#367: Zoveel rechters, zoveel meningen

In meerdere Vaklunches hebben wij aandacht besteed aan de proceskostenvergoeding. Een gewezen verdachte heeft recht op een vergoeding van de door hem gemaakte advocaatkosten als een zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Een vergoeding wordt echter alleen toegekend als daar gronden van billijkheid voor bestaan. In Vaklunch #343 schreven wij al over de situatie dat deze toets niet in strijd mag zijn met de onschuldpresumptie en de rechter zich dus niet mag uitlaten over de bewijsbaarheid van de zaak. Hoe gaat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden daarmee om?

De zaak lag als volgt. De voormalig verdachte had 2 dagen in detentie gezeten maar haar zaak is uiteindelijk geseponeerd op grond van het feit dat haar rol van betrekkelijk geringe aard/omvang is geweest. Naar aanleiding van dit beleidssepot heeft de gewezen verdachte op grond van artikel 89 (oud) en artikel 591a (oud), thans artikel 533 en artikel 530, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) gevraagd om een vergoeding voor de schade die zij ten gevolge van ondergane detentie heeft geleden alsook voor de advocaatkosten die zijn gemaakt voor het indienen van het verzoek op grond van artikel 89 (oud).

De rechtbank wees het verzoek af op grond van het feit dat er geen sprake zou zijn  van een zaak die onmiskenbaar zou hebben geleid tot het niet opleggen van een straf of maatregel. Op basis daarvan had men dus kunnen weten dat dit verzoek op voorhand zou worden afgewezen en de advocaatkosten daarom ook niet voor vergoeding in aanmerking zouden komen. Verzoekster gaat tegen deze beschikking in hoger beroep. Haar advocaat stelt dat dit oordeel van de rechtbank in strijd is met de onschuldpresumptie.

Het hof oordeelt nu dat het toetsingscriterium juist is. In geval van een beleidssepot dient te worden beoordeeld of zich de situatie voordoet dat de zaak onmiskenbaar tot een veroordeling zou hebben geleid. Is dat het geval, dan ontbreken gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding en kan een verzoek als het onderhavige worden afgewezen. Het hof verwijst daarbij naar een eerdere beschikking van 14 augustus 2019. Het hof komt echter tot het oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat deze zaak onmiskenbaar tot een veroordeling had geleid. Gelet daarop wordt een vergoeding toegewezen voor de schade die is geleden voor de ondergane detentie alsook een standaardvergoeding die wordt toegekend voor het indienen van een dergelijk verzoekschrift.

Hoewel wij niet willen tornen aan de uitkomst van deze beschikking, vragen wij ons toch af of het gehanteerde criterium van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden juist is. Zoals wij al schreven in Vaklunch #343 stelde de rechtbank Amsterdam dat door de eventuele bewijsbaarheid van de zaak te betrekken bij de toets van het verzoek ex artikel 591a Sv wordt getreden in de schuldvraag. Dat is in strijd met de onschuldpresumptie: de verdachte is onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. De rechtbank verwees daarbij ook naar de zaak Ashendon en Jones tegen het Verenigd Koninkrijk van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En hoe kan een rechter in een dergelijke verzoekschriftprocedure oordelen dat het dossier onmiskenbaar tot een veroordeling zou hebben geleid? Want in welke fase is de zaak tot een einde gekomen? Het dossier hoeft immers gedurende het sepot nog helemaal niet gereed te zijn geweest, bijvoorbeeld omdat de verdediging nog geen onderzoek had gedaan.

Wij menen daarom met de rechtbank Amsterdam dat de bewijsbaarheid van een zaak geen rol zou mogen spelen bij de redelijkheid en billijkheidstoets van (thans) artikel 533 en 530 Sv. Het is alleen jammer dat tegen dergelijke beschikkingen geen cassatie openstaat. Dit werkt in de hand dat rechtbanken en hoven op verschillende manieren invulling geven aan deze toets en de rechtseenheid ver te zoeken is.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie