route via het bestuursrecht in ieder geval het voordeel dat je geen griffierechten hoeft te betalen. Deze ongelijkheid tussen beide rechtsgebieden is aan de orde gesteld bij de Belastingkamer van de Hoge Raad. De belanghebbende in deze zaak vroeg zich met name af of deze ongelijkheid gerechtvaardigd was in het geval dat in het bestuursrecht enkel een boete – en dus geen belastingheffing – ter discussie stond. De Hoge Raad heeft hier nu over geoordeeld.

Lees verder

#302: De blinde vlek van opsporingsinstanties

Het nieuwe jaar is nog maar 9 dagen oud en staat nu alweer garant voor vele ontwikkelingen. De Brexit-krachten zijn volop in beweging, Nederlands bekendste megaproces staat deze week in de schijnwerpers door een door Peter R. de Vries ingebrachte tape. Maar ook op fiscaal gebied staan de nodige ontwikkelingen dit jaar voor de deur. Zo doet ook de FIOD een duit in het zakje met het jaarbericht van 4 januari getiteld: ‘de stille revolutie in de financiële opsporing’. Is alles voor de FIOD goud dat er blinkt?

Lees verder

#301: Kerstlunch

Het was weer een mooi jaar. Niet alleen is inmiddels de 300ste Vaklunch gepasseerd ook hebben wij het vijfjarig bestaan van Vaklunch.nl gevierd met de jubilieumbundel #Is het al woensdag?

Wij willen jullie bedanken voor wederom een jaar vol met leuke, enthousiaste en kritische reacties. Keep ‘em coming in 2019!

Voor nu fijne dagen en een prachtig nieuwjaar gewenst!

De eerste Vaklunch van 2019 verschijnt op 9 januari, tot dan!

#300: Het hack is van de dam

Op 14 en 15 december jl. vond het tweejaarlijkse NVSA-congres plaats in het mooie Maastricht. Het onderwerp van het congres was: cybercrime. Met de Wet Computercriminaliteit III wil Nederland internationaal voorop lopen in de bestrijding van cybercrime en het gebruik van digitale opsporingsbevoegdheden. Een van de sprekers op het congres was Brendan Newitt die vanuit de advocatuur vooruit blikte op de nieuwe Wet Computercriminaliteit III. Hij stelde de moeilijkheden, risico’s en kansen aan de orde. Ook in onze fraude praktijk krijgen we te maken met deze nieuwe wet. Wat staat ons in het nieuwe jaar te wachten qua nieuwe opsporingsbevoegdheden?

De nieuwe wet bevat een drietal bepalingen waarbij de opsporingsdiensten bevoegdheden krijgen om op afstand geautomatiseerde werken binnen te dringen en gegevens vast te leggen. Daarbij kunnen ook de verbonden gegevensdragers worden binnengedrongen en gegevens kunnen ontoegankelijk worden gemaakt. Het gaat om de nieuwe bepalingen 126nba, 126uba en 126zba van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

De bevoegdheid van de opsporingsdiensten om te mogen hacken is onderhavig aan een aantal wettelijke voorwaarden: 1) er dient sprake te zijn van een ernstige inbreuk op de rechtsorde, 2) er dient sprake te zijn van een dringend opsporingsbelang, 3) een machtiging van een rechter-commissaris moet zijn afgegeven aan de hand van een bevel van de officier van justitie, 4) de bevoegdheid kan worden ingezet voor strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis kan plaatsvinden, feiten waarop een gevangenisstraf is gesteld van 8 jaar of strafbare feiten die zijn aangewezen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en tot slot 5) het bevel mag maximaal 4 weken geldig zijn.

In artikel 2 van het besluit, houdende regels over de uitoefening van de bevoegdheid tot het binnendringen in een geautomatiseerd werk zijn in ieder geval valsheid in geschrifte ex artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en witwassen ex artikel 420bis Sr als feiten aangewezen waarvoor de hack-bevoegdheid kan worden ingezet.

Kortom, wij verwachten dat de hack bevoegdheid in 2019 grootschalig zal worden ingezet in fraude onderzoeken. Het is dus van belang om de wetgeving en de parlementaire geschiedenis nauwkeurig te bestuderen. Want wat is hacken precies? En wat dient een hacker allemaal te verbaliseren? En hoe kunnen wij controleren wat een hacker allemaal doet? Brendan Newitt gaf aan dat de hack-gegevens worden vastgelegd maar dat deze gegevens niet als processtukken worden toegevoegd aan het dossier. Het is dus aan de advocatuur om hier naar te vragen. Een goed begrip van het concept hacken is aldus noodzakelijk, want anders is het hack van de dam.

Andere onderwerpen die natuurlijk aan de orde zijn gekomen is het vraagstuk van privacy bescherming en de rechtsmacht problematiek. Voor wat betreft de rechtsmacht geldt dat een Nederlandse computer een toegangspoort kan zijn tot bepaalde gegevens maar dit betekent geenszins dat deze gegevens zich ook in Nederland bevinden. Het kan dus heel goed zijn dat de Nederlandse opsporingsdiensten hacken op buitenlands grondgebied. De Nederlandse overheid lijkt deze schending van het territorialiteitsbeginsel geen probleem te vinden. Maar hoe zouden wij erover denken als bijvoorbeeld Rusland, Korea of China op ons grondgebied Nederlandse servers leeg trekt op basis van hun eigen wetgeving. Als wij willen dat onze gegevens beschermt zijn in Nederland dan zouden wij dezelfde grenzen moeten accepteren van andere landen.

En zo zijn er uiteraard nog een heel aantal uitdagingen die gepaard gaan met deze wetgeving. Maar hoewel deze bepalingen een heel aantal problemen en interessante juridische vraagstukken met zich meebrengt kunnen onze cliënten er wellicht ook hun voordeel mee doen. Want als bijvoorbeeld de FIOD op afstand servers kan kopiëren dan kunnen wellicht ook opzichtige FIOD-invallen worden voorkomen en in goed overleg met de verdediging op afstand gegevens gekopieerd worden. Om maar iets te noemen.

Kortom met een nieuw jaar voor de boeg, ook heel veel nieuwe kansen, uitdaging en discussies waarbij de Wet computer criminaliteit III zeker centraal zal staan in het jaar 2019.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

#299: Bent u gewaarschuwd?

Het zwijgrecht van de verdachte is fundamenteel in ons rechtssysteem. Als een verdachte van zijn zwijgrecht gebruik maakt dan kan dat in beginsel niet als bewijs tegen hem worden gebruikt. Dat bevestigde de Hoge Raad nog eens in het arrest van 16 september 2014, waar wij in Vaklunch #84 aandacht aan hebben besteed . In de wet is ook verankerd dat de verdachte op dit fundamentele zwijgrecht moet worden gewezen, ook door de rechter. Maar wat gebeurt er als de rechter dat niet doet?Lees verder